Boekrecensie

Titel: Naam en bezit van de naaste, laatste deel in de serie ”Hoe lief heb ik Uw wet”
Auteur: ds. R. van Kooten

Uitgeverij: Den Hertog
Houten, 1999
ISBN 9 033 114 259
Pagina's: 153
Prijs: ƒ 29,50

Recensie door ds. A. Schreuder - 1 maart 2000

De praktische Heidelberger

Het is verbazend hoe actueel de Heidelbergse Catechismus is. Ds. R. van Kooten laat in het laatste deel van de serie ”Hoe lief heb ik Uw wet” zien dat het mogelijk is vele pijnlijke onderwerpen aan de hand van de catechismus eerlijk aan de harten van de hoorders (lezers) te leggen.

De schrijver behandelt in dit deel het achtste, negende en tiende gebod aan de hand van de zondagen 42, 43 en 44. Het boek is vlot geschreven en gemakkelijk te lezen. Een pakkende stijl kan ds. Van Kooten niet worden ontzegd. De opzet van het boek en de hoofdstukken zijn overzichtelijk.

In het Woord vooraf motiveert de auteur nog eens waarom de behandeling van de Tien Geboden zo nodig is in het midden van de gemeente. Hij wijst op twee gevaren in deze tijd. Het ene is het wetticisme. Het gevaar daarvan is dat we de regel en de vorm gaan verheffen boven het leven en de inhoud. Het andere gevaar dat hij aanwijst, is dat we meeglijden in het moderne leven. Dan beginnen we met te zeggen dat we het niet meer precies weten, vervolgens gaan we vragen stellen bij de traditie, om uiteindelijk terecht te komen bij het tegenovergestelde. Juist het weer tot gelding brengen van Gods geboden in leer en leven bewaart voor beide gevaren en helpt om staande te blijven in de zuigkracht van deze tijd.

Na het Woord vooraf wordt in de hoofdstukken 1 t/m 5 zondag 42 behandeld. In 6 t/m 12 komt zondag 43 aan de orde. De resterende hoofdstukken 13 t/m 17 gaan over zondag 44.

Het sprak mij aan dat de auteur elke zondag met de bijbehorende vragen en antwoorden en verwijsteksten iedere keer tot een apart hoofdstuk heeft gemaakt. Terwijl ik doorlas, trof het me weer dat de Heidelberger vertolking is van het Woord. Wie ons de Heidelberger afneemt, neemt ons het Woord af.

Rentmeesterschap
In de vervolghoofdstukken bespreekt de auteur de antwoorden en gaat dan heel praktisch in op allerlei actuele thema's die het persoonlijke, kerkelijke, sociale en gezinsleven betreffen. Gods wet omvat ons hele leven, dat blijkt ook vooral in deze zondagen.

Dit boek van ds. Van Kooten laat zien dat het mogelijk is vele pijnlijke onderwerpen aan de hand van de catechismus eerlijk aan de harten van de hoorders (lezers) te leggen. Het laat ook zien hoe nodig de uitleg van de catechismus in de gemeente is voor het praktische leven van alledag. Ook blijkt duidelijk dat catechismusprediking voluit bediening van het Woord is.

De hoofdstukken over het achtste gebod zijn een doorlichting van ons hele leven. In hoeverre leven we het rentmeesterschap uit, omdat alle dingen Gods eigendom zijn? In de hoofdstukken over het negende gebod legt de auteur de diepste wortel van ons bestaan bloot, namelijk dat we ten diepste allemaal leugenaars zijn omdat we aan de leugen (in allerlei gradaties) meer geloof hechten dan de waarheid van Gods Woord.

In het laatste deel van ”Naam en bezit van de naaste” komt het tiende gebod aan de orde. We zitten vol verdorven begeerten, maar er zijn ook geoorloofde begeerten.

Spanning
In de laatste twee hoofdstukken gaat het om de vragen of Gods kinderen deze geboden volkomen kunnen houden en of de wet wel zo scherp gepreekt moet worden. Wetsprediking is nodig voor Gods kinderen als een tuchtmeester tot Christus.

In het gedeelte over de verhouding wet en Evangelie laat ds. Van Kooten zien dat hoe scherper de wet wordt gepredikt, hoe ruimer het Evangelie dan zal doorklinken. Niet Evangelie zonder wet en ook geen wet zonder Evangelie. Dit is ten diepste de spanning waarmee iedere predikant worstelt bij de behandeling van deze zondagen over de Tien Geboden. Ds. Van Kooten toont dat de Heidelberger daarin het juiste midden heeft bewaard, tot opbouw van een gezond geestelijk leven.