Boekrecensie

Titel: : Het Engelse Dorp op de Kop van Goeree
Auteur: Frans van Heest

Uitgeverij: Boekhandel Akershoek
Ouddorp, 2000
ISBN 90 9013879
Pagina's: 353
Prijs: ƒ 39,90

Recensie door B. L. P. Tramper - 18 oktober 2000

Gebed voor weggevoerden

De 17-jarige Hans Verbrugge uit Ouddorp weigerde in december 1944 pertinent gehoor te geven aan de oproep van de Duitse bezetters om zich te melden voor Arbeidsinzet. Toen de soldaten bij hem op bezoek kwamen, hield hij het bed. Zogenaamd ernstig ziek. Een meewarige glimlach vanuit het kussen nam alle twijfel bij de Duitsers weg. „Nein, ganz krank, der kann nicht mit.”

Hans is een van de hoofdpersonen uit ”Het Engelse Dorp op de Kop van Goeree” van Frans van Heest over Ouddorp tijdens de twee laatste oorlogsjaren. Het optreden van de tiener is tekenend voor de houding van vrijwel alle Ouddorpers in die tijd. De bevolking van het kustplaatsje weigerde zich te schikken naar de luimen van de bezetters.

De Duitsers ondervonden zo weinig sympathie voor hun optreden, dat zij wel smalend spraken over „het Engelse dorp”. Maar wat zij als beschimping bedoelden, werd door de bevolking als erenaam opgevat, aldus Van Heest. Hij gaf zijn boek dan ook de titel ”Het Engelse Dorp op de Kop van Goeree”.

Van Heest schrijft vooral vanuit het perspectief van de familie Verbrugge, een gezin met kleine kinderen en oudere jongens, wonend aan de vissershaven. Hij giet daarbij historische feiten en gebeurtenissen in een min of meer geromantiseerde vorm. Dat is enerzijds gewaagd en anderzijds wel zo aantrekkelijk: de lezer schuift als het ware in de huiskamer aan tafel en ervaart aan den lijve welke weerslag de voorvallen in het dorp op het gezinsleven hebben.

Vooral de laatste twee jaar van de oorlog hebben de Ouddorpers de druk van de Duitse laars gevoeld, aldus Van Heest. In zijn boek beschrijft hij onder meer de afvoer van honderden mannen van 17 tot 40 jaar uit Ouddorp en Stellendam naar werkkampen in Duitsland.

Huilen
De commotie is in die dagen groot. De zus van Hans, Klaartje, loopt op een gegeven moment over het Mannenpad en hoort een kind huilen en roepen. „Als ze stilstaat hoort ze het wat beter en begrijpt gelijk waarom het meisje zo huilt. „Pa mag niet weg, nee, pa! pa!! Hier blijven!!” Zielsmedelijden welt in haar op, als ze het kind zo hartverscheurend haar vader hoort roepen. (...) Dat is nu het beeld in vele gezinnen waar de voorgenomen deportatie, in opdracht van de Duitsers, plaatsvindt.”

Aanvankelijk melden weinig mannen zich. De Duitsers zien zich genoodzaakt meer druk uit te oefenen. Ze stellen een ultimatum, waarna het gehele dorp en ook de rest van het eiland Goeree-Overflakkee zal worden doorzocht. „Iedere tiende man, die bij het doorzoeken aangetroffen wordt”, zo luidt een officieel dreigement, „wordt doodgeschoten.” Velen zwichten uiteindelijk. Maar de 17-jarige Hans blijft thuis. Zijn vader smeert hem in met geel-bruine zalf en stuurt hem naar bed. Beiden weten de Duitsers om de tuin te leiden. Van Heest vermoedt dat de glimlach van Hans de doorslag gaf: „Wie zou er in zulke omstandigheden nog kunnen lachen? „Nein, ganz krank, der kann nicht mit!” is de reactie van de Duitser die kennelijk de leiding heeft.”

Bonen
Van Heest beschrijft in zijn boek vooral ook de dagelijkse gang van zaken in Ouddorp. Hij staat stil bij de zorg van de boeren om de bonen op tijd binnen te halen en de prijsontwikkeling van de garnalen. De eerste jaren merken de inwoners weinig van de bezetting, maar naarmate de bevrijding dichterbij komt, wordt de invloed van de oorlog op het gewone leven steeds groter: de NSB-burgemeester vordert van W. Emaus een motor, Duitsers worden bij burgers ingekwartierd en de familie Verbrugge moet in 1944 zelfs evacueren omdat de situatie aan de Havenweg te gevaarlijk wordt.

De Duitsers rekenen met een geallieerde invasie vanuit zee en werpen de Atlantikwall op. De Kop van Goeree wordt daarvan niet uitgesloten; dat leidt ertoe dat er veel Duitsers op het eiland zijn. Hun activiteiten in de duinen worden bespioneerd door Henk van Splunder, werkzaam op het distributiekantoor in Ouddorp. Voor zijn werk zou Van Splunder later een hoge onderscheiding krijgen.

Tal van bombardementen vinden plaats, verschillende vliegtuigen storten neer. Een kaartje van C. van de Bok laat zien op welke plaatsen. Uitgerekend de familie die door de bevolking verdacht en door sommigen ook beschuldigd werd van landverraad, vangt in het geheim een gewonde, Britse piloot op.

Van Heest stipt ook aan op welke manier de oorlog zijn weerslag had op het geloofsleven van Gods kinderen in Ouddorp. Indrukwekkend is het gebed van Arjaan Sperling voor de weggevoerde mannen, achter een zandwal, opgevangen door een oom. „In het bijzonder bidt hij voor de weggevoerde mannen en jongens die een paar weken geleden van Ouddorp vertrokken zijn. Daarna staat hij op en zingt eerst zacht en daarna al luider de welbekende psalmwoorden: Ai, hoor naar hen, die in gevang'nis kwijnen.” Zijn er meer van zulke getuigenissen?

Verzorgd
Het boek van Van Heest ziet er verzorgd uit. Foto's en kaartjes ondersteunen het verhaal, dat vooral onder oudere inwoners van Ouddorp veel herinneringen zal losmaken. Dat de auteur feiten en fictie mengt, blijft gewaagd; ik laat graag aan de Ouddorpers zelf het oordeel of hij daarin is geslaagd.

Aan alles in het boek is te merken wat de bedoeling van de schrijver is: Van Heest wil laten zien welke prijs de vrede van vandaag heeft gekost: vele duizenden vonden de dood, onder wie ook mensen uit Ouddorp. Aan het eind roept hij daarom zijn lezers op „de vrede te blijven nastreven, als dank aan hen die in de oorlogsjaren het kostbaarste gaven, hun leven.”