Boekrecensie

Titel: Ik ben niet verdrietig, ik ben boos. Hoe oprecht zijn onze emoties?
Auteur: Mariëtte Baanders

Uitgeverij: Bert Bakker
Amsterdam, 1999
ISBN 90 351 2039 6
Pagina's: 237
Prijs: ƒ 34,90

Recensie door drs. A. Aleman - 5 april 2000

Het verborgen gevoelsleven belicht

In ”Ik ben niet verdrietig, ik ben boos”, betoogt Mariëtte Baanders dat sociale normen voor emotioneel gedrag een schadelijke invloed hebben op ons verborgen gevoelsleven. De oplossing: leren onze emoties oprecht tot ons bewustzijn toe te laten. Een op het eerste gezicht interessant boek, dat echter bij nader inzien voornamelijk op drijfzand berust, langdradig geschreven is en bovendien in strijd is met de Bijbel.

Sociaal-psychologe Mariëtte Baanders laat zien dat normen over hoe emoties geuit dienen te worden in belangrijke mate ons gedrag beïnvloeden. We komen niet te pas en te onpas bij onze collega's op het werk aan met onze radeloosheid over ons moeilijke kind; bij een goede vriend kunnen we er wel mee terecht.

Gedragsnormen schrijven niet alleen voor welke emotie we wanneer en tegen wie mogen uiten, maar ook hoe heftig de emotionele reactie mag zijn. Baanders geeft als voorbeeld dat het geaccepteerd wordt wanneer wij aangeven het „lastig” te vinden dat iemand te laat is voor een afspraak, waardoor ons dagprogramma in de war gekomen is. Zouden we echter stampvoetend, met gebalde vuisten en op luide toon ons ongenoegen kenbaar maken, dan zou de omgeving dit verontwaardigd als „overtrokken” afdoen.

Verborgen gevoelens
Baanders gaat nog een stap verder en toont de lezer dat niet alleen ons gedrag (hetgeen de buitenwereld waarneemt) beïnvloed wordt door emotienormen, maar ook ons innerlijke gevoel (dat de buitenwereld niet direct waarneemt). Doordat veel van onze privé-gevoelens (bijvoorbeeld boosheid, jaloezie) niet openlijk geuit mogen worden, ontstaat er onderdrukking van deze gevoelens. Wat we niet voelen, kunnen we ook niet laten zien naar buiten toe. Op deze wijze gaan normen die bedoeld zijn voor openlijk gedrag, ook gelden voor het gevoelsleven.

„We mogen ons niet alleen niet teleurgesteld tónen, we mogen het ook niet zíjn. We mogen ons niet alleen niet jaloers voordoen, we keuren het gevoel op zich evengoed af. We mogen pedofiele verlangens niet alleen niet uitleven, we mogen ze nog niet eens hebben” (blz. 42). Volgens Baanders moeten we af van deze emotienormen voor ons inwendig gevoelsleven, en zo al onze verborgen gevoelens tot ons bewustzijn toelaten en ze respecteren.

In sommige gevallen is het juist dat het „emotioneel gezond” is om je bewust te zijn van bepaalde gevoelens en die te erkennen. De titel van dit boek geeft daar een treffende illustratie van. Uit de psychotherapeutische praktijk is het een bekend verschijnsel: een depressief persoon zegt verdrietig en moedeloos te zijn, maar bij nader inzien blijkt er onder de oppervlakte vooral woede en boosheid te huizen. Boosheid die nooit geuit is, of zelfs nooit herkend door de persoon, laat staan erkend.

Niettemin gaat Baanders veel te ver als zij stelt dat men het bewustzijn open moet stellen voor alle mogelijke gevoelens. In het licht van de Bijbel is dit niet te verdedigen. Sterker nog, het toelaten van bepaalde gevoelens (zoals haatgevoelens) kan van kwaad tot erger leiden.

Zelfacceptatie
Op blz. 139 stelt Baanders dat onderzoek heeft laten zien dat zelfacceptatie –het vermogen jezelf te aanvaarden zoals je bent– van groot belang is om geestelijk volledig gezond te zijn. „Maar in die zin”, zegt zij dan, „zo mag inmiddels duidelijk zijn, zijn maar weinig Nederlanders geestelijk gezond.” Dit is wel een boude bewering! Zelfacceptatie wil niet zeggen dat er niets aan jezelf is waarvan je niet vindt dat het anders zou moeten of kunnen. Als iemand zichzelf helemaal perfect vindt, is dat geen zelfacceptatie maar arrogantie.

Ik ga nog een stap verder. Het is heel wel mogelijk dat iemand die zichzelf als persoon helemaal aanvaardt, bepaalde emoties niet toestaat in zijn „verborgen gevoelsleven”, omdat hij vindt dat deze niet horen bij zijn persoon (bijvoorbeeld redeloze jaloeziegevoelens bij iemand die zichzelf ziet als een evenwichtige persoonlijkheid). Ik denk dat Baanders de apostel Paulus niet als „geestelijk gezond” zou beschouwen. Paulus beklaagt zich namelijk over de zondige kant van zijn bestaan, en begeren beschouwt hij ook als zonde, Romeinen 7:7. Toch denk ik dat we jaloers mogen zijn op zijn „geestelijke gezondheid”!

Oefeningen
Baanders beschrijft oefeningen om „de dieper gelegen waarachtige sentimenten” naar boven te halen. Het gaat voornamelijk om ontspanningsoefeningen uit boeken van andere auteurs. Hoewel het uitstekend is om elke dag een halfuurtje te ontspannen, eventueel met wat ademhalingsoefeningen, is er geen wetenschappelijke ondersteuning voor het idee dat de mens uit verschillende emotionele lagen zou bestaan, waarvan de „diepere” lagen ook nog waarachtiger zouden zijn dan de meer aan de oppervlakte gelegen lagen.

In het boek geeft Baanders ook tips voor het omgaan met „verwerpelijke” emoties zoals boosheid en jaloezie. Hierbij spreekt zij zichzelf tegen. Op blz. 201 lees ik: „Pas bij tegenspoed hoe dan ook op voor zelfmedelijden.” Terwijl de belangrijkste boodschap van dit boek is dat ik alle emoties die in mij opborrelen, moet toelaten! In dat geval zou ik bij tegenspoed het zelfmedelijden ruim baan willen geven.

Andere tips zijn buitengewoon nietszeggend. Wat te denken van de volgende passage, die volgt op een paragraaf waarin de auteur uitlegt dat het ook mogelijk is ervoor te kiezen een gevoel niet te uiten: „In veel gevallen heb je aan zo'n beslissing genoeg om de gemoederen tot bedaren te brengen – je kunt de tijd verder zijn werk laten doen om de laatste restjes op te ruimen. Mocht dat niet zo zijn, laat je gevoelens dan bestaan zoals ze zijn. Dat zal bij aangename stemmingen geen probleem zijn, maar houd ook de moeilijke in de gaten. Vermijd alleen dat het besluit ze niet te uiten tegelijk een besluit is ze ook maar niet meer te voelen. Neem ze onder je hoede en doe er mee wat jou goeddunkt – zolang het maar opbouwend is” (blz. 184).

Kortom, hoe interessant het onderwerp van dit boek ook is, de lezer schiet er mijns inziens niet veel mee op.