Boekrecensie

Titel: De kerk op orde? Vijftig jaar hervormd leven met de kerkorde van 1951
Redactie: prof. dr. W. Balke, prof. dr. A. van de Beek en dr. J. D. Th. Wassenaar

Uitgeverij: Boekencentrum
Zoetermeer, 2001
ISBN 90 239 0415 x
Pagina's: 320
Prijs: ƒ 39,90

Recensie door M.M.C. van der Wind-Baauw - 25 april 2001

Kritische terugblik op 50 jaar leven met hervormde kerkorde

Om de boel bij elkaar te houden

De hervormde kerkorde en het rapport over de verzoening, dat de synode in december aanvaardde, gaan aan hetzelfde euvel mank. Ze dienen om de boel bij elkaar te houden. Het gaat, aldus prof. dr. A. van de Beek, om de veiligstelling. „Daarom vrees ik dat het niet gaat waarom het moet gaan: waar we als kerk voor leven en sterven.”

De kerkorde is volgens de Amsterdamse hoogleraar een papieren tijger, zo lek als een zeef. Dat schrijft hij in ”De kerk op orde?”, waarin hij met zestien andere scribenten terugblikt op vijftig jaar leven met de hervormde kerkorde. De presentatie heeft vrijdag plaats.

Het boek valt uiteen in vijf delen: grondslagen, kernthema's, vergaderingen, beheer en recht, terugblik en vooruitzicht. Er is gekozen, aldus de redacteuren prof. dr. W. Balke, prof. dr. A. van de Beek en dr. J. D. Th. Wassenaar, voor een breed forum van scribenten. Dat blijkt wel te kloppen. Uit zo ongeveer alle hoeken van de kerk –”Het Gekrookte Riet” ontbreekt– hebben theologen en juristen een bijdrage geleverd. Daarmee is het een echt hervormd boek geworden, bijna zo breed als de kerk zelf.

Zelfs zij die niet schromen de kerk voor de rechter te dagen, mogen in dit boek hun zegje doen. Mr. L. Hardenberg (advocaat van de vrijbeheergemeenten) bijt de spits af met een artikel over het eigene van het kerkrecht en zijn verhouding tot het Nederlandse recht. Mr. J. J. H. Post (advocaat van de hervormde gemeente Ouddorp en eerder van Gameren) gaat in op het dilemma regeer en beheer. In zijn bijdrage voert hij een reeks rechterlijke uitspraken aan van voor 1951 om te bewijzen dat de synode niet bevoegd was op het gebied van het beheer verbindende regels te stellen. En... de synode zag dat destijds zelf ook onder ogen, zo blijkt.

Uitputtingsslag
De cruciale vraag in de vrijbeheerkwestie die uit deze constatering voortvloeit: Wat is er veranderd tussen 1951 en 1991, toen de synode alsnog bindende regels op het gebied van het beheer ging stellen? Of had de synode in 1951 meer rechten dan zij toen zelf dacht? Rechterlijke uitspraken, opgediept door Post, bevestigen dat laatste niet. Hij concludeert: „Het beheer is weliswaar geregeld, doch het werd vastgesteld voor hen die wilden toetreden.”

De rechter zou er goed aan doen genoemde historisch-juridische vragen te beantwoorden. Zijn volgende uitspraak in de beheerkwestie kan daardoor alleen maar aan kracht van overtuiging winnen. Dat de Hervormde Kerk uniforme, algemeen geldende regels mag stellen, is duidelijk. Maar geldt dat ook specifiek het beheer? De rechter zal de strijdende partijen een dienst bewijzen als hij helder uitlegt wanneer en hoe de kerk dat recht heeft verworven.

De zaak dreigt, aldus Post, uit te lopen op een uitputtingsslag. Tegelijk valt uit zijn bijdrage af te leiden dat de zaak nog wel eens eerder afgerond kan zijn dan menigeen denkt. De Hoge Raad mag namelijk alleen klachten behandelen wegens schending der wet. Cassatie in de kerkvoogdijkwestie is volgens die regel niet mogelijk, omdat kerkelijk recht geen wetgeving in formele zin is.

Mr. L. Hardenberg, duidelijk niet onkundig van deze gedachtegang, maakt zich echter sterk voor het tegendeel. Geeft hij in zijn artikel alvast een schot voor de boeg in de kerkvoogdijkwestie? Is hij er niet gerust op dat de vrijbeheergemeenten in hoger beroep zullen winnen en poogt hij de weg vrij te maken voor een vervolg? De tijd zal het leren.

De jurist ziet in ieder geval zelf wel degelijk openingen om geldend kerkrecht voor toetsing in cassatie in aanmerking te laten komen. Kerkrecht is een eigen recht, stelt hij, en geen privaatrechtelijk reglement.

Geen ruzie
De Hervormde Kerk gaat in dit boek onder het röntgenapparaat en tekortkomingen komen aan het licht. Dr. G. Bos: „De kerk lijkt niet veel meer te kunnen doen dan het leveren van gespreksnota's waarin verschillende standpunten naast elkaar worden gezet.” Andere scribenten zien het in december aangenomen rapport over de verzoening er positief uitspringen.

Maar bij prof. dr. A. van de Beek is dat aanzienlijk minder het geval. „Dat is niet omdat bijna alles wat in dat stuk staat niet zou overeenstemmen met het belijden van de kerk van alle eeuwen. Maar het wordt allemaal net zo geformuleerd dat het elan ontbreekt. Het is niet het visioen waarvoor we staan en waarvoor we gaan. Het is veelmeer allemaal gematigd orthodox correct weergegeven. Je krijgt er geen ruzie over.”

En van de kerkorde deugt de theologie volgens hem niet. „Het apostolaat stond zo centraal, dat het belijden in verbondenheid met de kerk van alle eeuwen niet tot zijn recht kon komen.” Of om het met dr. ir. J. van der Graaf te zeggen: Het apostolaat heeft het belijden als het ware opgeslokt.

Tegelijk steekt de studiesecretaris van de Gereformeerde Bond de hand in eigen hervormd-gereformeerde boezem als hij schrijft: „Ik onderken het gevaar, dat het apostolaat in die gemeenten waar de reformatorische belijdenis hooggehouden wordt, er soms maar wat bijbungelt. Is de prediking bijvoorbeeld van het Koningschap van Christus over machten en wereld in de samenlevingen en culturen niet vaak stiefmoederlijk bedeeld in een overaccentuering van de vraag naar het zielenheil?”

Aan de andere kant wijst hij terecht op het gevaar van apostolaat dat „het heil binnenwerelds en binnentijdelijk maakt en de gemeente in de woestijn doet dolen.” Dat is zijns inziens dé grote schaduw van het kerkelijk leven na 1951.

”De kerk op orde?” is een veelkleurig boek met voor ieder wat wils en daarmee waarschijnlijk ook voor ieder minder aansprekende bijdragen.

Wat prof. dr. G. D. J. Dingemans schrijft, roept herkenning op. Hij legt de vinger bij de „onvoorstelbare bureaucratie” in de kerk en bij het feit dat 'professionals' het voor het zeggen hebben. „Er is geen goed georganiseerd tegenwicht tegen de machtsstructuren van de meerdere vergaderingen en vooral van de bureaus met hun managers. De nadruk is steeds meer op het synodaal komen te liggen in de samenstelling 'presbyteriaal-synodaal'.” En wie herkent dat niet?

Informatie
”De kerk op orde?” biedt al met al een schat aan informatie, die goed van pas komt in deze tijd waarin nog steeds aan een nieuwe kerkorde wordt gewerkt. Van de geschiedenis kun je immers leren. Zeker zij die zich nog hebben te buigen over de kerkorde (in ruimere zin) van de SoW-kerk kunnen niet om dit boek heen. Het biedt niet alleen achtergrondinformatie, het stelt ook kritische vragen aan de ontwerpkerkorde en -ordinanties en het boek draagt nieuwe suggesties aan.