Boekrecensie

Titel: De beloofde stad. Opkomst en ondergang van het koninkrijk der wederdopers
Auteur: Luc Panhuysen

Uitgeverij: Atlas
Amsterdam/Antwerpen 2000
ISBN 90 450 0171 3
Pagina's: 448
Prijs: ƒ 59,90

Recensie door drs. J. Exalto - 28 juni 2000

Het drama van het
Nieuwe Jeruzalem

„Hier heeft de duivel gelachen,” stelde Heinrich Gresbeck toen in het doperse koninkrijk Munster de polygamie ingevoerd werd. Het Nieuwe Jeruzalem van de wederdopers met zijn eigenmachtige profeten, innerlijke openbaringen en veelwijverij heeft niet alleen de duivel aan het lachen gemaakt, maar ook talloze pennen in beweging gebracht. Met ”De beloofde stad” levert Luc Panhuysen een eigentijdse weergave van een episode die altijd een belangrijkre plaats in de geschiedenis zal blijven innemen.

Door de Reformatie in de zestiende eeuw raakten vele mensen op drift. Ze waren losgeslagen van hun oude wortels en gingen op zoek naar een nieuwe religie die zin aan het bestaan gaf. De één vond deze in Wittenberg, een ander in Straatsburg. Weer anderen zochten hun heil bij predikers van de zogeheten radicale reformatie.

Kenmerkend voor deze radicale reformatie was een sterk apocalyptisch en eschatologisch gedachtegoed. Dit uitte zich onder meer in prediking, profetie en inwendige openbaringen. Bij de op drift geraakten vonden dergelijke predikers een willig oor.

Waartoe de prediking van de radicale reformatie kon leiden, was in 1525 al gebleken in de Boerenoorlog. Maar de verpletterende nederlaag die Thomas Müntzer met zijn volgelingen leed, verhinderde niet dat er apocalyptische predikers bleven rondzwerven. Een van hen heette Melchior Hoffman. Hij werd als prediker uit Sleeswijk verbannen; Bugenhagen had in een twistgesprek zijn afwijkingen van de lutherse leer aan het licht gebracht. Gevlucht naar Straatsburg, kwam hij in aanraking met allerlei kopstukken van de radicale reformatie.

Arrestatie
Een openlijk conflict met Martin Bucer, de reformator van Straatsburg, leverde Hoffmans een arrestatiebevel op. Hij vluchtte echter 's nachts naar Emden. Hier trof de profeet vele vluchtelingen uit de Nederlanden, aan wie hij zijn verhaal kwijt kon.

In dezelfde tijd wees de bisschopsstad Munster een rabiate antikatholiek een klein kerkje toe. Bernhard Rothmann oogstte opmerkelijk veel succes, omdat vele burgers de altijd buiten de stad verblijvende bisschop beschouwden als een uitzuigende parasiet. In 1532 ging het stadsbestuur door de knieën en werd Rothmann tot stadsreformator aangesteld. Het gevolg was voorspelbaar: Munster werd een zoete inval voor aanhangers van en geïnteresseerden in de radicale reformatie, door de inquisitie gezochten, bannelingen en zoekers naar houvast. Onder hen bevonden zich opmerkelijk veel Nederlanders.

Terwijl in Munster de luthersen met de radicalen overhoop lagen over de kinderdoop, hield Bucer in Straatsburg grote schoonmaak: Schwenkfeld, Ziegler en Hoffman –die zich weer in de stad bevond– werden verbannen. Hoffman liet zich gevangennemen, geïnspireerd door de profetie van een Friese boer: na een halfjaar gevangenschap van de profeet zou Christus wederkomen. Even tevoren had Hoffman in Amsterdam onder zijn volgelingen, die wederdopers genoemd werden, een dooppauze van anderhalf jaar afgekondigd, in afwachting van betere tijden.

Eindgericht
Terwijl de grote profeet in Straatsburg gevangen zat, stonden er twee van kleiner formaat op: Jan Matthijsz uit Haarlem en Jan Beukelsz uit Leiden. De eerste was een imponerende persoonlijkheid, die in Amsterdam de wederdopers de schrik op het lijf jaagde met zijn prediking dat het eindgericht over anderhalve maand aan zou breken. De volwassendoop moest dus in allerijl hervat worden om het getal van de 144.000 uitverkorenen vol te maken. De beweging maakte met name boven het IJ een sterke groei door.

Allerheiligen 1533 was de door Hoffman voorspelde oordeelsdag. De dag verstreek echter in „verpletterende alledaagsheid.” Toen kwam de gewezen karmeliet Hendrik Rol in Amsterdam. Hij had een jaar in Munster doorgebracht, en vertelde de doperse broeders en zusters opgetogen wat hij daar voor gemeenschap aangetroffen had. Enkele Amsterdammers gingen op gezag van Jan Matthijsz op onderzoek uit. Toen daar ”het wonder van Overwater” plaatsgreep –een klein groepje herdoopte uitverkorenen had een overmacht bisschoppelijke soldaten de toegang tot Munster met succes verhinderd– was het ineens duidelijk. „God had laten zien dat niet Straatsburg, maar Munster het Nieuwe Jeruzalem zou worden.”

Dopers regime
En dus toog Jan Matthijsz naar Munster. De profeet vestigde er zijn gezag en overtuigde Rothmann van de noodzaak van de wederdoop. Alle doopweigeraars werden uit de stad verdreven. Vanaf februari 1534 werd in de oude bisschopsstad het doperse regime gevestigd. Dit was de plaats waar de 144.000 veilig waren voor de oordelen waarmee de op handen zijnde wederkomst gepaard zou gaan.

Jan Matthijsz was zozeer in de ban van zijn profetenrol dat hij in april met twintig medebroeders een uitval waagde naar het bisschoppelijke leger, dat de stad inmiddels aan het omsingelen was. Hij meende onkwetsbaar te zijn, maar werd letterlijk in stukken gehakt. Had deze profeet het dan óók bij het verkeerde eind gehad? Gelukkig was Jan Beukelsz van Leiden (Jan van Leiden) er nog. Hij mat zichzelf de profetenmantel van Jan Matthijsz aan, structureerde het doperse regime en besteedde aandacht aan de verdediging van de stad.

Die verdediging was wel nodig, want bisschop Frans van Waldeck was vastbesloten deze ketters zo snel mogelijk te verdrijven. Zo eenvoudig was dat echter niet. Munster was een schier onneembare vesting en de bisschop had te weinig geld om de belegering in z'n eentje op poten te zetten. Hij riep de hulp van de Duitse landsvorsten in, maar die reageerden aanvankelijk terughoudend, zeker de protestantse.

Veelwijverij
In de stad zelf moest Jan van Leiden al zijn profetenmacht aanwenden om alles op orde te houden. De al eerder ingevoerde gemeenschap van goederen stuitte met name op verzet bij de inwoners die van oorsprong uit de stad kwamen. Dit gevaar werd echter bezworen. Maar Jan van Leiden kreeg maar geen openbaring met een nieuwe datum voor de wederkomst. Met de verdediging van de stad wist hij veel aandacht af te leiden. Het bericht van de mislukte aanslag op Amsterdam deed weer een aanslag op het moreel.

Het tekent de retorische gaven van de profeet dat hij in staat bleek zichzelf tot koning te kronen en de polygamie in te voeren. Dit laatste legitimeerde hij met een beroep op het Oude Testament: „De grote mannen van het oude verbond waren allen heilig en polygaam.” De veelwijverij heeft voor veel problemen gezorgd. Zeker in het begin moest de profeet met zijn gerecht nogal wat uitspraken doen over de rechtmatigheid van een relatie. Besloten werd dat de man had te gaan, wanneer een vrouw een aanzoek afwees.

In de nacht van 24 juni 1535 ging de bisschop tot een aanval over die de ondergang van het Nieuwe Jeruzalem betekende. In de stad werd een waar bloedbad aangericht. Van de vrouwen werden alleen de belangrijksten gedood; de rest werd de stad uitgezonden.

Jan van Leiden, Knipperdollinck en Krechting werden met gloeiende ijzeren tangen gemarteld, met een dolk in het hart gestoken en in ijzeren kooien aan de toren van de Lambertuskerk gehangen.

Eerlijk beeld
Luc Panhuysen heeft op basis van deugdelijke literatuur een eigentijdse versie van het dramatische epos van het koninkrijk Munster geleverd. Zijn verhaal is goed leesbaar, hier en daar wat lichtvoetig, en bevat een zo eerlijk mogelijk beeld van de gebeurtenissen. Hij maakt de grote inbreng van de Noordelijke Nederlanden in de wederkomstdroom inzichtelijk.

De verklaring van de invoering van de veelwijverij („De gefrustreerde geslachtsdrift hing als een zwarte donderwolk boven de stad”; tegenover een kleine 2000 mannen bevonden zich circa 5000 vrouwen) roept echter vragen op. Natuurlijk beseften de wederdopers dat ze over de schreef gingen. Maar of de mannen elkaar in de weg liepen in het verleiden van vrouwen, zoals Panhuysen schrijft, is niet na te gaan.

Wellicht is deze meest gesmade uitwas van 'Munster' in te passen in een verklaring van het hele syndroom. Panhuysen geeft die niet. Mogelijk moeten we die zoeken in de concrete en visuele toe-eigening van de bijbeltekst, met name teksten uit de Openbaringen en over de profeten en koningen van het Oude Testament. Dit lijkt mij de sleutel tot de psyche van de Munsterse wederdopers.

Dat deze toe-eigening tot in het absurde doorgevoerd werd, was de wederdopers na het debacle zelf al snel duidelijk. In april 1535 verscheen van de hand van Menno Simonsz een boekje over ”De blasfemie van Jan van Leiden”. „Hier heeft de duivel gelachen,” zei Heinrich Gresbeck, en velen zullen het met hem eens geweest zijn.