Boekrecensie

Titel: Wat trek je aan?
Auteur: Sheila de Vries

Uitgeverij: Vassalucci
Amsterdam, 1998
ISBN 90 5000 119 X
Pagina's: 125
Prijs: ƒ 34,90

Recensie door Bea Versteeg - 6 februari 1999

Sheila de Vries opent boekje over juiste kleding

Een bruid draagt
geen horloge

Kleren maken de man. Een waarheid als een koe. De eerste indruk bepaalt in negen van de tien gevallen het beeld dat mensen van elkaar krijgen. Op het juiste moment in de juiste spullen gehuld zijn, is niet altijd eenvoudig. De vraag ”Wat moet ik nu aandoen”, bespringt zowel de bezitters van overvolle als van normaal gevulde klerenkasten.

Het was een bijeenkomst van zakenlieden. De zaal was gevuld met voornamelijk heren in twee- dan wel driedelig kostuum. De spreker van die middag had besloten zich daar niets van aan te trekken. Hoewel het hartje winter was, besteeg hij het spreekgestoelte in overhemd zonder stropdas en staken zijn voeten in sandalen.

De boodschap was even alternatief als hijzelf. Maar enkel zijn kleding zorgde er al voor dat zijn verhaal niet landde. Naar zo'n alternatieveling hoef je als gerespecteerd zakenman niet te luisteren, was de reactie van de zaal, hoewel niemand het hardop zei. Als de spreker zich evenals de zakenlieden in een pak had gehuld en zijn sandalen had bewaard voor een strandvakantie, waren zijn woorden in heel wat vruchtbaarder aarde gevallen.

Feestelijke kleding
Een ander voorbeeld. Het is 27 januari 1998. Koningin Beatrix geeft haar nieuwjaarsreceptie voor vertegenwoordigers van politieke en maatschappelijke organisaties. Dit keer vullen zij niet de zalen van het Paleis op de Dam, maar het Amsterdamse Concertgebouw. Ter gelegenheid van haar zestigste verjaardag trakteert de vorstin op een avondje cultuur. Op de uitnodiging staat dat feestelijke kleding op prijs wordt gesteld.

Die zin levert een bonte schakering van kleding op. Voor de heren is het gemakkelijk. Een aantal heeft zich in een smoking gestoken, de rest vindt een donker pak ook wel goed genoeg. Dat hebben ze toch ook aan als ze in het Paleis komen, dus waarom niet in het Concertgebouw?

De dames heeft de vraag ”Wat doe ik aan?” meer hoofdbrekens bezorgd. Zij die nog nooit iets dergelijks bij de hand hebben gehad, kiezen heel neutraal voor een wat lange rok met een mooi jasje. Er zijn er ook die denken dat het zondagse pakje wel kan. Natuurlijk grijpt een flink aantal de gelegenheid aan om de nieuwste avondjapon te showen. Sommigen proberen daarbij, o schande, de Koningin de loef af te steken. Maar het vermakelijkst wordt de hele partij als het feest is afgelopen. In de garderobe gaat over menige galajurk een winterjas, of erger: een wintersportjack.

Van dat laatste gruwt Sheila de Vries. De Amsterdamse modeontwerpster raadt ieder aan die zich ambtshalve of vrijwillig 's avonds in het lang steekt, een stola of shawl aan te schaffen. Het is slechts een tip die zij geeft in ”Wat trek je aan?” Met het boekje viert De Vries het feit dat ze 20 jaar in het vak zit.

Wehkamp
De Vries kan het weten. Zij steekt heel wat bekende Nederlanders, onder wie minister Jorritsma van Economische Zaken, in de kleren. Ook minder gefortuneerde landgenoten kunnen zich echter in haar creaties tooien. De Wehkamp-catalogus bevat sinds een paar jaar een bijlage waarin mantelpakjes voor het werk, auto-coatjes en andere kleding ontworpen door De Vries staan. Vanuit de luie stoel kan deze confectie worden besteld.

Het maken van confectiekleding is voor Nederlandse modeontwerpers een must. Zonder de Wehkamp en andere afzetkanalen zouden De Vries en haar collega's geen droog brood op de plank hebben. Ons land heeft te weinig mensen die louter haute couture dragen, dan wel het ervoor overhebben om voor een simpel pakje een paar duizend gulden neer te tellen.

Een andere geliefde bezigheid –want profijtelijk– voor de couturiers is het ontwerpen van bedrijfskleding. De verpleegkundigen van het Eindhovense Catharina Ziekenhuis hullen zich in uniformen die door Sheila de Vries zijn ontworpen. Binnenkort staan de medewerkers van McDonald's achter de counter in haar outfits. „Niet van die saaie ouderwetse uniformen voor al die jonge mensen die er werken, ik probeer iets te maken waar zij zich jong, mooi en lekker in kunnen voelen”, zo schrijft de bedenkster, die vaardiger met naald en draad is dan met de pen.

Praktisch
De Vries laat zich niet betrappen op verheven gedachten. Haar boekje met kledingtips is van een verbluffende eenvoud. Hoewel ze een afkeer heeft van alle vrijetijdskleding waarin de Nederlander zelfs naar kantoor gaat, vindt ze dat „iedereen vooral lekker moet aantrekken wat hij of zij wil. Natuurlijk moet kleding vooral praktisch zijn. Het vervelende is dat zodra mensen voor praktische kleding kiezen, ze meteen lijken te vergeten wat mooi is.”

De ontwerpster troost haar seksegenoten die tobben met hun figuur. Zij vindt het onzin om te streven naar de wespentaille van de fotomodellen. „Wij hebben allemaal een buikje.” En „Fotomodellen zijn in het echte leven veel minder 'volmaakt' dan ze worden afgebeeld.”

Op straat lopen we erbij zoals we werkelijk zijn. Het straatbeeld is wat dat betreft niet opwekkend. Heel wat Nederlanders doen maar wat, als het om kleding gaat. Als zij naar de adviezen van De Vries zouden luisteren, zouden ze er heel wat beter uitzien. Om dat doel te bereiken, zijn eenvoudige trucjes genoeg. Dames kunnen hun figuur er duizend keer beter uit laten zien, als zij de juiste lingerie dragen. Dus geen beha's of korsetten waar de vetrollen uitpuilen. Iedereen kent wel dikke mensen die op die manier denken hun figuur een dienst te bewijzen. Dat het in werkelijkheid vreselijk is om te zien, lijkt hen niet te deren. Deze dikkerds zouden een voorbeeld kunnen nemen aan koningin Beatrix. Zij past ook niet in maatje 42, maar houdt haar vetrollen keurig verborgen.

Als de Koningin ergens komt, past zij haar kleding aan de overige gasten aan. Die hoeven dus niet extra opgedoft te verschijnen als het om een gewone receptie gaat, zo wist De Vries de Rijksvoorlichtingsdienst te ontfutselen. Voor een dergelijke bijeenkomst raadt zij een ”tailleur” (mantelpak) of een ”complet” (jurk en jas van dezelfde stof) aan. Dames hoeven zich pas in het lang te steken als er op de uitnodiging ”gala soiree” of ”white tie” staat. Bij ”black tie” mag nonchalant lang, maar is een cocktailjurk ook goed. Die japon, van zwart stretchfluweel, voldoet ook als het om een ”cocktail” of een ”soiree” gaat.

Panty's
De Vries houdt niet van ingewikkelde kapsels, lagen make-up en bloot. Dames boven de 30 dienen ook bij een gala een japon met mouwen te dragen. Blote benen zijn in haar ogen, behalve op het strand, overal taboe. Panty's zijn naar het werk en andere gelegenheden verplicht. Met dit advies sluit ze aardig aan bij het boekwerk dat Buitenlandse Zaken zijn diplomates en diplomatendames meegeeft. „Een dame draagt altijd kousen”, luidt de ijzeren regel voor hen.

Kleding moet geen aanstoot geven, zowel wat de lengte als de vorm betreft. De gasten op een bruiloft mogen qua uitmonstering niet proberen de bruid naar de kroon steken. Het is haar dag en zij dient, zonder horloge, het middelpunt van het feest te zijn. Negen van de tien keer zal de bruid daar ook in slagen. Wat anders is soms de kleding van de stoet. Heel wat receptiegangsters in mantelpakjes voelen zich overdressed als zij zien dat de naaste familie het op een eenvoudige rok en blouse heeft gehouden. Voor Sheila de Vries is dan nog geen man over boord. Het is beter een beetje „overdressed door het leven te gaan dan underdressed.”