Boekrecensie

Titel: De verdwenen klas
Auteur: Gerbrand Fenijn

Uitgeverij: Callenbach
Kampen, 2001
ISBN 90 266 1079 3
Pagina's: 119
Prijs: 19,90

Recensie door J. Mijnders - 28 augustus 2001

Schoolklas in een schoenendoos

Help! Een schoolklas blijkt plotseling spoorloos verdwenen. De politie staat voor een groot raadsel. Dan vindt de 12-jarige Fin Valke een rode schoenendoos. Wanneer hij het deksel eraf haalt, ontdekt hij iets wonderlijks. In de doos krioelen ruim dertig miniatuurkinderen en een paar miniatuurvolwassenen. Als bange muizen kruipen ze bij elkaar in een hoekje…

Professor Crompaz is zeer tevreden. Na een lange tijd van experimenteren is zijn uitvinding, een verkleiningsapparaat, gereed. Hij kan nu alles verkleinen wat hij wil. Twee van zijn helpers verkleinen met succes een schoolklas en stoppen de minikinderen en minileerkrachten in een schoenendoos.

Onderweg naar de professor verliezen ze de schoenendoos even uit het oog. Daardoor komt de doos met de vreemde inhoud in handen van Fin Valke. Fin neemt Miranda in vertrouwen. Samen voorzien ze de minimensjes van eten en drinken.

Uiteindelijk komen ze terecht bij dr. Kirstel. Deze geleerde heeft een vergrootapparaat ontwikkeld. Fin en Miranda gaan bij hem logeren. Ze zijn elke keer aanwezig als de minimensjes enige tijd onder een speciale lamp worden gezet. Na een aantal dagen moet volgens dr. Kirstel te zien zijn dat de minimensjes weer groter worden.

Maar helaas! De minimensjes werken al snel niet meer mee. Zodra de lamp wordt aangedaan probeert iedereen zich te verstoppen. Waarom?

Onbetrouwbare knecht
Er is volgens Fin maar een oplossing om daarachter te komen: „Ik moet klein worden. Op die manier kan ik met ze praten en ze duidelijk maken dat ze door het lamplicht weer gaan groeien.” Dat gebeurt dan ook. Door het aanflitsen van een lamp wordt Fin verkleind tot vijf centimeter. Hij komt al snel achter de reden van de angst voor de lamp: De huisknecht van dr. Kirstel is niet te vertrouwen. Deze knecht laat de minimensjes briefjes lezen waarin hij ze waarschuwt vooral niet in het lamplicht te gaan staan. Nu Fin verkleind is, gaat de huisknecht door met zijn waarschuwingen: „Luister niet naar de praatjes van Fin. Trap er niet in en blijf weg uit dat licht!”

Door een slimme truc weet de huisknecht (een helper van professor Crompaz) de minimensjes te stelen en naar zijn baas te brengen. Het wordt tenslotte nog spannend. Zal het de politie lukken om de professor en zijn helpers te overmeesteren en de minimensjes te redden?

Sprookjesachtig
Gerbrand Fenijn heeft al veel goede boeken op zijn naam staan (onder andere boeken met een –bijbelse– geschiedenisonderwerp). Maar wat heeft hij voor ogen gehad toen hij dit boek schreef? Een spannend boek? Een grappig boek? Een fantasieverhaal? Het is me helaas niet duidelijk geworden.

Waarom zo'n irreëel thema? Natuurlijk is het niet te vergelijken met de Harry Potter-serie of de boeken van Paul van Loon, maar een boek over mensen die door lamplicht worden verkleind en vergroot doet op z'n minst sprookjesachtig aan.

Door dit onwerkelijke thema te laten plaatsvinden in het leven van twee hedendaagse jongeren ontstaat een ongelukkige vermenging van twee werelden.