Buitenland2 maart 2001

OAE-top moet ideaal van Afrikaanse unie stap dichterbij brengen

Gaddafi probeert status op te vijzelen

Door Hamza Hendawi (AP)
SIRTE – Muammar Gaddafi is vastbesloten de top van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE) die in het Libische Sirte wordt gehouden te gebruiken om zijn status in Afrika en op het wereldtoneel te vergroten. Zijn droom, een Afrikaanse unie, is een middel om die hogere status te bereiken en prijkt boven aan de agenda van de top.

„We kunnen niet nog verscheidene jaren wachten voordat de Afrikaanse eenheid een feit is”, zei de Libische leider eerder deze week op een bijeenkomst van ministers van Buitenlandse Zaken van de OAE in de 500 kilometer westelijker gelegen hoofdstad Tripoli.

Het unievoorstel werd voor het eerst ingediend op een OAE-top in Sirte in 1999. Het werd aangenomen op een bijeenkomst van Afrikaanse leiders vorig jaar in Togo. Het is duidelijk dat de unie die Gaddafi voor ogen heeft verre van symbolisch is. Maar het is niet waarschijnlijk dat de lidstaten ook maar iets van hun soevereiniteit zullen afstaan. De OAE-leden zijn onderling sterk verdeeld en veel landen wantrouwen de bedoelingen van Gaddafi.

Het plan voorziet in de oprichting van een Afrikaans parlement, dat echter geen wetgevende macht krijgt. Ook moeten er een Afrikaanse centrale bank, een hof van justitie en een eenheidsmunt komen. Bekend is dat het plan wordt gesteund door meer dan veertig van de 53 OAE-leden. Het plan kan worden verwezenlijkt als het door tweederde deel van de lidstaten is geratificeerd.

Olie-inkomsten
Gaddafi heeft in het verleden herhaaldelijk de olie-inkomsten van zijn land aangeboord om kleine Afrikaanse landen ertoe te brengen zijn ideeën te steunen. Onlangs betaalde Libië de achterstallige contributie van zeker tien OAE-leden, zodat ze aan de verplichtingen van de organisatie voldeden om aan de top in Sirte mee te kunnen doen. Het is overigens niet duidelijk of er afzeggingen zijn voor de top.

Gaddafi is zich meer op Afrika gaan richten nadat hij zich gefrustreerd had afgekeerd van de Arabische broedervolken, die hij ondanks jarenlange inspanningen niet kon verenigen. De Arabische leiders hadden in 1998 helemaal afgedaan voor Gaddafi, toen ze weigerden een OAE-resolutie te onderschrijven waarin de luchtvaartsancties werden veroordeeld die de Verenigde Naties tegen Libië hadden afgekondigd omdat het land weigerde twee Libische verdachten van de Lockerbie-aanslag uit te leveren. Niet voor niets heet het marmeren, granieten en glazen conferentiecentrum in Sirte Ouagadougou, naar de hoofdstad van Burkina Faso, waar de sanctieresolutie van de OAE indertijd werd aangenomen.

De sancties werden in 1999 opgeschort, nadat Libië de twee verdachten alsnog uitleverde voor berechting door een speciaal Schots gerechtshof in het Nederlandse Kamp Zeist, een voormalige Amerikaanse luchtmachtbasis. Een van de twee werd op 31 januari tot levenslang veroordeeld wegens de aanslag op het PanAm-vliegtuig dat neerstortte op het Schotse dorpje Lockerbie. De aanslag eiste 270 levens. De tweede verdachte is wegens gebrek aan bewijs vrijgesproken. In de jaren '70 en '80 werd Gaddafi internationaal berucht om de steun die hij terroristen zou verlenen en om zijn inmenging in interne aangelegenheden van buurlanden.

Pan-afrikanisme
Ook aan de slogans die Gaddafi gebruikt en de symbolen waarmee hij zich omringt, is te merken dat hij zich van het pan-arabisme is gaan toeleggen op het pan-afrikanisme. Hij heeft zich opgeworpen als een van de oudere staatsmannen van het continent en hij trad op als bemiddelaar in regionale conflicten zoals de oorlogen in Sudan en Congo. Gaddafi ontvangt herhaaldelijk Afrikaanse leiders en heeft met verschillenden samenwerkingsovereenkomsten getekend.

Gaddafi's pogingen om het imago van een gerespecteerd pan-Afrikaans leider te verwerven, worden ondermijnd door spanningen in eigen land tussen Libiërs en zwarte Afrikaanse arbeiders. Volgens officiële opgaven kwamen in september bij botsingen tussen Libische jongeren en Afrikanen zes mensen om het leven. Aangenomen wordt echter dat het dodental veel hoger is.

De Afrikaanse arbeiders, die naar Libië werden gelokt door Gaddafi's verhalen over Afrikaanse broederschap, worden door Libiërs verantwoordelijk gehouden voor een stijging van misdaad, prostitutie en drugsgebruik in het land. Libië heeft 331 mensen voor het gerecht gedaagd in verband met de onlusten, zowel Libiërs als gastarbeiders uit onder andere Niger, Nigeria en Ghana.