Boekrecensie

Titel: De kerk op adem
Auteur: drs. P. J. Vergunst (red.)

Uitgeverij: Groen
Heerenveen, 2001
ISBN 90 5829 189 8
Pagina's: 179
Prijs: ƒ 24,95
Recensie door ds. J. Westerink - 15 augustus 2001

Bundel biedt bezinning op positie hervormd-gereformeerden

Ballingen in een Babel-cultuur

Welke plaats neemt de kerk in te midden van de wereld van de 21e eeuw? De bundel ”De kerk op adem” probeert op die vraag een antwoord te geven. Het boek wil laten zien welke invloeden het hervormd-gereformeerde deel van de Hervormde Kerk ondergaat vanuit het geheel van die kerk, en vanuit de evangelische beweging en de reformatorische kerken.

plattekstTer gelegenheid van het terugtreden van dr. ir. J. van der Graaf als algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond in de Nederlands Hervormde Kerk belegde het hoofdbestuur van de bond in de zomer van 2000 een symposium over het thema ”De kerk op adem”. De ondertiteling luidde: ”Hervormd-gereformeerden in een driestromenland”. De referaten die toen gehouden werden, zijn –in uitgewerkte vorm en met een aantal aanvullingen– gebundeld in een boek dat het thema van het symposium als titel heeft meegekregen.

In het boek komen wezenlijke en actuele vragen aan de orde, die hier toegespitst worden op het gereformeerde deel van de Hervormde Kerk, maar die evenzeer andere kerken van de gereformeerde gezindte raken. Alleen daarom al is het goed dit boek te lezen en zich op de vragen die gesteld worden te bezinnen. Wie dat doet zal veel herkenbaars ontdekken, veel waarmee hij zal instemmen, maar ook het nodige –afhankelijk van de eigen plaats binnen het geheel– dat vragen oproept. Niet alle wegen die gewezen worden zijn begaanbare wegen voor wie bij het licht van Gods Woord zijn weg zoekt.

Drie stromen
Na een meditatie van drs. R. H. Kieskamp volgt een hoofdstuk waarin de bekende godsdienstsocioloog prof. dr. G. Dekker een sociologische analyse geeft van de veranderende cultuur waarin wij leven en waarop de kerken een antwoord moeten geven. Vanuit het ”driestromenland” komen de reacties van dr. K. Blei, die de oecumenische stroming vertegenwoordigt, prof. dr. W. J. Ouweneel, die optreedt als representant van de evangelischen, en ds. A. Moerkerken, die het geluid van de reformatorische kerken vertolkt. Nadat dr. W. Verboom als hervormd-gereformeerde met de voorgaande schrijvers in gesprek is gegaan, roept ds. G. D. Kamphuis in een artikel dat dit gedeelte van het boek afsluit op tot voortgaande bezinning, gepaard gaand met een leven voor Gods aangezicht. In het tweede deel van het boek zien wij hoe de drie stromen plaatselijk een rol spelen in een viertal gemeenten: Asperen, Delft, Huizen en Lunteren.

Besmet
Het belangrijke artikel van prof. Dekker geeft een tekening van de situatie die in veel opzichten somber stemt. Hij noemt onze tijd een tijd van privatisering en individualisering. Kerk en godsdienst zijn een klein deeltje geworden te midden van de vele deeltjes waaruit het leven bestaat, en los daarvan. Mensen vullen zelf in hoe zij willen geloven. Men zoekt een gemeente die bij iemand past. De kerk kan daarop reageren door zich aan te passen, of door zich in een isolement op te sluiten. Dekker kiest ervoor met de wereld en de tijd te onderhandelen en zo een soort middenweg te zoeken.

Dr. Blei gaat in zijn artikel vooral in de richting van aanpassing. Hij spreekt van het pek van de cultuur, waar je niet alleen mee besmet wordt omdat je ermee omgaat. Naar zijn gedachte moeten wij ons ook willen laten besmetten. De gereformeerde belijdenis behoeft ons daarbij niet in de weg te staan, omdat het in die belijdenis meer gaat om een grensbepaling dan om een inhoudelijke beschrijving van wat de kerk gelooft en belijdt. De consequentie van die opvatting wordt zichtbaar in het voorbeeld dat Blei geeft op blz. 43, waar hij naar mijn gedachte de grens overschrijdt van wat de Schrift zegt over verzoening door het kruis van Golgotha.

Somber gestemd
Behartigenswaardige opmerkingen staan in het artikel van prof. Ouweneel. Maar als hij het beeld van de jongste en de oudste zoon uit de gelijkenis toepast op respectievelijk geëmancipeerde christenen en reformatorische christenen die zich verschuilen achter overgeleverde vormen en onwrikbare tradities, vraag ik mij af of hij over de eerste groep niet te optimistisch en de tweede groep niet te pessimistisch denkt. Wanneer Ouweneel tot de tradities die heroverwogen moeten worden, niet alleen het punt van kleding en bijbelvertaling noemt, maar ook de kinderdoop, trekt hij lijnen die een gereformeerd mens niet volgen kan.

Ds. Moerkerken ten slotte is het somberst gestemd over de cultuur en pleit voor het isolement. Hij sluit zich in zijn spreken over de bevindelijk gereformeerden aan bij de dissertatie van dr. C. S. L. Janse. Ds. Moerkerken typeert de prediking die deze groep lief is en hun levenshouding. Voor hem is het niet de belangrijkste vraag of wij relevant zijn voor de samenleving waarin de kerk een plaats heeft. Hij verwijst naar Paulus, die niet relevant was voor de mannen op de Areopagus, maar die wel een boodschap had. Een zin in zijn artikel die mij bijzonder aansprak wil ik u niet onthouden: „Persoonlijk ben ik er tot in mijn nieren van overtuigd dat het een aperte leugen is dat de bevindelijk gereformeerde prediking zoals die vanouds onder ons is gebracht, 'niet meer landen' zou bij de jeugd” (blz. 83). Misschien leggen we verschillende accenten, maar fundamenteel en principieel ben ik het daar hartgrondig mee eens.

Babel-cultuur
Dr. Verboom reageert op wat de voorgaande auteurs hebben geschreven. Hij tekent de hervormd-gereformeerden zoals zij er ongeveer (willen?) uitzien. Om weer te geven welke positie christenen in deze wereld hebben in te nemen ten opzichte van aanpassing of isolement, gebruikt hij de positie van Abraham en Mozes naast elkaar. Niet tegenover elkaar, maar wel onderscheiden van elkaar. Daarbij wordt Abraham gezien als de man die met een opdracht van God de wereld inging en Mozes als de man die in het geloof kwam tot een breuk met de wereld van Egypte.

Ik begrijp, meen ik, wat Verboom daarmee bedoelt. Maar toch kan ik hem niet volgen. Is er bij Abraham toch ook niet allereerst de breuk met de wereld van Ur, zoals bij Mozes met die van Egypte? Wat mij opvalt –ook in het artikel van Kamphuis, waarvoor ik veel waardering heb– is dat de aanpassing nadrukkelijk wordt afgewezen. Maar hoe zit het met het isolement? Kan er niet een moment komen dat Gods volk zich moet terugtrekken in het isolement? Wanneer onze cultuur naar het woord van prof. dr. ir. E. Schuurman de trekken vertoont van een Babel-cultuur, klinkt dan niet de roepstem van God zoals wij die lezen in Openbaring 18: „Gaat uit van haar, Mijn volk”?

Gedateerd
De lezer merkt: je bent zomaar in gesprek met de schrijvers van dit boek. Dat is hun bedoeling, en daartoe lokt het boek uit. Het lijkt me de beste aanbeveling. In dit boek gaat het om wezenlijke zaken die van levensbelang zijn voor de kerk in Nederland. Met het oog op dat doel zou het tweede deel van dit boek gemist kunnen worden. Het is aardig om te lezen, er zit ook veel herkenbaars in. Maar dergelijke interviews passen beter in een magazine dan in een boek. Ze zijn te zeer gedateerd, denk alleen aan de namen die genoemd worden. En wat onder Delft te lezen staat over scholen en andere kerken, kan in ieder geval niet op deze generaliserende manier.

Doelstelling van opstellers en schrijvers is te komen tot voortgaande en gezamenlijke bezinning. Van harte hoop ik dat deze bedoeling wordt bereikt. Het gaat in de kerk niet om onze zaak, maar om Gods zaak.