Boekrecensie

Titel: De flexibele mens. Psychogram van de moderne samenleving
Auteur: Richard Sennett

Uitgeverij: Byblos Boeken
Amsterdam, 2000
ISBN 90 584 7055 5
Pagina's: 192
Prijs: ƒ 34,90

Recensie door Kees Roest - 21 juni 2000

Kapitalisme brengt
moderne slavernij

Flexibiliteit is het codewoord van de moderne samenleving. Woonde en werkte men vroeger in Eindhoven, dan was het niet ongebruikelijk om twintig of dertig jaar bij een firma als Philips te blijven werken. Van de moderne mens wordt echter verwacht dat hij flexibel is en altijd bereid van werkomgeving, werkstijl en woonplaats te veranderen wanneer de markt dit gebiedt. Zo begint de flaptekst van Richard Sennetts nieuwste boek, getiteld ”De flexibele mens. Psychogram van de moderne samenleving”.

De oorspronkelijke titel van het boek luidt: ”The corrosion of character. The personal consequences of work in the new capitalism” (Corrosie van het karakter. De persoonlijke gevolgen van werk in het nieuwe kapitalisme). Sennetts boek heeft in korte tijd tien herdrukken beleefd en zou qua scherpte en kritiek vergelijkbaar zijn met het bekende boek van Neil Postman ”Amusing ourselves to death” (Nederlandse titel: ”Wij amuseren onszelf kapot”).

Sennett geeft als socioloog een diepgaande analyse van het moderne kapitalisme, dat de mond vol heeft van flexibiliteit en vrijheid, maar ondertussen leidt tot een nieuwe vorm van slavernij, die misschien wel verdergaat dan de onderdrukking van vroeger. Nu worden mensen niet alleen beroofd van hun stem, maar ook van hun identiteit. Op de vraag wie ze zijn, moeten steeds meer mensen het antwoord schuldig blijven.

Brokken arbeid
Carrière is niet langer een pad dat men voor zich uitgestrekt ziet en af kan lopen –letterlijk dus een loopbaan–, maar meer een reeks van opeenvolgende werkervaringen zonder duidelijke samenhang. Daarin komt het woord ”job” in zijn oorspronkelijke, letterlijke betekenis weer terug: een brok of stuk van iets dat in een kar kon worden vervoerd. Welnu: „de hedendaagse flexibiliteit brengt deze verouderde betekenis weer terug, nu mensen brokken arbeid, stukken werk, doen in de loop van hun leven.” Tegenwoordig is het reëel te verwachten dat iemand in de loop van zijn leven gemiddeld zo'n elf keer van baan verandert.

Dit heeft consequenties voor de vorming van iemands karakter. Sennett bedoelt dan niet zozeer karakter in de betekenis van een willekeurige reeks eigenschappen, maar karakter als „het resultaat van onze emotionele ervaringen op lange termijn”, karakter dat tot uiting komt door „trouw en wederzijdse betrokkenheid, of door het nastreven van doelen op lange termijn, of door uitgestelde bevrediging ter wille van een toekomstig einddoel.”

Geen stabiliteit
Sennett beschrijft de moderne mens, die in zijn postmoderne leefklimaat weinig meer ervaart van vastheid en stabiliteit. Niet alleen verandert deze mens regelmatig van werkkring, maar vaak ook noodgedwongen van woonomgeving. Alle gevormde sociale verbanden moeten dan weer van de grond af aan worden opgebouwd, om na verloop van tijd weer vrijwel volledig te worden ingewisseld voor andere.

Het wijgevoel ontbreekt in de moderne samenleving, of het is slechts in schijn aanwezig. Een wijgevoel dat totstandkomt via afgesproken gemeenschappelijke principes is geen echt wijgevoel. Een echt wijgevoel is er juist bij gratie van de erkenning van onderlinge verschillen. Het gaat door de weg van het conflict heen. Ook allerlei moderne vormen van teamwork lossen in dit verband niets op. „In een team wordt de ene taak na de andere verricht, terwijl de samenstelling van het team verandert. Sterke banden zijn daarentegen juist afhankelijk van langdurige samenwerking, en persoonlijker gezien, van de bereidheid bij anderen betrokken te raken.”

Slachtoffer
De afwezigheid van echte banden illustreert Sennett met een uitspraak van een lid van de directie van een groot concern tijdens een ontslagronde: „De mensen moeten inzien dat we hier allemaal in de een of andere vorm maar toevallig werken. We zijn allemaal slachtoffer van tijd en plaats.” Daarmee verdwijnt ook het gezag. Niemand is meer verantwoordelijk voor ontslagen. De ”verandering” is verantwoordelijk.

Organisaties worden steeds 'platter', maar terwijl het lijkt of de macht meer gelijk verdeeld wordt of zelfs verdwijnt, wordt ze in werkelijkheid onzichtbaarder maar groter. Sennett spreekt van „macht zonder gezag.” Wie ergens over klaagt wordt al gauw beticht van een gebrek aan teamgeest. Teamwerk is een prachtig instrument om het personeel te beheersen. Het kenmerkt zich door oppervlakkigheid, een nadruk op het heden en een vermijden van verzet en conflict.

Identiteitsuitholling
Omdat het geloof in iets vasts verdwijnt, raakt ook de persoonlijke identiteit uitgehold. Men heeft niet meer de ervaring 'echt' te zijn en raakt vervreemd van zijn behoeften en idealen. Wij staan, aldus de auteur, voor het probleem hoe we ons leven nog als een goedlopend en samenhangend verhaal moeten zien, terwijl het ene hoofdstuk niets meer met het andere van doen heeft. Tussen nu en over vijf jaar kan men van werkkring, woonomgeving, buren, verenigingen, kerk, partner en wat niet meer veranderd zijn.

Sennett beschrijft hoe een groepje mensen dat ontslagen is bij IBM, gemeenschappelijk tracht dit te verwerken. In toenemende mate worden deze mensen actief binnen hun plaatselijke kerk. Het lijkt of zij in de kerk compensatie zoeken voor het gemis aan verbondenheid op het werk. Voor een van hen krijgt dit een duidelijke geloofsdimensie. We horen hem zeggen: „Na mijn wedergeboorte in Christus kon ik de dingen beter aanvaarden, maakte ik me niet meer zo druk.” Al lezend bedacht ik hoezeer de kerk een tegenwicht kan bieden aan de middelpuntvliedende krachten in de postmoderne maatschappij. Voor hecht georganiseerde christenen, levend in een kluwenachtig en tot in al zijn uithoeken bereisbaar landje, is Sennetts boek misschien ten dele een waarschuwing voor wat ons te wachten staat, wanneer ook de banden met kerk, gezin en school steeds losser zouden worden.

Toegankelijkheid
De informatiedichtheid van Sennetts essay is hoog. Een twaalf pagina's tellend register is hiervan zowel het bewijs als een poging toch voor enige toegankelijkheid te zorgen. Vrijwel geen enkele bron wordt onbenut gelaten om het betoog kracht bij te zetten. Naar mijn smaak overspeelt de auteur daarmee zijn hand en doet dit eerder afbreuk aan het op zichzelf boeiende thema, dan dat zijn stelling er geloofwaardiger door wordt. De beschouwingen over Calvijn en Luther, ontleend aan Weber, zijn hiervan een voorbeeld en missen mijns inziens hun doel.

Concluderend kan gezegd worden dat Sennetts boek een boeiende analyse biedt van de moderne flexibele maatschappij en de afbrekende invloed ervan op de karakterontwikkeling. Voor de niet filosofisch geschoolde lezer lijkt het me –ondanks de vele breed uitgewerkte, helaas erg Amerikaanse voorbeelden– een pittig en hier en daar slecht leesbaar boek, waarin de rode draad niet altijd zichtbaar blijft. Daar staat tegenover dat iedere bladzijde afzonderlijk vaak al stof tot nadenken biedt.