Boekrecensie

Titel: A. M. de Jong, schrijver
Auteur: Mels de Jong

Uitgeverij: Querido
Amsterdam, 2001
ISBN 90 214 6899 9
Pagina's: 462
Prijs: ƒ 75,-

In museum Het Markiezenhof in Bergen op Zoom is van 1 juli tot en met 31 december 2001 een tentoonstelling te zien die is gewijd aan A. M. de Jong. Informatie: 0164-242930

Recensie door Monica van den Berg - 20 juni 2001

Biografie belicht vooral het schrijverschap van A. M. de Jong

De vader van Merijntje Gijzen

„Nou ja, vrij... vrij was geen mens, vrij was hij eigenlijk ook nooit geweest, maar er was toch een reusachtig verschil. Want als hij gewild had, had hij werkelijk vrij kúnnen zijn. Hij had alles in de steek kunnen laten, had weg kunnen lopen, zeeman of bedelaar worden, boerenknecht of loodgieter en geen mens had hem terug kunnen halen of verbieden zijn gang te gaan. Maar zelfs aan die theoretische vrijheid was nu een eind gekomen.” Deze woorden uit ”Frank van Wezels roemruchte jaren” (1928), staan niet ver af van het hart van de schrijver: A. M. de Jong.

Zestien jaar na het verschijnen van deze roman komt aan het leven van De Jong een einde door diezelfde hang naar vrijheid en onbezorgdheid. Als zijn vrienden hem in 1943 waarschuwen voor een aanslag, wijst hij hun bezorgdheid van de hand met de woorden: „Het noodlot kan de mens overal treffen. (...) Ik houd van het leven, dat weet je; ik houd er méér van dan ik zeggen kan.” Nog diezelfde avond wordt hij door twee Nederlandse SS'ers in zijn huis doodgeschoten.

Een schrijver die hartstochtelijk heeft genoten van zijn leven en van de letteren, een indrukwekkend oeuvre tot stand heeft gebracht en overal over wist mee te praten. Aan déze man heeft Mels de Jong, neef van de auteur, een biografie gewijd. Het is een lijvig boekwerk geworden dat uitvoerig ingaat op de levensloop en de werken van de auteur, de contacten met andere schrijvers en de maatschappelijke context.

Met dit boek is er weer een biografie toegevoegd aan het rijtje levensbeschrijvingen van auteurs die min of meer in de schaduw van de 'grote' schrijvers staan. Zo verscheen vorig jaar de biografie van Herman de Man. Het lijkt erop dat er steeds meer aandacht komt voor de kleine lettertjes van de literatuur. Het verrassende aan het lezen van een biografie als deze is dat het de literaire wereld van de vorige eeuw vanuit een nieuw gezichtspunt belicht. Iedere auteur, hoe klein of groot zijn rol ook was, voegt iets toe aan een literatuurgeschiedenis die nooit af is.

Brabant
In 1888 werd A. M. de Jong geboren in het Brabantse dorpje Nieuw-Vossemeer. Brabant zou altijd een speciale plaats in zijn hart houden en een belangrijke rol in zijn boeken spelen. Veel aspecten van zijn jeugd, opvoeding in een tijd van diepe depressie en armoede komen terug in zijn belangrijkste werk: de romancyclus over het jongetje Merijntje Gijzen.

Voor de meeste Nederlanders zullen deze romans de eerste en enige associatie zijn bij de naam A. M. de Jong. De biograaf besteedt dan ook veel aandacht aan de serie. De boeken waren buitengewoon populair. Misschien vooral omdat de schrijver daarin het leven van gewone hardwerkende mensen beschrijft, het Hollandse landschap in een kleurrijke taal vol dialect. Hij neemt de sociale en kerkelijke ontwikkelingen en discussies mee in zijn geschiedenis. Maar de boeken blijven eenvoudig en voor een groot publiek toegankelijk.

Een echo van De Jongs nostalgische schrijfstijl –„De wereld leek wonderlik groot onder die hooggewelfde hemel”– klinkt nog na in de nu zo populaire boeken van Geert Mak. De Jong had gevoel voor de vertelkunst. Het was hem van huis uit meegegeven. Er bestond in zijn ouderlijk huis een traditie in het vertellen van en luisteren naar verhalen, schrijft Mels de Jong.

Literatuur
Vanuit de vroege liefde voor verhalen en voor het onderwijzersvak dat De Jong ging uitoefenen groeide langzamerhand zijn interesse in literatuur. In een van zijn eerste publicaties, ”Studies over literatuur” (1912), nam de jonge auteur behalve opstellen over bekende werken ook een stuk op over een zeldzame middeleeuwse verhalenbundel, ”De vrouwenpeerle”, die bij familie De Jong in de kast stond. „Die vreemde geschiedenissen”, zo vertelde de schrijver later, „uit verre landen en oude tijden, van koningen en heiligen, met mirakelen en gevechten! Mijn vader las ze voor met stille, ééntonige stem en wij hingen aan zijn lippen, ademloos. Er kwamen vreemde woorden en uitdrukkingen in voor, die wij geen van allen verstonden, maar daar stoorde niemand zich aan.”

De Jong maakte het zijn neef-biograaf niet gemakkelijk. Hij blijkt een schrijver vol tegenstrijdigheden te zijn geweest en was vaak een vreemde eend in de bijt. Zijn opvattingen over de literatuur wijken af van de heersende opinie in zijn tijd. Met de negentiende eeuw rekende hij af en ook de Tachtigers moesten het ontgelden. Heel opmerkelijk is zijn bespreking van het debuut van de dichter Nijhoff, ”De Wandelaar”. „Deze ”Wandelaar” heeft, tot mijn onuitsprekelike verbazing, een gunstig pers gehad! Ik dacht, dat dit nu wel afdoende slecht zou zijn en overal herkend worden als innig-belachelik maakwerk.”

Tijdschrift
De Jong was niet alleen op literair gebied al jong mondig, maar hij had ook een belangrijke stem in de discussie rond de nieuwe spelling. Hij werd politiek actief als lid van de SDAP, was journalist en literaire kroniekschrijver van Het Volk en richtte samen met zijn vriend Querido ”Nu” (1927) op, een tijdschrift dat objectiviteit beoogde en zich sterk maakte voor „een tijd van groot-arbeidend en -voelend collectivisme.”

De Jong besefte heel goed dat socialistische kunst niet bestaat, maar droomde tegelijkertijd van grote kunst die voor iedereen bereikbaar is, kunst die het leven van de mensen weerspiegelt. Kunst was voor hem „de onpersoonlijkste uiting van de algemeenste ontroering.” Zo draaide hij de beroemde uitspraak van de Tachtiger Kloos om.

De kinderen uit De Jongs tijd, die nu hun (klein)kinderen stripverhalen zien lezen, zullen zich wellicht ”De wereldreis van Bulletje en Bonestaak” herinneren, de voorloper van het moderne stripverhaal. Samen met tekenaar George van Raemdonck maakte De Jong aflevering na aflevering over twee „gezonde Hollandse jongens” die kattenkwaad uithalen, maar een goed hart hebben. Geen brave Hendriken.

We kunnen ons dat nu nauwelijks meer voorstellen, maar het beeldverhaal viel in die tijd niet altijd in goede aarde. Toen Van Nelle de boekjes in ruil voor zegeltjes weggaf, werden de verhaaltjes wat gefatsoeneerd. Een „gemene zwerver” werd een lelijke plaaggeest” en een „ondankbare hond” een „ondankbaar wezen.”

Rake details
Wie deze biografie leest, krijgt langzaam maar zeker het idee dat Mels de Jong wel wat op zijn oom lijkt. Hij beschrijft diens leven minutieus en met de gedetailleerdheid waarmee De Jong roman na roman schreef. Het boeiende aan deze levensbeschrijving zijn de rake details, de anekdotes. Het manco is de stortvloed aan gegevens, het gebrek aan lijn.

In de inleiding legt Mels de Jong uit waarom hij De Jong vooral als schrijver heeft weergegeven: „Hij behoorde tot de rasschrijvers, tot hen die een levendige verbeelding hebben en niet anders kunnen dan wat zich aan hun geestesoog voordoet ook meteen aan papier toe te vertrouwen.” Een begrijpelijke keuze, maar toch is het jammer dat daardoor het persoonlijk leven van de schrijver minder aandacht krijgt en wat verbrokkeld aan de orde komt. Een biografie is er toch juist om de leefwereld van de schrijver, de wereld achter de rij boeken, aan de orde te laten komen?

Wie deze biografie ter hand neemt moet enig uithoudingsvermogen hebben, maar zal verrast worden door het vele dat over deze gewone en toch zo vreemde man pagina na pagina wordt onthuld. Van wat hij deed, schreef en meemaakte is in deze bespreking nog maar een fractie genoemd. Maar uiteindelijk, alle feiten ten spijt, is de beste biografie van De Jong het sterk autobiografische verhaal over Merijntje Gijzen. De Jong haalt dan wel niet het literaire niveau dat collega-literatoren hebben bereikt, maar menig lezer zal na het lezen van deze biografie toch naar de boekenkast lopen of de zoldertrap opgaan om de boeken van deze schrijver weer op te zoeken.