Boekrecensie

Titel: Middeleeuwse stadswallen en stadspoorten in de Lage Landen
Auteurs: H. Janse en Th. van Straalen

Uitgeverij: Europese Bibliotheek
Zaltbommel, 2000
ISBN 90 288 5011 2
Pagina's: 176
Prijs: ƒ 49,50

Recensie door Herman A. van Duinen - 2 mei 2001

Heruitgave over middeleeuwse muren niet geactualiseerd

Op een gemak in een stadspoort

In 1974 verscheen het boek ”Middeleeuwse stadswallen en stadspoorten in de Lage Landen”. Gezien de nog steeds voortdurende vraag naar dit werk is het opnieuw, in een ongewijzigde herdruk, uitgegeven.

De auteurs H. Janse en Th. van Straalen, destijds werkzaam bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg geven deskundige uitleg over de ontwikkeling van stadswallen en stadspoorten. Helaas is in Nederland nog maar weinig over van de honderden middeleeuwse stadspoorten en verdedigingstorens.

Van de nog aanwezige poorten, zoals onder meer de poorten van Kampen, Hattem en Zierikzee, is veel studie gemaakt. Ondanks de vele technische zaken die met de bouw, de functie en de inrichting van de poorten te maken hebben, is het een prettig leesbaar boek gebleven.

In twintig korte hoofdstukken, met duidelijke foto's en tekeningen, wordt aandacht besteed aan de ontwikkeling van de stadsmuren, de wapens die werden gebruikt tot verdediging van de stad en de verschillende poortvormen: rechthoekige stadspoorten met uitgebouwde hoektorens, voorpoorten en waterpoorten.

Aan de hand van een bestek uit 1400 krijgen we goed in beeld aan welke eisen de bouw van een stadspoort moest voldoen. Het bestek bevat niet alleen een schat aan gegevens over de verdedigingstechnieken en over de te gebruiken steen- en houtsoorten, maar ook over de organisatie van een bouwbedrijf rond 1400.

Gemakken
Uitgebreid wordt in het boek ingegaan op onderdelen van de poorten, zoals de poortdeuren, de werp- en schietgaten, de stookplaatsen en de ophaalbruggen. Natuurlijk moest ook gezorgd worden voor de natuurlijke behoeften van de poortwachters. Zo bezit de Nobelpoort in Zierikzee nog enkele gemakken, gemetseld in de naar de stad gekeerde hoeken tussen de beide ronde torens en de hoofdpoort. De uitwerpselen vielen van grote hoogte in de gracht door een gat in de bodem van het vertrekje.

Ook andere zaken verdwenen in de opening van het gemak. De in de loop van de eeuwen dichtgeslibde openingen vormen voor archeologen een van de rijkste bronnen voor het vinden van aardewerk, lepels, maar ook munten die uit de zakken van de bezoekers waren gevallen.

Dat stadspoorten en stadsmuren niet altijd daadwerkelijk voor defensieve doeleinden werden gebruikt, zien we duidelijk in Gouda. Deze stad heeft volgens de auteurs nooit te maken gehad met belegeringen. Het gaf in ieder geval een veilig gevoel om binnen de muren van de stad te wonen.

Na een hoofdstuk over de afbraakwoede in de negentiende eeuw volgt een beschrijving per provincie van alle nog aanwezige stadspoorten, waltorens, rondelen en stadsmuren. In Zeeland en Overijssel is nog veel bewaard gebleven, in tegenstelling tot de provincies Friesland, Groningen en Drenthe, waar geen stadspoorten of stadsmuren meer zijn. Deze provincies ontbreken dan ook in het overzicht.

Geen nieuwe gegevens
In het voorwoord –geschreven in januari 1974– merken de schrijvers op dat in de laatste jaren vele nieuwe vondsten zijn gedaan en dat ook thans nog bijna „maandelijks nieuwe gegevens” aan het licht komen. Het is daarom jammer dat in deze uitgave al de nieuwe gegevens die na 1974 bekend werden niet in een apart hoofdstuk zijn verwerkt. Het boek had dan aan actualiteit gewonnen.