Boekrecensie

Titel: Echtscheiding kwam niet in mijn woordenboek voor
Auteurs: Maria Stoorvogel en drs. Anne Westerduin-de Jong

Uitgeverij: Kok
Kampen, 2000
ISBN 90 435 0265 0
Pagina's: 130
Prijs: ƒ 24,90

Recensie door drs. P. Eikelboom - 10 oktober 2001

Bijbels boekje over echtscheiding biedt steun en herkenning

Heroriënteren in een crisissituatie

Echtscheidingen veroorzaken veel verdriet. De auteurs van ”Echtscheiding kwam niet in mijn woordenboek voor” schreven er een boekje over. Anne Westerduin-de Jong is als onderzoekster betrokken bij huwelijks- en echtscheidingsproblematiek, terwijl Maria Stoorvogel persoonlijk ervaring met een echtscheiding heeft.

In ”Echtscheiding kwam niet in mijn woordenboek voor” laten de schrijvers christenen die gescheiden zijn aan het woord. Het boekje sluit op die manier dicht bij de praktijk aan en velen zullen zich herkennen in de beschrijving. De doelgroep wordt gevormd door de gescheidenen zelf en degenen in hun omgeving die (pastorale) zorg willen geven.

De auteurs hebben aan een twintigtal mensen schriftelijk vragen voorgelegd over de oorzaak van de scheiding, de gevolgen daarvan voor het geloofsleven, de verwerking ervan in relatie tot God, de reacties van de omgeving, de ervaringen met de pastorale zorg en de mening over een volgend huwelijk. De overgrote meerderheid van de benaderde personen heeft –met alle moeite die dat (opnieuw) gaf– openhartig vanuit de eigen ervaring gereageerd. Deze reacties komen in het boekje (geanonimiseerd) terug in talrijke citaten.

Een gevolg van deze aanpak is dat er een behoorlijke mate van subjectiviteit is. Echter, door het kader waarbinnen de auteurs de ervaringsverhalen plaatsen én door de variatie aan opvattingen en ervaringen in de bijdragen van degenen die gescheiden zijn, is er een publicatie ontstaan die een doorsnede biedt van de geschakeerde werkelijkheid.

Verbond
Het eerste hoofdstuk geeft inzicht in de diverse ervaringen rond het moment dat duidelijk wordt dat een huwelijk eindigt in een echtscheiding. Is dit hoofdstuk grotendeels opgebouwd uit tekstfragmenten van gescheidenen, hoofdstuk 2 gaat na wat Gods Woord over huwelijk en echtscheiding zegt en hoe daar in de loop der eeuwen exegetisch mee omgegaan is. De auteurs nemen hun uitgangspunt in de onontbindbaarheid van het huwelijk (Gen. 2:18-25). De zonde heeft de harmonisch bedoelde verhouding (verbond) tussen twee mensen echter verstoord. Daar ligt de wortel van huwelijksproblemen.

De auteurs vestigen de aandacht op het bijbelse onderscheid tussen echtbreuk en echtscheiding. Echtbreuk is de daad waarmee de huwelijkstrouw gebroken wordt. Echtscheiding is vaak het gevolg van echtbreuk. Zij bekrachtigt dan de breuk die er al was. Echtscheiding is in geval van echtbreuk niet verplicht. De Bijbel noemt twee gronden voor echtscheiding (echtbreuk/overspel en verlating vanwege religieuze oorzaken). De auteurs schetsen hoe de genoemde scheidingsgronden soms ruimer worden geïnterpreteerd. Zij kiezen daarin voor een niet te strikte benadering waarbij ”billijkheid” (Douma) een rol speelt. De onontbindbaarheid van het huwelijk, ook bij huwelijksmoeilijkheden, blijft wel de hoofdlijn.

Zelfontplooiing
Hoofdstuk 3 maakt inzichtelijk waarom echtscheiding vaker voorkomt dan vroeger. De visie op het huwelijk is veranderd en de nadruk op de individuele mening eist zijn tol. Daarbij is er meer aandacht voor gevoelens en zelfontplooiing.

In het volgende hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de oorzaken van scheiden. In zeventien pagina's worden eventuele oorzaken bij de partners zelf, in de relatie, in de maatschappij of in de omgeving beschreven. Hier hadden de schrijvers zich beter kunnen beperken tot enkele factoren. Nu blijft er te veel onuitgewerkt.

Hoofdstuk 5 beschrijft het leven na een echtscheiding. Vaak zijn de moeilijkheden verborgen gehouden en worden familie en gemeente verrast door de scheiding. De scheiding wordt beschreven als een crisissituatie, voor jezelf en voor de omgeving. Ieder moet zich heroriënteren in een fase van chaos en desintegratie. De gescheidene moet met God in het reine komen. Maar ook de kerk (hoofdstuk 6) en haar ambtsdragers moeten omgaan met een echtscheiding.

Soms wordt er steun vanuit het pastoraat ervaren, soms niet. Vooral niet als tucht een rol speelt. Helaas komt in de ervaringsverhalen nergens naar voren dat kerkelijke tucht niet juridisch maar medisch van aard is! Ook de auteurs laten dit punt in het volgende hoofdstuk onvoldoende doorklinken als zij stellen: „In zekere zin was het werk voor de ambtsdrager vroeger duidelijker. De centrale vraag bij een huisbezoek was: wie is de schuldige? Daarna konden maatregelen genomen worden.” (blz. 104). Zo ga je als ambtsdrager toch (?) niet op huisbezoek!

Deze kritische opmerkingen laten de goede adviezen richting het pastoraat onverlet. Hetzelfde geldt de adviezen aan iemand die gescheiden is en daarna verschillende fasen doormaakt voordat er weer wat stabiliteit in het leven komt.

Het boek besluit met een hoofdstuk over (niet) hertrouwen. De auteurs noemen dit een theologisch en een psychologisch vraagstuk, zonder positie te kiezen (blz. 120, 128). Wat mij betreft hadden zij dit wel mogen doen.

Kinderen
De auteurs zijn erin geslaagd om een goed leesbaar boekje te schrijven waarin op een toegankelijke manier fundamentele zaken evenwichtig besproken worden. Zij geven aan dat zij helaas niet alles wat aandacht verdient bespreken. Concreet noemen zij de betekenis van een echtscheiding voor de kinderen van een gezin. Bescheidenheid siert hen hier: op verschillende plaatsen wordt er (beknopt) wel aandacht aan de kinderen besteed. Dat dit facet vaak onderbelicht blijft, is intussen wel waar.

Conclusie: de auteurs hebben een boekje geschreven dat steun en herkenning kan bieden en tegelijkertijd tot nadenken stemt.