Boekrecensie

Titel: Vor der Auslöschung... Fotografien gefunden in Auschwitz
Uitgegeven door Kersten Brandt, Hanno Loewy en Krystina Olesky, Staatliches Museum Auschwitz-Birkenau

Uitgeverij: Kehayoff
München, 2001
ISBN 3 934296 13 0
Pagina's: 492
Prijs: ƒ 250,-

Recensie door R. R. Zeeman - 2 mei 2001

Een koffer vol leven

Voor bijna iedereen was het een eindstation. De nazi-beulen in het concentratiekamp Auschwitz-Birkenau kenden geen erbarmen met de Joden die bij duizenden als slachtvee werden aangevoerd. De slachtoffers hadden in een koffer of tas vaak nog snel wat bezittingen bijeenvergaard voordat ze op transport werden gezet: kleren, een kam, zeep, een pen, een notitieboek en foto's.

De Joden wisten niet dat hun trein hen bij het eindstation bracht. Dat kregen ze vaak pas bij aankomst in de gaten. En dan wapenden ze zich. De foto's die ze bij zich hadden vervulden daarbij een grote rol. Ze vormden de verbinding met het leven buiten het vernietigingskamp, met de mensen buiten het kamp die ze weer hoopten te zien. Ze namen de plaats in van verscheurde familierelaties. Als alles voorbij was zouden ze het leven dat deze foto's weergeven, weer oppakken.

De foto's uit het boek vervulden die rol.

In totaal 2400 opnames werden na de bevrijding van het concentratiekamp Auschwitz-Birkenau in de barakken van het zogenaamde Canada gevonden. In Canada werden de bezittingen gesorteerd die van de vermoorde Joden waren afgenomen. De spullen werden gedesinfecteerd en naar het ”Reich” vervoerd waar ze onder particulieren en verenigingen werden verdeeld.

Documenten en foto's werden uit de kledingstukken verwijderd en in een speciale oven verbrand. Dat is met deze foto's niet gebeurd. Waarom niet? Dat is niet bekend. Ze werden in ieder geval in een koffer bewaard, waarin ze bij de bevrijding werden ontdekt. De medewerkers van het museum Auschwitz-Birkenau namen de foto's uit de koffer en plakten ze in albums. Verschillende albums zijn de afgelopen jaren tentoongesteld.

In 1995 besloten het museum in Auschwitz, het Fritz-Bauer-Institut in Frankfurt en het Holocaust Memorial Museum in Washington in samenwerking met verschillende particulieren, de Duitse deelstaten en firma's als de Deutsche Bundesbank en Krupp de foto's uit de albums te halen en te sorteren. De 2400 foto's zijn nu in één groot album gepubliceerd met een begeleidend tekstboek.

Het losweken van de foto's uit de albums waarin ze aanvankelijk waren geplakt moest met de grootste zorgvuldigheid gebeuren. Op de achterkant van de foto's stonden soms nog teksten die iets zeiden over de mensen die waren afgebeeld. Veel hulp kregen de betrokken instanties van holocaustoverlevenden. Een aantal personen kreeg nu een naam. De meerderheid is echter onbekend gebleven.

Waarom ruim vijftig jaar na de Tweede Wereldoorlog publicatie van dit fotoalbum? „Om de slachtoffers van het concentratiekamp Auschwitz te gedenken”, staat in het voorwoord. „Deze publicatie is ter ere van al degenen die in de getto's, concentratie- en massavernietigingskampen omkwamen. Wij zijn ervan overtuigd dat deze publicatie verhelderend kan werken voor de tegenwoordig levende Joden. Het kan hen inzicht geven in de wereld van de Poolse Joden, een wereld die als gevolg van de holocaust volledig werd vernietigd. Elk van de op de foto's afgebeelde personen –mannen, vrouwen en kinderen– bezat eenmaal een eigen huis, een eigen leven, dat op grove wijze werd afgebroken. Sommige personen op de foto's overleefden de oorlog. De papieren afdruk was vaak de enige herinnering van henzelf of van hun familieleden, vrienden en bekenden.”

Het merendeel van de foto's werd in de jaren twintig en dertig gemaakt. De meeste komen uit Bedzin, een industriestad die voor de oorlog 50.000 inwoners telde, waarvan de helft Joden. Maar er zijn ook foto's bij van omliggende steden, en enkele komen uit Frankrijk en Nederland.

De onderzoekers zagen hoe Bedzin voor de Duitse overval op Polen moet zijn geweest: brede hoofdstraten, kleine parken met fabrieken op de achtergrond. Maar er waren ook vakantiefoto's uit Zakopane, een geliefde wintersportbestemming. Het zijn foto's van amateurs en van beroepsfotografen. Echtparen lieten zich bij het flaneren door straatfotografen op de gevoelige plaat vastleggen en ouders fotografeerden hun kinderen bij het spelen. Het zijn kortom beelden die de mensen zich graag herinneren, foto's van het onbeschadigde leven.

De Duitse overval op Polen was voor de mensen op de foto's een enorme ramp. Op 3 september 1939 staken de Duitse bezetters in Bedzin de hoofdsynagoge en de omliggende huizen in brand. Veel Joden kwamen om in de vlammen of werden neergeschoten. Anti-Joodse maatregelen volgden, Joodse bezittingen werden in beslag genomen en de bewegingsvrijheid werd ingeperkt.

De foto's krijgen sindsdien een andere inhoud. De Joden staan afgebeeld met een davidster op de kleding. Ook de omgeving verandert: niet langer brede straten. Nu zijn het kleine gebouwen en straten aan de stadsrand waar de Joden zich moesten vestigen.

De ellende in het getto laat zich van de foto's aflezen. Sommige foto's lijken wel afscheidsfoto's. De laatste familiefoto van de familie Malach werd in 1942 ter gelegenheid van het huwelijk van Icchak en Sara Malach gemaakt. Hun gezichten weerspiegelen verdriet en angst. Mei 1942 begonnen de deportaties uit Bedzin naar Auschwitz. Augustus 1943 was de stad ”Judenfrei”.