Boekrecensie

Titel: Gemeentezijn; dat houdt wat in
Auteur: dr. J. Hoek

Uitgeverij: Boekencentrum
Zoetermeer, 1999
ISBN 90 239 0495 8
Pagina's: 133
Prijs: ƒ 22,50

Recensie door drs. H. Korving - 19 januari 2000

De gestalten van de gemeente

Onder de titel ”Gemeentezijn; dat houdt wat in” schreef dr. J. Hoek een boeiend en vlot leesbaar boekje. Het is het eerste deel van de nieuwe reeks ”Bouwen aan de gemeente”. Deze staat onder redactie van drs. M. van Campen en dr. Hoek. Dit eerste deel kan gezien worden als het theologisch uitgangspunt van de reeks.

Het doel dat de auteur zich stelt, is gemeenteleden te informeren inzake de taak en de betekenis van de christelijke gemeente. Behalve informatie biedt dit boekje ook suggesties om het gebodene in praktijk te brengen. Op grond van een verkenning van de bijbelse gegevens tekent de auteur vijf hoofdgestalten van de christelijke gemeente: de lerende gemeente, de vierende gemeente, de pastorale gemeente, de getuigende gemeente en de dienende gemeente. Verder bespreekt hij thema's zoals eenheid en verscheidenheid in de gemeente, de relatie tussen jongeren en ouderen in de gemeente en ambten en gaven in de gemeente.

Het boek sluit af met een hoofdstuk waarin de auteur beschrijft hoe er voor de kerk in de storm van de huidige tijd toch een toekomstperspectief kan zijn. Elk hoofdstuk wordt afgesloten met een aantal gespreksvragen, die dienstig zijn voor een gezamenlijke bespreking of persoonlijke bezinning. Tot zover een globale kenschets van de inhoud van dit boek.

Spiegel
Hoe dit boek te beoordelen? De waarde ervan ligt in het feit dat de auteur de (soms teleurstellende) praktijk van het gemeente zijn spiegelt aan een aantal bijbelse noties, om vervolgens suggesties te doen die tot verbetering zouden moeten leiden. „Terug naar het bijbelse ideaal” is het stilzwijgende adagium. De auteur verlangt naar een nieuw reveil in de 21e eeuw (blz. 125). In dat verband is zijn pleidooi voor een vernieuwing van de kerk te zien waarin ik een oprecht verlangen naar het welzijn van Gods kerk proef.

Terecht schrijft hij dat het gemeente zijn meer moet inhouden dan „op de winkel passen” (blz. 19). De kerk zou zich er meer op moeten toeleggen ook voor buitenstaanders een aantrekkelijke gemeente te zijn (blz. 45, 46). Zijn kritiek is dat de erediensten in de orthodox-protestantse traditie te passief zijn geworden (blz. 39). De gemeente zou meer voluit betrokken moeten worden bij schriftlezingen, inzameling van gaven, gebeden, doopbediening en avondmaalsviering. Van Willow Creek kunnen we best wat leren om een getuigende gemeente te worden (blz. 68). Kinderen moeten meer betrokken worden bij alle onderdelen van de eredienst. Er moet ruimte zijn voor staan, bewegen, huppelen, in de handen klappen, elkaar een hand geven of omhelzen, een kring vormen (blz. 104).

Leentjebuur
Dit is zomaar een greep uit de veelheid van suggesties die in dit boek te vinden zijn. Mijn vraag is of dit nu een nieuwe ontdekking is van dr. Hoek, of dat we voor dit type gemeente zijn leentjebuur kunnen spelen bij de evangelische gemeenten? Ik zou dit boek willen typeren als een vorm van evangelicale theologie. Ik doe dit op grond van blz. 92. Daar pleit dr. Hoek voor een evangelisch-relativerende houding ten aanzien van de vormen en tegelijk een waakzame, behoudende houding ten aanzien van de inhoud van de boodschap. Naar mijn gedachten gaat er echter iets wringen als we een reformatorische boodschap in een evangelische verpakking willen aanbieden. Vorm en inhoud dienen daarvoor naar mijn smaak meer op elkaar afgestemd te zijn dan in dit boekje wordt voorgesteld.