Boekrecensie

Titel: Graaf Jan van Nassau. Een krachtig vorst met kinderlijk vertrouwen
Auteur: N. Verdouw

Uitgeverij: Gebr. Koster
Barneveld, 1998
ISBN 90 5551 121 8
Pagina's: 239
Prijs: ƒ 29,90

Recensie door drs. A. A. van der Schans - 16 februari 2000

Architect van de
Unie van Utrecht

Het valt te vrezen dat de bekendheid van graaf Jan van Nassau (1536-1606) in Nederland te wensen overlaat. En dat ondanks een groot standbeeld dat ter ere van hem in de onmiddellijke nabijheid van de Domtoren in Utrecht staat. Als het aan N. Verdouw ligt, komt hierin verbetering. Mede daarom schreef hij ”Graaf Jan van Nassau. Een krachtig vorst met kinderlijk vertrouwen”, dat enige tijd geleden bij Gebr. Koster in Barneveld verscheen. In zijn verantwoording stelt Verdouw zich immers tot doel een „zo breed mogelijke bekendheid te geven aan het leven, het werk en de tijd van graaf Jan van Nassau.”

Is deze poging de moeite waard? Ik zou denken van wel. Het is begrijpelijk dat graaf Jan wat aandacht en betekenis betreft altijd in de schaduw van zijn grote broer, de ”vader des vaderlands” Willem van Oranje, zal blijven staan. Maar de betekenis van graaf Jan in onze vaderlandse geschiedenis wordt niet gauw te hoog aangeslagen. Alleen al vanwege het feit dat al onze Oranjekoningen en -koninginnen niet van Willem van Oranje, maar van zijn broer, graaf Jan, afstammen. Met de dood van stadhouder-koning Willem III in 1702 gaat de afstammingslijn van ons koningshuis immers van Willem van Oranje over op de tak van graaf Jan: de stadhouders Willem IV en Willem V en daarna de reeds genoemde koningen en koninginnen zijn nakomelingen van graaf Jan.

Brieven en geschriften
Waarom staat er overigens een standbeeld van graaf Jan op het plein tussen het oude universiteitsgebouw en de Dom in Utrecht? Wie ook maar een beetje goed geschiedenisonderwijs gekregen heeft, weet dat dit alles te maken heeft met de Unie van Utrecht. Uit dit in 1579 gesloten verbond tussen een aantal Noord-Nederlandse gewesten en steden ontstond de Nederlandse staat. Zoals uit de Unie van Atrecht later voortkwam wat we nu België noemen. Als architect van deze Unie van Utrecht heeft graaf Jan dus een grote betekenis gehad voor de staatkundige eenheid van ons land die later zou ontstaan.

Verdouw, directeur van de Graaf Jan van Nassauschool in Gouda, heeft voor het schrijven van zijn boek behalve de literatuur ook oorspronkelijke brieven en geschriften van graaf Jan geraadpleegd. Op grond hiervan bevestigt hij het bestaande, welhaast klassieke beeld van graaf Jan: iemand met een groot godsvertrouwen, onvermoeid strijdend voor de zaak der Reformatie, halfheid bij anderen verwerpend, kortom: dé „calvinist der Oranjes.”

Calvinisme
Verdouw wil van de prins, in dit geval van de graaf, geen kwaad weten. Graaf Jan is voor hem de grote held en de norm. In godsdienstig en politiek opzicht lijken voor Verdouw de paden van graaf Jan de enige paden, waarop gelopen kan en mag worden. Zoals graaf Jan met het probleem van de godsdienstvrijheid in zijn tijd omgegaan is, zo moeten wij het in onze tijd ook doen. Dat betekent dat de overheid de valse religie verbieden moet. Het lutheranisme zoals dat in ”Duitsland” in de tijd van graaf Jan gepraktiseerd wordt, is een halve Reformatie. Het calvinisme mag als enige partij de waarheidsclaim laten gelden, zo valt uit de betoogtrant van Verdouw op te maken.

Heel duidelijk schetst de schrijver het spanningsveld bij graaf Jan tussen theorie (leer) en praktijk in het politieke leven. De gereformeerden in Gelderland vragen hun stadhouder de valse godsdienst uit te delgen. Als stadhouder is graaf Jan in de positie dit te kunnen doen. Maar graaf Jan zelf heeft met een eed beloofd ook de roomsen in Gelderland te beschermen. Wanneer graaf Jan bekende theologen zoals Beza, Olevianus en Marnix om raad vraagt, komt er een compromis uit de bus: „Het is iets geheel anders de valse religie te verdragen, dan toe te staan dat deze wordt ingevoerd of (tersluiks ingedrongen) bevoordeeld wordt.”

Dat graaf Jan terdege een mens van vlees en bloed is, blijkt wanneer hij zijn tweede bruiloft viert. Op 44-jarige leeftijd trouwt hij (als weduwnaar) met de 23-jarige Kunigundi, de dochter van de gestorven keurvorst van de Palts. Om alle gasten van de nodige teerkost te voorzien, worden niet minder dan vijftig runderen en ongeveer 350 schapen geslacht. Bovendien bereidt het keukenpersoneel meer dan 700 karpers! Het commentaar van Verdouw noem ik gerust een vondst: „Het is de wens van graaf Jan dat alles sober en rustig gehouden wordt. Dat lukt niet helemaal.”

Vormende kracht
Volgens de achterflap van ”Graaf Jan van Nassau” is deze publicatie geschikt voor jongeren en ouderen. Hierover ben ik toch minder optimistisch. De stijl en het taalgebruik van de auteur zijn ronduit archaïsch en oubollig. Vaak is sprake van des (keizers) en diens (hof). Woorden zoals wederstaan, triumferen, predikatiën, spijze, ledige, vrouwe, het stoffelijke, van node, korzelig en gemelijk kunnen gemakkelijk vervangen worden door eigentijdse. En wat te denken van zinnen zoals: „Tranen van blijdschap rollen op de kraag van de edele knaap” en „Het volk van Nederland zucht”?

Het is niet te hopen dat de stijl potentiële lezers zal afschrikken en anderen zal bemoeilijken dit boek (uit) te lezen. Want Verdouw verdient met zijn bedoelingen een groot lezerspubliek. Hij is erin geslaagd een historisch betrouwbaar beeld van deze belangrijke figuur uit onze geschiedenis te tekenen. Het doet weldadig aan om in deze tijd van ontmythologisering kennis te nemen van zijn visie en overtuiging, namelijk dat religie een vormende kracht is geweest in onze geschiedenis. Laten wij ons deze overtuiging niet laten ontnemen. De politieke worsteling van graaf Jan is herkenbaar. Christelijke politici mogen weten dat zij vandaag de dag niet de eersten zijn die geroepen worden de normen van Gods Woord in het staatkundige leven te midden van de weerbarstige praktijk van het leven van alledag gestalte te geven.