Boekrecensie

Titel: Nieuwe moslims; veertien portretten van Nederlandse en Vlaamse moslims
Auteur: Ton Crijnen

Uitgeverij: Bulaaq
Amsterdam, 1999
ISBN 90 5460 057 8
Pagina's: 155
Prijs: ƒ 28,50

Recensie door H. J. Takken - 17 november 1999

Hoofddoek als
grootste breekpunt

Elk jaar bekeren zich naar schatting ruim honderd Nederlanders tot de islam. Wie zijn zij eigenlijk? Wat bezielt hen om dit te doen? En hoe reageert de omgeving op hun overgang? Ton Crijnen interviewde twaalf Nederlanders en twee Belgen die moslim zijn geworden en bracht hun verhalen samen in zijn vanmiddag gepresenteerde boek ”Nieuwe moslims”.

Op een knappe manier weet de auteur –redacteur geestelijk leven bij het dagblad Trouw– de geïnterviewden uit hun tent te lokken, hen bevragend en het gesprek sturend zonder zelf als interviewer in het vizier te komen. De verhalen zijn steeds onopgesmukt, af en toe onthutsend, en laten zich lezen als boeiende maar waar gebeurde romans. Zo passeren veertien totaal verschillende personen, met ieder een geheel eigen visie en houding, de revue: een fanatieke en een mystieke moslim (soefi), een moderne en een traditionele moslim, een lesbienne en een ex-priester met nogal onorthodoxe opvattingen, een welbespraakte student en een Nederlandse vrouw die er mee kan leven de tweede vrouw van haar Turkse man te zijn.

De inhoudsopgave laat zien dat een groot deel van de bekeerlingen een nieuwe naam heeft aangenomen: Bas heet nu Abbas en mevrouw Goudman heeft nu Fatima als roepnaam. Daar wordt helaas geen verklaring voor gegeven en Crijnen bevraagt hen daar ook niet op, terwijl men toch bewust voor een nieuwe, islamitische naam heeft gekozen. Hoe heeft de omgeving daarop gereageerd? En wat is de reden dat Stella van de Wetering en Mariette Bogaers bijvoorbeeld ervoor kozen hun oude naam te houden? Enkele geïnterviewden, zoals Stella en Mariette, zijn regelmatig in de publiciteit geweest. Sommigen hebben leidinggevende functies mede vanwege hun kennis van de islam en van de Arabische taal en cultuur.

Islamitische partner
De meeste 'nieuwe moslims' zijn op de weg van de islam gekomen door een islamitische partner. Een van hen brengt naar voren dat „volgens de islamitische regels een moslimman wel met een joodse of christelijke vrouw mag trouwen, vooropgesteld dat eventuele kinderen uit dat huwelijk volgens de regels van de koran en de overleveringen van Mohammed worden opgevoed, maar dat het een moslimvrouw streng verboden is een niet-moslim te huwen.” De Nederlandse mannen die een moslimvrouw trouwden, konden dat omdat zij moslim waren geworden.

Het meest opvallend is wel dat twaalf van de veertien geïnterviewden van rooms-katholieken huize zijn. Dat zal mede te maken hebben met de grote ruimte die men in de Rooms-Katholieke Kerk aan elkaar geeft en de geringe kennis die er bij velen is van het christelijke geloof. Afval van het christelijke geloof blijkt (vooral als het vergeleken wordt met afval van het geloof in de islam) tamelijk makkelijk geaccepteerd te worden. In sommige gevallen is er zelfs begrip voor. Natuurlijk lezen we ook van onbegrip bij familie en vrienden en de onwil om nog verder met een bekeerling(e) om te gaan. Soms blijkt trouwens de hoofddoek, waarmee de bekeerlinge het anders-zijn benadrukt, een groter breekpunt dan het nieuwe geloof.

Geloof
De nieuwe moslims laten ons niet in het ongewisse wat betreft hun motieven om moslim te worden. Het blijkt te gaan om „push- en pullfactoren”. Voor sommigen lag de reden vooral in de aantrekkingskracht van de islamitische gemeenschap of van het islamitische geloof. Zij werden getroffen door de grote gastvrijheid en saamhorigheid, die ze juist zo gemist hadden in de oude kerkelijke gemeenschap. Anderen gaven aan vooral inhoudelijk tot de islam getrokken te zijn: de eenvoud van de leer, de concreetheid van de voorschriften en het positieve denken over de mens. Dit naar hun zeggen in tegenstelling tot de ingewikkeldheid van een drie-eenheidsleer, het vage van de voorschriften in het christelijke geloof en het sombere mensbeeld in het christelijke geloof, in het bijzonder de leer van de erfzonde.

Wat het boek zo waardevol maakt, is de vele informatie die de lezer terloops krijgt over het islamitische geloof en de oosterse cultuur, over bidden en vasten, over hoofddoeken en besnijdenissen, over huwelijken en echtscheidingen. Afhankelijk van de geïnterviewde krijgen we een negatief of een positief beeld van de islam. Soms is er een sterke overlap met christelijke gedachten. De volgende woorden bijvoorbeeld zullen ook christenen aanspreken: „Vijf keer per dag bidden brengt je ertoe om met een zekere regelmaat de hectiek van werk en vermaak te onderbreken en je met God bezig te houden. Zou dat vaste ritme er niet inzitten, dan loop je de kans dat het bidden versloft.” Andere 'nieuwe moslims' blijken met dit voorschrift van de islam grote moeite te hebben, niet omdat het niet goed zou zijn, maar omdat het voor hen te zwaar is.

Huwelijk
Omdat veel Nederlandse meisjes verliefd raken op buitenlandse moslimjongeren en zich niet realiseren welke vragen en problemen op hen af kunnen komen, zijn ook de passages die gaan over het huwelijk belangwekkend. Een van de geïnterviewde vrouwen zegt: „In het begin van ons huwelijk waren de rollen evenwichtig verdeeld. We deden veel samen: ons werk, het huishouden. Met de komst van de kinderen veranderde dat. Toen kwam de huishouding meer en meer op mijn schouders terecht. Het feit dat ik ook nog steeds buiten de deur, in onze eigen zaak werkte, stimuleerde hem niet huishoudelijke taken met mij te delen. Hij was daar in principe niet te beroerd voor, maar ik denk dat het klassieke rollenpatroon er vanuit zijn Arabische cultuur toch te diep ingebakken zat. Ofschoon hij alles kon, van hemden strijken tot en met maaltijden koken, zag hij het steeds minder als zijn taak om mij daarbij te helpen. Dat leidde op den duur tot spanningen.”

Behalve informatief en boeiend is het boek voor christenen ook appellerend en zet het aan tot een kritisch denken over de leer en de praktijk van hun eigen geloof. Hoe functioneert de christelijke gemeenschap, thuis en in de kerk? Wat bedoelen christenen als ze belijden te geloven in Jezus de Zoon van God en dat God Zich geopenbaard heeft als Vader, Zoon en Geest? Christenen kunnen alleen maar tot hun eigen voordeel daar grondig mee bezig zijn.