Boekrecensie

Titel: Aquino
Auteur: Anthony Kenny

ISBN 90 5637 231 9
Pagina's: 121

Titel: Descartes
Auteur: T. Sorell

ISBN 90 5637 233 5
Pagina's: 136

Titel: Kant
Auteur: Roger Scruton

ISBN 90 5637 235 1
Pagina's: 123

Titel: Nietzsche
Auteur: Michael Tanner

ISBN 90 5637 236 x
Pagina's: 128

Titel: Heidegger
Auteur: Michael Inwood

ISBN 90 5637 239 4
Pagina's: 175
Uitgeverij: Lemniscaat
Rotterdam, 2000
Prijs: per deel ƒ 24,50, bij aanschaf van de complete set ƒ 19,50

Recensie door drs. J. Kruidenier - 30 augustus 2000

Of Kant zichzelf begreep, blijft de vraag

Kunnen deskundigen toegankelijk schrijven? De auteurs van de serie ”Kopstukken Filosofie” doen hun best. Vijf nieuwe delen bieden inzicht in het denken van Aquino, Descartes, Kant, Nietzsche en Heidegger.

„Hij was (met als mogelijke uitzondering Wittgenstein) de grootste filosoof van de twintigste eeuw. Hij was (met als mogelijke uitzondering Hegel) de grootste charlatan die ooit de titel ”filosoof” opeiste, een meester in holle frasen die diepzinnigheden moeten voorstellen. Hij was een verstokte Duitse conservatieveling, en hij was een tijdlang een lichtgelovige en gewichtig doende nazi. Hij leverde venijnige kritiek op het nazisme, ook al moest hij dat heimelijk doen, en hij analyseerde op scherpzinnige wijze de kwalen van onze eeuw en de manier waarop wij de meeste kans hebben die te genezen.”

Een schrijver die zo begint, prikkelt de nieuwsgierigheid en roept belangstelling op. Het citaat is afkomstig uit een boek van Michael Inwood over Heidegger. Na een inleidend hoofdstuk over Heideggers levensloop volgt een uiteenzetting over zijn filosofie, vanuit zijn hoofdwerk ”Zijn en tijd”. Heidegger beschouwt het menselijke ”Dasein” als „in de wereld zijn” op een wijze die zich kenmerkt door „zorg.” Daartoe behoort een nauwe verbondenheid met „tijdelijkheid”, de mens overziet zijn leven als een geheel, zijn bestaan is in wezen historisch.

Niet alleen het begin, ook het slot van het boek is opmerkelijk: „Hij was een rusteloze man die niet alleen werd gekweld door de filosofie, maar ook door zijn ambigue (voor tweeërlei uitleg vatbare, JK) christelijke geloof. In die opzichten lijkt hij het meeste op Augustinus.” De laatste conclusie zal niet ieder met de schrijver delen. Maar ook zo'n bewering kan de nieuwsgierigheid naar Heideggers denken prikkelen.

Toegankelijk
Het boek over Heidegger maakt deel uit van de serie ”Kopstukken Filosofie”. Deze reeks wordt door de uitgever gepresenteerd als een aantal „toegankelijke inleidingen in het leven en denken van sleutelfiguren uit de geschiedenis van de westerse filosofie, die onze cultuur blijvend hebben beïnvloed.” In het najaar van 1999 verschenen delen over Plato, Montaigne, Hume, Marx en Wittgenstein. Inmiddels is de eerste serie van tien boeken compleet door de toevoeging van delen over Aquino, Descartes, Kant, Nietzsche en Heidegger, alle reeds eerder verschenen in de Engelse serie ”Past Masters”, in de jaren 1980 tot 1997.

Het is een waardevolle serie. Met een omvang van 121-175 pagina's bieden deze boeken veel meer dan de gebruikelijke overzichtswerken. Daarbij komt dat de serie bedoeld is voor een breed publiek en daarom toegankelijker geschreven dan de filosofische vakliteratuur. De schrijvers zijn deskundigen. Anthony Kenny bijvoorbeeld, schrijver van het boek over Thomas van Aquino, heeft als auteur zijn sporen verdiend. Hij schreef onder andere ”The Five Ways” (1969), een studie over Thomas' vijf bewijzen van het bestaan van God.

Kunnen deskundigen toegankelijk schrijven? Ze zijn in de loop der jaren zozeer vertrouwd geraakt met hun studieterrein, dat zij zich met gemak bedienen van terminologieën die voor niet-ingewijden volkomen duister zijn. De opdracht toegankelijk te schrijven is gemakkelijk te geven, maar moeilijk te volbrengen. Daarbij speelt ook een rol dat de toegankelijkheid van filosofen onderling verschilt. Binnen deze reeks is vermoedelijk Nietzsche de meest en Kant de minst toegankelijke.

Kant
De auteur van het boek over Kant, Roger Scruton, heeft zich dat laatste gerealiseerd. Hij meldt dat hij geprobeerd heeft toegankelijk te schrijven voor lezers zonder filosofische opleiding. Maar hij voegt eraan toe dat het niet reëel is zelfs maar te hopen dat hij daarin geslaagd kan zijn, omdat Kant „een van de moeilijkste moderne filosofen” is. Volgens hem is het „zelfs de vraag of elk aspect van zijn gedachten begrijpelijk is voor wie dan ook, met inbegrip van Kant zelf”, vanwege de grote diepgang en complexiteit. Het is noodzakelijk zich er grondig in te verdiepen, door te lezen en te herlezen. Toch doet Scruton zijn best het de lezer niet moeilijker te maken dan nodig is. Hij start met een biografisch hoofdstuk. Vervolgens zet hij de achtergrond van Kants denken uiteen, waarbij hij probeert „zoveel mogelijk van zijn technische termen weg te laten.” Hij is erin geslaagd zijn boek een maximale toegankelijkheid te geven.

Alle boeken sluiten af met aanwijzingen voor ”Verder lezen”. Dat is waardevol. Jammer is dat men daarbij niet consequent vanuit een op het Nederlandse lezerspubliek afgestemde redactieformule heeft gewerkt. Zo volstaat het boek over Kant met een opsomming van zijn hoofdwerken en de jaartallen van verschijning. In dat over Descartes daarentegen wordt een uitgebreide en van toelichting voorziene literatuuropsomming gegeven. Aandacht voor Nederlandstalige literatuur ontbreekt in drie van de vijf delen, namelijk die over Descartes, Kant en Heidegger. Het boek over Aquino geeft twee Nederlandse titels, terwijl dat over Nietzsche in dit opzicht nauwelijks iets te wensen overlaat.