Boekrecensie

Titel: Leven in het jaar 1000
Auteur: Martin de Bruijn (met medewerking van Charlotte Broer)

Uitgeverij: Nederlands Centrum voor Volkscultuur
Utrecht, 2000
ISBN 90 71840 39 5
Pagina's: 64
Prijs: ƒ 34,50

Recensie door dr. H. B. Teunis - 29 maart 2000

Leven in de
Middeleeuwen

Wie wil weten hoe Midden-Nederland er duizend jaar geleden uitzag, kan heel goed te rade gaan bij het boek ”Leven in het jaar 1000”, geschreven door Martin de Bruijn.

”Leven in het jaar 1000” is gebaseerd op een goede kennis van zaken, helder geschreven en overzichtelijk gepresenteerd.

Misschien spreken de foto's van de huidige duinen, slikken, rivieroevers en zandgronden op het eerste gezicht het meest aan. Het zijn landschappen die we nog kennen en die in het jaar 1000 een veel grotere plaats innamen dan nu. Daaromheen laat zich, in gedachten, een hele wereld bouwen met behulp van dit boek.

Ongelijkheid
Het is een andere wereld dan de onze. Geen Nederlanders, maar Friezen, Franken en Saksen. Geen Nederlandse taal, maar een reeks langzaam in elkaar overlopende dialecten. Geen land waar ieder gelijk is voor de wet, zoals nu in artikel 1 van de Grondwet staat, maar waar standen te onderscheiden zijn met voor elk eigen regels en rechten. Principiële ongelijkheid dus. De kerk zei: Door God gewild. De mensen zeiden: De hogere standen, adel en geestelijkheid, hebben meer verdiensten voor het instandhouden van de samenleving en verdienen dus ook een beter leven wat betreft voeding en kleding.

Heel goed beschrijft de auteur de levensomstandigheden van de lagere standen: reconstructies van woningen, dorpen en land. Opvallend is de rol van handelaren. In omstandigheden die getypeerd kunnen worden met houten huisjes en huizen, slechte voeding en hoge sterftecijfers, brachten zij onophoudelijk specerijen uit het oosten, wijn uit het zuiden, pelzen uit het noorden.

Monniken
Dit mooie beeld van de levensomstandigheden van de mensen rond het jaar 1000 in Midden-Nederland hebben de auteurs kunnen opbouwen door archeologische vondsten te combineren met de (schaarse) overgeleverde teksten. Het beeld van de sociale verhoudingen, die gestoeld waren op het idee van de principiële ongelijkheid tussen mensen, is opgebouwd op grond van teksten van geestelijken en vooral van monniken – zij waren de enigen die schrijven konden. Deze geestelijken schreven vooral goed over zichzelf en maakten, om zich te profileren zouden we nu zeggen, de edelen en de boeren zwart. Het beeld van de verachte boeren en vechtende edelen is ook in dit boek blijven hangen; de monniken komen er goed van af. Maar we moeten niet vergeten dat de boerenbevolking, ondanks alles, kon groeien.

Het mag op het eerste gezicht ”achterlijk” lijken dat schuld bij een misdrijf vastgesteld kon worden door een zogenaamd godsoordeel, het trekken van een lot. Dit gebeurde echter na lang onderzoek (even zorgvuldig als, naar men mag hopen, thans het geval is), en het had een zuiverende werking – de persoon in kwestie kon weer opgenomen worden in de gemeenschap. Zo zouden er meer voorbeelden te geven zijn van trekken in de samenleving rond het jaar 1000 die deze (totaal andere) samenleving een menselijker gezicht geven, minder romantisch-gruwelijk. Men hield toen ook van kinderen, stellen de auteurs terecht vast (dit in tegenstelling tot oudere opvattingen). Zo hield men ook van zorgvuldige rechtspraak en bestuur, en beperkte men het geweld en – hield men van veel eten en drinken!