Boekrecensie

Titel: Harry Potter en de steen der wijzen
Vertaling: Wiebe Buddingh

Uitgeverij: De Harmonie
Amsterdam, 1998
ISBN 90 7617 408 3
Pagina's: 230
Prijs: ƒ 29,90

Titel: Harry Potter en de geheime kamer
Vertaling: Wiebe Buddingh

Uitgeverij: De Harmonie
Amsterdam, 1999
ISBN 90 7617 412 1
Pagina's: 254
Prijs: ƒ 29,90

Titel: Harry Potter en de gevangene van Azkaban
Auteur: J. K. Rowling
Vertaling: Wiebe Buddingh

Uitgeverij: De Harmonie
Amsterdam, 2000
ISBN 90 7617 414 8
Pagina's: 326
Prijs: ƒ 29,90

Titel: Harry Potter and the Goblet of Fire
Auteur: J. K. Rowling

Uitgeverij: Bloomsbury Publishing
Londen, 2000
ISBN 0 7475 4624 x
Pagina's: 636
Prijs: ƒ 57,95

Recensie door Enny de Bruijn - 4 oktober 2000

Harry Potter weet in een paar jaar tijd de wereld te veroveren

De toverkracht van een kinderboek

Miljoenen en miljoenen exemplaren zijn wereldwijd over de toonbank gegaan, in meer dan dertig talen. Harry Potter is de grote kinderboekenheld van het moment. De populariteit van de tovenaar-in-de-dop stijgt nog steeds, hoewel tal van christenen grote moeite hebben met zijn magische karakter. Hoe terecht zijn hun bezwaren? Zijn de Harry Potter-boeken echt occult, of gaat het hier alleen om de magie van de literatuur?

De kinderboekenserie van de Engelse schrijfster Joanne K. Rowling (1965) is de rage van het moment. Volgens de voorzitter van de Amerikaanse uitgeversvereniging is Harry Potter „echt een tovenaar. Kinderen die vroeger enkel televisie keken en videospelletjes deden, zitten nu te lezen. Een kleine jongen die gedaan krijgt waar alle goedbedoelende volwassenen niet in slagen, is natuurlijk gevaarlijk. Stel je maar eens voor dat die kinderen blijven lezen, ook als ze volwassen zijn. Waar moet het dan heen met ons land?”

Zelfs als je de Harry Potter-boeken uiterst kritisch ter hand neemt, merk je al gauw dat ze verslavend zijn. Om allerlei verschillende redenen kun je je aangesproken voelen: de verhalen zijn spannend, hebben een onverwachte afloop, zitten vol humor en taalgrapjes, gaan over een jongen die iedereen te slim af is, en verwijzen steeds weer naar andere boeken en verhalen. „Het kan haast niet anders of de Harry Potter-boeken zijn zo'n daverend succes omdat ze alle populaire ingrediënten van kinderliteratuur als in een toverdrank in zich verenigen”, schrijft Xandra Schutte in Vrij Nederland.

Bezemstelen
Het leven van de auteur vertoont wel een paar overeenkomsten met dat van haar hoofdpersoon. Ze begint als bijstandsmoeder, en binnen een paar jaar is ze dankzij haar boeken een van de meestverdienende vrouwen van Engeland. Datzelfde Assepoestermotief –Rowling wil haar eigen geval overigens zeker niet overdrijven– is zichtbaar in het leven van Harry Potter.

Harry is een wees met de slechtste pleegouders ter wereld, maar hij blijkt een heel bijzonder kind te zijn. In de tovenaarswereld is hij zelfs beroemd. Dat spreekt ieder mens aan: wie koestert niet de illusie dat hij lang niet zo onbetekenend is als hij eruitziet? In elk deel van de serie verschijnt het Kwaad in een nieuwe gedaante, zodat Harry met frisse moed ten strijde kan trekken en op de laatste pagina's de overwinning behalen. Om het luchtig te houden beleven hij en zijn vrienden tussen de bedrijven door allerlei onschuldige kostschoolavonturen. De leerlingen van Zweinstein zijn, als het erop aankomt, gewone kinderen met ruzies en vriendschappen, lessen en wedstrijden, onverwachte streken en onvermoede mogelijkheden. Alleen is Harry's verleden uiterst geheimzinnig. In elk nieuw deel kom je een klein beetje meer te weten – hét middel om de lezer tot het einde toe vast te houden.

Dat is de oppervlakte van het verhaal. Wie meer leeservaring heeft, kan ook andere dingen ontdekken. De Middeleeuwen bijvoorbeeld. De dieren die de leerlingen van Zweinstein leren verzorgen –griffioenen, eenhoorns, draken– lijken zo weggewandeld uit een middeleeuws bestiarium, en de recepten voor de toverdranken die ze bereiden, doen denken aan een al evenoud alchemieboek.

Hoewel alle dreuzels (niet-tovenaars) uit Harry's omgeving een eigentijds bestaan leiden, met koelkasten en computers, auto's en centrale verwarming, ziet de tovenaarswereld er heel anders uit. Wie de beschikking heeft over magie, heeft geen techniek nodig. Dus schrijven de leerlingen hun aantekeningen met een ganzenveer op perkament, vliegen ze op bezemstelen, warmen ze zich bij het haardvuur en vinden ze alles wat ze weten moeten niet op internet, maar in de bibliotheek.

En dan zijn er nog de originele verzinsels van de schrijfster, die de lezer steeds weer verrassen. De tovenaarsleerlingen spelen geen voetbal maar zwerkbal, waarbij twee teams op bezemstelen elkaar in de lucht bevechten. De post wordt per uil bezorgd, er is een apart ministerie van Toverkunst –de perikelen daarvan doen erg aan de 'gewone' politiek denken–, er zijn sprekende spiegels en bijtende boeken. De natuurwetten staan minder vast dan in het 'normale' leven, maar daartegenover staat dat de tovenaarswereld eigen regels kent, waaraan nauwgezet de hand gehouden wordt.

Afwijzing
De Harry Potter-boeken zijn spannend, origineel, humoristisch, ze hebben een boodschap –het goede overwint het kwade– en zetten kinderen aan het lezen. Maar ze zijn niet christelijk. Sterker: veel christenen, met name in de Angelsaksische wereld, blijken er grote moeite mee te hebben. Ze wijzen op de magische karakters (heksen, tovenaars, aardmannetjes, weerwolven), de soms gewelddadige gevechten, de dubieuze moraal (niet altijd doen Harry en zijn vrienden wat hun leraren zeggen), de aandacht voor moord en doodslag, en het verslavende karakter van de boeken.

Er zijn echter ook andere geluiden. August Hans den Boef in Hervormd Nederland: „Dat zware Angelsaksische christenen de Potter-boeken uit de schoolbibliotheken willen verwijderen omdat die strijdig met de bijbel zouden zijn, is onbegrijpelijk. Kennelijk is hun de positieve boodschap van Rowling ontgaan: ijver, liefde, vriendschap, solidariteit en loyaliteit.” En Wim Houtman in het Nederlands Dagblad: „Occult? Ik zie het er niet in. Als je wilt, ja, dan kun je met allerlei figuren aan de haal gaan (...). Maar dan overvraag je J. K. Rowling.”

Charles Colson bespreekt de boeken uitvoerig in zijn conservatief-christelijke radioprogramma Breakpoint: „Van de moed, trouw en opofferingsgezindheid van Harry en zijn vrienden in de strijd tegen het kwaad valt veel te leren in deze ik-gerichte wereld.” In feite speelt Harry Potter in op het menselijke verlangen naar het mysterieuze, waarin onze dagelijkse ervaring tekortschiet, vindt Colson. „De aantrekkingskracht van verhalen over een andere wereld, zoals die van Harry Potter, is dat ze aansluiten bij onze honger naar het wonder van God. De banale wereld (...) kan dit verlangen nooit bevredigen. Maar Harry Potter is niet de ware oplossing. Dat is de reden waarom veel christenouders zich bezorgd maken.” Magische verhalen kunnen immers evengoed ontvankelijk maken voor mysterieus denken dat zich in de richting van occultisme ontwikkelt.

Kathedraal van Gloucester
In Amerika heeft het afwijzende standpunt van christenouders voor een rel in de media gezorgd, die de populariteit van Harry Potter alleen maar heeft aangewakkerd. In Engeland heeft de Anglicaanse Kerk een moeilijke beslissing moeten nemen: wordt er al dan niet meegewerkt aan de Potter-film die momenteel in productie is? Inmiddels is beslist dat de middeleeuwse kathedraal van Canterbury niet wordt omgetoverd in Zweinstein. Omdat het gaat om het belangrijkste centrum van de Anglicaanse Kerk, moest er rekening gehouden worden met de gevoelens van kerkleden die het aanstootgevend zouden kunnen vinden dat het gebouw als toverschool wordt afgebeeld.

Voor de 900 jaar oude kathedraal van Gloucester liggen de zaken kennelijk minder gevoelig: daar mogen wél opnamen gemaakt worden. De deken van de kathedraal is zelfs van mening dat mensen die protesteren een overtrokken reactie vertonen. Hij vindt de Potter-boeken „schitterend”: „Ze benadrukken dat waarheid beter is dan leugen, goed overwint kwaad, en dat je verantwoordelijk bent voor het gebruik van je gaven. Het zijn buitengewoon gezonde boeken, en kinderen zouden aangemoedigd moeten worden om ze te lezen.”

De standpunten liggen dus nogal verdeeld, op z'n zachtst gezegd. Dat heeft te maken met accenten in de theologie, maar ook met traditie en ontwikkeling. De evangelische christenen uit de Angelsaksische wereld nemen fel stelling, omdat ze er vast van overtuigd zijn dat heksen, tovenaars en demonen in werkelijkheid bestaan en heel reëel, machtig en gevaarlijk zijn. Daar moet je dus niet mee spotten.

De traditionele kerken zijn gematigder, ook al zullen zij de macht van het kwaad zeker niet ontkennen. Maar zij hebben een lange traditie op het gebied van theologie en filosofie en literatuur. Gezien in het licht daarvan lijkt Harry Potter veel minder gevaarlijk. Wie veel gelezen heeft, ziet in de boeken van Rowling dingen die hij al eerder tegengekomen is. Ze doen hem denken aan allerlei volkssprookjes –zoals het verhaal van Hans en Grietje–, aan de Narnia-verhalen van C. S. Lewis, aan ”Alice in Wonderland” en ”In de ban van de ring”, aan middeleeuwse Arthurromans en Griekse mythologie. Hij kan motieven herkennen en een plaats geven, en dus zullen ze hem –al dan niet terecht– minder schrik aanjagen.

Occult
De vraag blijft: Hoe reëel zijn alle door christenen genoemde argumenten, als je de boeken van J. K. Rowling erop naleest? Allereerst valt op dat de auteur heel voorzichtig is met betrekking tot het christendom. Ze legt in haar magische wereld geen enkele relatie met God of religie, ze wil kennelijk geen aanstoot geven. In haar boeken is sprake van een „sprookjes-orde” –de term is van Tolkien– waarin magie zich aan de wetten moet houden en goed niet vermengd wordt met kwaad.

De toverkunsten die de leerlingen op Zweinstein uitvoeren, lijken nogal onschuldig. Ze zijn „mechanisch, niet occult”, volgens Charles Colson. Eigenlijk bestaat dit soort toverij alleen maar in boeken. Als journalisten de schrijfster vragen of ze in toverkracht gelooft, zegt ze uitdrukkelijk: „Nee, dat is allemaal flauwekul. Ik geloof in de magie van de literatuur.” In haar boeken geen pentagrammen, geestenbezweringen of hogere machten. Harry en zijn vrienden brouwen middeleeuwse toverdranken, spreken spreuken in (potjes)Latijn, temmen fabeldieren en zoeken –zoals alle alchemisten in alle eeuwen die verstreken zijn– naar de 'steen der wijzen'. Hun toverkunst heeft een traditie.

Dat neemt niet weg dat er rond Harry Potter wel vragen overblijven, met name als het gaat om de beschrijving van geweld en dood. In de loop van de serie worden de boeken steeds harder. Zeker het laatstverschenen deel kan voor kinderen redelijk schokkend zijn. Er vallen verschillende slachtoffers, en ook de magische strijd tussen Harry en Voldemort kent huiveringwekkende momenten. Zo worden bijvoorbeeld de schaduwen van allerlei doden zichtbaar. Dat lijkt een beetje in de richting van het occulte te gaan, al kun je de bewuste passage ook symbolisch uitleggen.

Heksenjacht
Kortom, het is de vraag in welke richting de serie zich verder zal ontwikkelen. De bezwaren die christenen in het verleden soms aanvoerden tegen sprookjesverhalen, gelden hier natuurlijk onverminderd. Wie daar zwaar aan tilt, moet deze boeken in de kast laten staan. Maar dat geldt ook voor een groot deel van de wereldliteratuur, te beginnen met Shakespeare, Dickens, Goethe en Vondel. Reden om juist in het geval van J. K. Rowling een heksenjacht te openen is er niet.