Boekrecensie

Titel: Strijd voor de koning, een boek vol ridderverhalen
Samenstelling: John Schrijnemakers

Uitgeverij: Ploegsma
Amsterdam, 2000
ISBN 90 216 1683 1
Pagina's: 224
Prijs: ƒ 29,90

Recensie door J. Mijnders - 28 maart 2001

Moed, eer en trouw in ridderverhalen

Om jonge lezers kennis te laten maken met de verhalenwereld van de Middeleeuwen heeft John Schrijnemakers de mooiste verhalen uitgezocht. Ze zijn uitgegeven bij Ploegsma onder de titel ”Strijd voor de koning”.

Voor de liefhebber van ridderverhalen zal dit boek waarschijnlijk weinig verrassends te bieden hebben. De samensteller heeft namelijk uit elf bekende boeken gedeeltes gekozen die de sfeer en de inhoud ervan goed weergeven. Zo kan de lezer hoofdstukken aantreffen uit onder meer ”Tristan en Isolde” (Jaap ter Haar), ”De gebroeders Leeuwenhart” (Astrid Lindgren) en ”De lans en het zwaard: Jeanne d'Arc” (Michael Morpurgo).

Schrijnemakers geeft in zijn voorwoord al aan dat het in ridderverhalen naast de zwaardgevechten vooral gaat om woorden als moed, eer en trouw. Al lezend viel het mij op dat ridderverhalen een vaak sprookjesachtige sfeer hebben. Ook de religie ontbreekt in veel verhalen niet. Dat is verklaarbaar, omdat in de Middeleeuwen het geloof en de kerk een veel nadrukkelijker plaats innamen dan tegenwoordig. Ook worden de lezers verplicht om na te denken over goed en kwaad, leven en dood, oorlog en vrede. Uiteraard moeten de hoofdpersonen in deze ridderverhalen het slechte overwinnen. Verder krijgt de lezer regelmatig wijze lessen. Zo staat in het eerste verhaal uit ”Jonker Niels van Eka” (Astrid Lindgren): „want hij die kwaad doet in zijn leven kan rust noch vrede vinden.”

Fragmenten
Het is in deze recensie onmogelijk om de inhoud van de verhalen weer te geven. Het mooiste verhaal komt voor mij uit ”De brief voor de koning” (Tonke Dragt). In deze bundel is het eerste gedeelte uit dit boek opgenomen. Hierin maken we kennis met schildknaap Tiuri, die een nacht in een kapel moet doorbrengen. Daarna zal hij tot ridder worden geslagen. Tijdens de wake wordt er echter op de deur geklopt. Tegen de opdracht in opent Tiuri deze deur. Dringend wordt hem gevraagd een brief te brengen aan de Zwarte Ridder met het Witte Schild. Dat is voor Tiuri het begin van een lange reis en voor de lezer de start van een prachtig avontuur.

Hiermee ben ik gelijk bij een groot nadeel van dit boek: het bevat slechts fragmenten. Bij enkele verhalen val je als het ware met de deur in huis, waardoor het moeilijk is om de verschillende personen te kunnen plaatsen. Bij andere verhalen ben je nieuwsgierig naar het vervolg dat er niet is.

Oneens ben ik het met de in het voorwoord vermelde doelgroep: „lezers vanaf acht jaar.” Kinderen in groep vier en vijf van de basisschool zie ik deze verhalen (op misschien een enkele uitzondering na) niet lezen. Daarvoor zijn ze te moeilijk. Een leeftijd van minstens tien jaar lijkt me geschikter als aanbeveling.