Boekrecensie

Titel: De klassieke canon
Auteur: Hein L. van Dolen

Uitgeverij: Ambo
Amsterdam, 2000
ISBN 90 263 1638 0
Pagina's: 220
Prijs: ƒ 25,-

Recensie door drs. H. Verweij - 12 uli 2000

Klassieken in canon

Het schrijven van een geschiedenis van de klassieke literatuur is geen eenvoudige opgave. De veelheid van namen en feiten leidt al snel tot een dorre opsomming. Door de klassieke canon als voorbeeld te nemen, heeft Hein L. van Dolen deze valkuil vermeden. Zijn ”De klassieke canon” geeft echter meteen ook de beperking van dit boek aan: niet alle auteurs van wie een geschrift of een fragment bewaard is gebleven, komen in dit boek voor.

Veel lezers zullen niet precies weten wat het begrip canon inhoudt. Dit boek begint met een verklaring van het begrip in een korte leeswijzer, die instructief en helder is geschreven. Dat laatste geldt trouwens voor het hele boek.

Van Dolen wil de hedendaagse lezer wegwijs maken in het woud van antieke auteurs en moderne vertalingen. Daarbij heeft hij zich beperkt tot de grote schrijvers en hun belangrijkste werken, een methode, die al in de Oudheid bestond. Reeds in de derde eeuw voor Christus is een lijst met auteurs opgesteld die als klassiek golden en model stonden voor een bepaald literair genre.

In het eerste hoofdstuk komt het epos aan de orde. Na een beschrijving van het genre epos en het ontstaan van het alfabet bij de Grieken komt de persoon van Homerus aan de orde. Van de zeven biografieën van Homerus die in de Oudheid bestonden en die stuk voor stuk de indruk wekken aan de fantasie ontsproten te zijn, wordt er één beschreven. De inhoud van de gedichten van Homerus krijgt summier aandacht, evenals de verstechniek en het metrum. Vervolgens geeft Van Dolen een aantal gezegden en uitdrukkingen die nog steeds gebruikt worden (bijvoorbeeld een Homerisch gelach, op de drempel van de ouderdom), om te eindigen met een opsomming van moderne vertalingen met een enkel fragment als voorbeeld. Op dezelfde manier worden Apollonius van Rhodos, Vergilius en Ovidius behandeld. In ongeveer twintig bladzijden wordt zo een duidelijk beeld getekend van het epos in de oudheid en zijn belangrijkste vertegenwoordigers.

Leidraad
Op dezelfde wijze wordt in 25 bladzijden de antieke filosofie behandeld. Het zal duidelijk zijn dat in zo'n bestek veel onbesproken moet blijven. Toch krijgt men al lezende wel een goede indruk van het begin van de Europese wijsbegeerte. Plato, Aristoteles, Seneca en Marcus Aurelius gelden als leidraad. Soms moet je echter wel zoeken. Epicurus wordt in dit hoofdstuk niet genoemd. Maar via het register van namen word je verwezen naar Lucretius, die bij het genre leerdicht al behandeld is. De hoofdstromingen binnen de antieke filosofie komen zo allemaal aan de orde.

De overige hoofdstukken zijn gewijd aan de volgende genres: leerdicht, lyriek, tragedie, komedie, geschiedschrijving, welsprekendheid en roman. In een laatste hoofdstuk (”Varia”) komen enkele schrijvers aan de orde die niet onder de genoemde genres vallen. Hierin passeren onder anderen Hippocrates, Pythagoras en Archimedes de revue.

Men krijgt zo een goede indruk van de klassieke literatuur in hoofdlijnen. Niet alles van die literatuur is overigens het lezen waard. Ook in dat opzicht is dit boek duidelijk. De vertaalde fragmenten laten duidelijk zien dat er niets nieuws onder de zon is. Ondanks dit (of juist om deze reden) van harte aanbevolen.