Boekrecensie

Titel: Andere katholieken
Auteur: Paul Luykx

Uitgeverij: Sun
Nijmegen, 2000
ISBN 90 6168 590 7
Pagina's: 336
Prijs: ƒ 49,50

Titel: Een tijdsbeeld uit Brabant: 1960-2000
Auteur: Jan van Bijsterveldt en Laurens van Vroonhoven

Uitgeverij: Damon
Leende, 2000
ISBN 90 5573 119 6
Pagina's: 240
Prijs: ƒ 32,50

Titel: Nieuwe katholieken
Auteur: Arjan Broers e.a.

Uitgeverij: Lannoo
Tielt, 2000
ISBN 90 209 3994 7
Pagina's: 224
Prijs: ƒ 42,50

Recensie door dr. C. S. L. Janse - 25 oktober 2000

Doorkijkjes in de
rooms-katholieke wereld

Anders dan in de Scandinavische landen betekende de reformatie In Nederland niet het einde van het katholicisme. Een belangrijk deel van de Nederlandse bevolking bleef Rome trouw. Tot in de jaren zestig zelfs bijzonder trouw. Daarna takelde het roomse bolwerk snel af. Velen hadden aan de paus en zijn reactionaire bisschoppen geen boodschap meer. Trouwens ook voordien was de omvangrijke rooms-katholieke bevolkingsgroep minder volgzaam en minder homogeen dan velen meenden.

Dat laatste gezichtspunt komt expliciet aan de orde in het onlangs verschenen boek ”Andere katholieken” van de historicus (docent contemporaine geschiedenis in Nijmegen) Paul Luykx. Zonder nu de hele geschiedenis van het verzuilde twintigste-eeuwse katholicisme in Nederland op z'n kop te willen zetten, vraagt hij aandacht voor de andere kant van het verhaal.

Het was immers niet zo dat vrijwel alle rooms-katholieken zich zonder protest schikten in de kerkelijke richtlijnen, of die nu de politieke eenheid, de huwelijksmoraal of het lidmaatschap van de Rotary betroffen. Trouwens ook binnen de clerus liepen de opvattingen uiteen. Zelfs de bisschoppen zaten niet altijd op een lijn. Door meningsverschillen binnen het college verscheen het bisschoppelijk schrijven ”De katholiek in het openbare leven van deze tijd” niet bij het eeuwfeest van het herstel van de kerkelijke hiërarchie, maar een jaar later (1954). Tegenover de zuidelijke bisschoppen, die de strenge lijn voorstonden, vonden de bisschop van Haarlem en de latere kardinaal Alfrink dat men de teugels niet te strak moest aantrekken.

Verzuiling
Voor de oorlog liepen niet alle rooms-katholieken warm voor de KRO. Notaris Luykx uit Hilversum streefde in de jaren twintig naar een nationale omroep. Aartsbisschop Van de Wetering, met wie hij hierover regelmatig contact had, stond aanvankelijk niet afwijzend ten opzichte van deze gedachte. Al spoedig kregen echter de voorstanders van een eigen katholieke omroep de overhand.

De verzuiling was bij de rooms-katholieken zo massaal, omdat zij van bovenaf werd opgelegd. Het was niet meer dan een oppervlakkig groepsconformisme. Bij de gereformeerden ging het veelmeer om een dieperliggende persoonlijke keuze. Vandaar dat de aftakeling van de rooms-katholieke zuil in de jaren zeventig en daarna veel sneller ging dan de teruggang van de kleinere protestantse zuil.

De auteur laat ook zien dat de aardverschuivingen in de jaren zestig hun voorspel hadden in het voorliggende decennium. Uit allerlei ontwikkelingen bleek toen reeds dat de Rooms-Katholieke Kerk haar invloed op de gelovigen (met name de jongeren) kwijtraakte. Trouwens, al voor de oorlog was het ondanks de voetbalkapelaans zo dat veel roomse jongeren in neutrale voetbalclubs speelden. Vandaar de klacht van de bischoppen dat „een zéér groot deel van onze katholieke jeugd in dezen de noodige volgzaamheid weigert.” Ook inzake het dansen gingen roomse jongeren hun eigen weg.

Brabantse priesters
In het boek ”Een tijdsbeeld uit Brabant 1960-2000” volgen de beide auteurs, Jan van Bijsterveldt (inmiddels overleden) en Laurens van Vroonhoven de groep van negentien mannen die in 1960 door bisschop Beckers van Den Bosch tot priester wordt gewijd. Opgegroeid en opgeleid volgens het oude systeem en tewerkgesteld in een homogeen rooms-katholiek gebied, krijgen zij volop te maken met de aardverschuivingen die zich daar voltrekken. „Er is in deze 40 jaren meer veranderd dan in de 400 jaren daarvoor”, zo merkt een van hen op.

Het eens zo vanzelfsprekende en dominerende rooms-katholicisme komt duidelijk in de crisis. Dat geldt trouwens ook voor de meeste priesters van de betreffende lichting (cours '60 in het rooms-katholieke spraakgebruik). Bijna de helft legt het ambt neer, een even grote groep blijft de kerk trouw, de resterende drie blijven wel in het ambt, maar nemen toch afstand van de kerk.

De auteurs, die zelf ook deel uitmaken van cours '60, beschrijven de achtergronden van hun studiegenoten en de instelling die zij hadden toen zij de wijding ontvingen. Vervolgens wordt van elk de verdere levensloop gememoreerd.

Bij hen die met het ambt breken, is in de meeste gevallen een vrouw in het geding. Niet al die ex-priesterhuwelijken worden trouwens een succes. En in een aantal gevallen was waarschijnlijk ook zonder het celibaatsprobleem de band met ambt en kerk verbroken.

Zij die in het ambt blijven, krijgen in de loop der jaren steeds meer te maken met een teruglopend kerkbezoek, met mensen voor wie het traditionele geloof niets meer zegt. Ook zelf raken ze op drift, de een meer dan de ander.

Na de progressieve bisschoppen Beckers en Bluyssen gaat ook in Den Bosch een andere wind waaien. Voor sommigen vergroot dat de afstand tot de kerk. Met de standpunten van bisschop Ter Schure kunnen ze niets. Ze trekken zich daarom van hem (en van de uitspraken van de paus) niet veel aan.

Bijbellezen
Een van de in het ambt gebleven priesters constateert een groot gebrek aan inspiratie in de kerk. „De Heilige Geest laat, denk ik, op het ogenblik goed verstek gaan”. Maar hij houdt moed. „De Heilige Geest komt nog wel een keer voor de dag.”

Niet zonder betekenis is dat bij een aantal priesters de Bijbel meer aandacht krijgt. Zij vertellen dat zij het verplichte brevieren (het opzeggen van de gebeden) vervangen hebben door het lezen in de Bijbel. „Ik heb veel Schrift gelezen en ben er door ontroerd”, zegt een van hen.

Maar dat dat bijbellezen enige vrucht heeft gedragen, blijkt in het boek nergens. Integendeel, op een enkele traditioneel georiënteerde priester na, overheerst een vrijzinnig katholicisme, dat niet veel verschilt van een religieus getint humanisme. Typerend is in dit verband de uitspraak: „Ik ben er meer voor het geluk van de mensen dan voor het instituut kerk.” Vandaar dat men vaak aansluiting vindt bij vrijzinnig gereformeerden als Kuitert en Den Heyer (in het boek aangeduid als de theoloog Heyder). In plaats van de openbaring neemt men zijn uitgangspunt in de ervaring van mensen.

Sfeer boven leer
Het mag dan zijn dat velen de Rooms-Katholieke Kerk verlaten hebben of bezig zijn die te verlaten, er zijn ook buitenstaanders die katholiek worden. Dat zijn geen grote aantallen, maar het is ook weer niet helemaal een incidenteel verschijnsel. Nu de natuurlijke aanwas voor de Rooms-Katholieke Kerk en ook voor de andere kerken lang geen vanzelfsprekendheid meer is, krijgen overgangen van volwassenen extra waarde en ook extra aandacht. Bij hen zou immers sprake moeten zijn van een vrije en authentieke keuze.

In het boek ”Nieuwe katholieken”, waaraan een groot aantal auteurs meewerkte, komen zo'n vijftien nieuwe katholieken aan het woord en wordt hun ontwikkelingsgang becommentarieerd. Duidelijk is wel dat het die nieuwe katholieken meer gaat om de sfeer dan om de leer. De paus is ver weg en aan zijn standpunten heeft men veelal geen boodschap. Het is het gemeenschapsleven in de plaatselijke parochie en de rijke liturgie, die de nieuwe gelovigen hebben aangetrokken.

„Nee, ik heb niet echt ergens moeite mee. Ook niet met de dogma's van de kerk. Die vul ik zelf in”, aldus de 55-jarige Kees Lobbe. Een vrouw combineert haar katholicisme met het tegenwoordig zo populaire reïncarnatiegeloof.

Onder degenen die hun levensloop vertellen, zijn er drie afkomstig uit de gereformeerde gezindte. Een was hervormd-gereformeerd, twee waren christelijk gereformeerd. Vergeleken met het strenge geloof van thuis ervaren zij het hedendaagse katholicisme als een bevrijding.

Nu pretendeert het boekje niet een strikte dwarsdoorsnede te geven van de populatie nieuwe katholieken. Maar helemaal toevallig zal die relatief grote inbreng vanuit de gereformeerde kring niet zijn. Voor deze mensen ligt de hedendaagse katholieke geloofsbeleving (waarin je tamelijk vrij gelaten wordt om datgene op te pikken wat je aanspreekt) ergens halverwege de relatief strenge kerk waar ze vandaan komen en de onkerkelijkheid.

Bekeer u tot Mij
Wat hebben deze nieuwe katholieken ons te zeggen? Wat is de waarde van die bekeringen? Is het een pluspunt dat ze nu toch nog ergens aan geloven? Dat ze toch nog enig christelijk normbesef hebben, al is de seksuele moraal van de RK-Kerk hen meestal te streng? Is er ook een bundel te maken van mensen die, van elders komende, in de gereformeerde gezindte hun geestelijk houvast gevonden hebben?

Wat heeft het ons te zeggen dat ”zoekende zielen” vooral aangesproken werden door de sfeer, de liturgie, het gemeenschapsgevoel? Leent het katholicisme zich gemakkelijker voor een dergelijke esthetisering van het geloof en verklaart dat ook waarom dichters en kunstenaars (en in het algemeen vrouwen) relatief gemakkelijk de weg vinden naar de kerk van Rome? Dat zijn allemaal vragen die zich in dit verband aan ons opdringen.

Bekeringen zijn er in soorten, dat kan duidelijk zijn. „Zo gij u bekeren zult Israël, spreekt de HEERE, bekeer u tot Mij” (Jer. 4:1). Niet voor niets spreekt de Heidelbergse Catechismus voortdurend over de waarachtige bekering. Evenzo laat de Heidelberger ons zien dat het zowel gaat om het existentiële als om het leerstellige en het ethische. Dat geldt ook voor religieuze zoekers in deze postmoderne tijd.