Boekrecensie

Titel: Geroepen tot man
Auteur: Dick Langhenkel

Uitgeverij: Boekencentrum
Zoetermeer, 2001
ISBN 90 239 0847
Pagina's: 114
Prijs: 24,25

Recensie door drs. P. J. Vergunst - 5 september 2001

Mannen zonder dubbel gezicht

In de christelijke mannenbeweging zoals die de afgelopen jaren terzijde van de kerkelijke verenigingen in ons land gestalte gekregen heeft, is ds. Dick Langhenkel een medebepalend gezicht. Samen met Ouweneel, De Knijff en Binnendijk –voor de mannen Willem, Wim en Henk– behoort hij tot het kwartet veelgevraagde sprekers op mannendagen en -conferenties. Dick schrijft ook.

De ervaring en de houding van ds. Langhenkel als echtgenoot én als legerpredikant maken dat zijn optreden en woorden prima passen binnen de formule van de toerustingsbijeenkomsten voor christenmannen. Hij spreekt en schrijft vanuit een positieve instelling, is radicaal, kwetsbaar en to the point, beter: op het hart gericht. Daarmee heeft hij ervoor gezorgd dat de uitgever zijn ”Man naar Gods hart” al vier keer moest drukken. Dit in 1996 verschenen boek behandelt de rol die de man op de diverse terreinen van het leven heeft. Nu ligt ”Geroepen tot man” er, een vervolg.

Deze nieuwe publicatie haakt aan bij en komt voort uit de sterk gegroeide mannenbeweging. In aansluiting op de titel zegt ds. Langhenkel dat man-zijn een roeping is. Ik zou hier niet zo'n sterke nadruk op willen leggen. Christen-zijn is een roeping, getuige-zijn is een opdracht, maar daarin doet het er voor God niet meer toe of we man dan wel vrouw, slaaf dan wel vrij mens zijn. Dat neemt niet weg dat de man in zijn echtgenoot- en vader-zijn, op de werkvloer en binnen de gemeente een roeping heeft.

Aangeleerd gedrag
Het man-zijn voor Gods aangezicht en naar Zijn hart kan in de praktijk van ons leven als onbereikbaar ideaal ervaren worden. De inzet van ”Geroepen tot man” is in dit opzicht pastoraal: het gaat niet om zondeloosheid, maar om een levensstijl waarmee we Gods hart verblijden door oprecht te zijn, „eerlijk gemaakt voor God”, zoals een van onze Apeldoornse oud-predikanten vaak zei. Ds. Langhenkel doet een appèl om in onze levensstijl iets van Christus te laten zien. Dan is het opvallende dat ánderen deze navolgers van Hem christenen gaan noemen, zoals in Antiochië.

Zijn ervaring in het leger zal maken dat ds. Langhenkel alle uiterlijke vormen die niet gekoppeld zijn aan innerlijke doorleving, als aangeleerd gedrag terzijde legt. Christelijke kunstjes. In zijn appèl volgt hij de Spreukendichter, die zegt: „Behoed uw hart boven al wat te bewaren is, want daaruit zijn de uitgangen des levens.”

Vanuit die grondhouding bespreekt de auteur een aantal deelterreinen waarop mannen blijkbaar nogal eens de fout in gaan: omgaan met lijden en ziekte, erotiek, taalgebruik en vergeving. Rode draad is het strijden tegen dubbelheid. Hierin ligt mijns inziens de kracht van dit boek. Het komt immers voor dat mensen die ijveren voor gefilterd of helemaal geen internet, vrouw en kinderen avond aan avond verwaarlozen dankzij de computer. Het komt voor dat mannen die willen dat hun vrouw en dochters als toonbeelden van zedigheid gepaste kleding dragen, zelf een leven hebben dat draait om pornografie. Niks ten nadele van nette kleding en gefilterd internet natuurlijk, maar het gaat hier om de dubbelheid.

Toewijding aan God
Zijn woordkeus maakt duidelijk dat ds. Langhenkel zijn ambtelijke dienst niet verricht heeft als pastoraal werker in een verzorgingstehuis, maar dat hij gewerkt heeft met Jan Soldaat. „Waar halen sommige vaders het recht vandaan om dit boek (het bijbelboek Hooglied, PJV) onder het vloerkleed te vegen?” Met confronterend taalgebruik als stijlfiguur heeft hij een doel, het is zijn wapen. „Ik weet het, ik schrijf wat direct, maar hopelijk bereik ik juist u, die zich al zo lang voor de gek heeft gehouden.” In die zin is zijn woordkeus functioneel.

Het verlangen van de auteur dat mannen hun leven in toewijding aan God en de naaste besteden, vindt hopelijk breed herkenning in onze dagen vol materialisme en carrièredrang. Langhenkel fundeert dit leven mijns inziens wel te eenzijdig op de keuze die mannen doen moeten. „Een keuze die we allemaal kunnen maken.” Jawel, maar gaan Gods beloften en Zijn roepstem ook principieel niet vooraf aan ons leven met Christus?

Ik leg een verband met wat ds. Langhenkel zelf schrijft in het hoofdstuk over vergeving. „Ik kan mij ook niet herinneren dat ik de laatste tien jaar een preek heb gehoord waarin zonde en schuldbesef centraal stonden.” Terecht ageert hij hier tegen hen die niet willen weten van een persoonlijk God, maar blijven hangen in een religieus besef, binnen of buiten de kerk. Hij beschrijft hier tevens zijn eigen kerkelijke context, die nu en dan tussen de regels van dit boek door oplicht. De boodschap van zijn boek is er overigens niet minder waardevol om.