| Binnenland | 20 november 1999 |
Oudste Nederlander (112): We hebben wat een armoe gekendOma Kaatje had vroeger geen fietsDoor J. Visscher De woonkamer, in de binnenstad van Leiden, biedt de aanblik die je half en half had verwacht. De makkelijke stoel naast de warme kachel. De schouw. De sta-klok daarop. Het wandtegeltje. De tekst: God heeft ons geen kalme reis beloofd, maar wel een behouden aankomst in Jezus Christus. Dan die handen. Stokoude, taaie handen. Wellicht vertellen die handen het meest. Meer dan een uur lang liggen ze roerloos in de schoot van mevrouw Van Dam-Groeneveld, ofwel oma Kaatje. Geboren in 1887. Mossie Zojuist hadden we het over versjes zingen. Bij de afwas, ver terug in haar lange leven. Nu is dat zingen niks meer, had zoon Cor (70) gegrinnikt. Vroeger wel. Wat zong je veel, hè moeder. Psalmversjes. Liederen van Johannes de Heer. Oma Kaatje heeft haar verstand nog goed, maar een gesprek voeren gaat niet makkelijk. Een voorbeeld. U bent gelovig, hè moeder, vraagt zoon Cor met stemverheffing. Haar smalle schouders bewegen niet-begrijpend. Gewonig? Nee, corrigeert Cor, gelovig. Job uit het Oude Testament komt ter sprake. Dat hij oud en der dagen zat was. Nee, dat is te moeilijk voor oma Kaatje, dat kan ze niet meer volgen. Uw vader had altijd van die teksten, hè moeder, zegt Cor. Er zal geen mossie van het dak vallen, of onze lieve Heer ziet het. Weer die lach. Die herkenning. Hemd Een fiets? Die had ze niet. Moeder, u kon niet eens fietsen, lacht Cor. En ook niet zwemmen. Vroeger ging u wel eens pootjebaden. En weet u nog dat u een van de kinderen in de sloot bent achternagesprongen? Het grijze hoofd knikt. Ja, ja. Om te helpen. Het waren eind vorige eeuw de tijden van paard en wagen. We vlogen achter de wagen aan en gingen eraan hangen. Maar dan moest je oppassen dat je geen klap met de zweep kreeg. Ze zag hoe de wereld versnelde. De auto kwam. De directeur van de fabriek was de enige in onze buurt die een auto had. Dat was wat. We sprongen een gat in de lucht. Maar ik had daar niet veel verstand van. Ze maakte beide oorlogen mee. Daar was ik niet erg op gesteld, mompelt oma Kaatje. Nog weer later stapten mensen op de maan. Moeder heeft dat met belangstelling gevolgd, zegt zoon Cor. Wasmachines, koffiezetapparaten, magnetrons, computers, daar wist je vroeger niet van. Kleren werden geboend op een plank. Zaterdagsavonds, nog voor de zondag. De kinderen hadden maar één hemd, lacht oma Kaatje. Wonden Dat lezen ging op een gegeven moment niet meer. Op haar 91e kreeg oma Kaatje een hersenbloeding. Toen ze 105 jaar was, brak ze haar heup. Voor het eerst in haar leven werd ze opgenomen in het ziekenhuis. Catharina Angenieta van Dam-Groeneveld kreeg tien kinderen. Vier van hen zijn reeds ten grave gedragen. Verder heeft ze achttien kleinkinderen, 24 achterkleinkinderen en een flink aantal achter-achterkleinkinderen. Het lichaam wordt zwakker. Cor verzorgt 's avonds de wonden van zijn moeder. Soms wrijft ze met haar handen een wondje in haar dunne huid. Tot vorig jaar hield oma Kaatje op haar verjaardag een receptie. Fotografen bleven maar flitsen, zegt zoon Cor. Het werd te druk. Vandaag wordt haar verjaardag in besloten kring gevierd. Wel komt de loco-burgemeester de hand schudden. Ze hapt in een spritsje. Laat hem maar komen. |