Binnenland

Verhoren enquêtecommissie leveren weer geen vrolijke week op

Vertrouwen in luchtvaart
op de proef gesteld

Door J. van Klinken
DEN HAAG - Veel luchtvaartfreaks zullen deze week met gekromde tenen de verhoren hebben gevolgd van de parlementaire enquêtecommissie die onderzoek doet naar de vliegramp in de Amsterdamse Bijlmer. Het vertrouwen in de luchtvaart onder het publiek lijkt een forse deuk te hebben opgelopen.

Het was gisteren met ir. H. Wolleswinkel weer het oude probleem. De man die destijds leiding gaf aan het vooronderzoek naar de oorzaak van de vliegramp met de El Al-Boeing, slaagde er op vitale momenten niet in zijn verhaal vierkant neer te zetten. Hoewel hij met het rapport over de Bijlmerramp in de internationale luchtvaartwereld veel respect heeft afgedwongen, liet hij zich door de enquêtecommissie net iets te vaak met de rug tegen de muur zetten.

De route die niet klopte, het onderhoud dat kennelijk niet goed was uitgevoerd, zijn reactie dat hij de verhoren van de commissie niet allemaal had gevolgd en een wat laconiek antwoord op de aanhoudende vragen naar de nimmer gevonden cockpit-voicerecorder leverden hem geen punten op.

Zwak
Ook voorzitter E. R. Müller van de Raad voor de Luchtvaart kende, na een sterke start, zwakke momenten. De commissie verweet de raad dat die wel erg gemakkelijk was afgegaan op de mening van externe deskundigen en te weinig aan eigen onderzoek had gedaan. Verder werd hem voor de voeten geworpen dat de raad niet boven water had gekregen dat het onderhoud aan het El Al-toestel veel te wensen zou hebben overgelaten. Müller liet zich die beschuldigingen nogal gemakkelijk aanleunen.

Dat alles maakte dat het luchtvaartwereldje opnieuw een weinig vrolijke middag doormaakte. Ook eerder op de dag was aan de reputatie van de luchtvaart geknaagd. El Al bleek zo'n bijzondere positie op Schiphol te hebben gekregen, dat over de maatschappij geen kwaad woord naar buiten zou worden gebracht. En de hoogste man van de verkeersleiding bleek op de avond van de ramp niet eens de moeite te willen nemen om naar de luchthaven te komen.

Simpel verzoek
Eerder deze week was het vertrouwen onder het publiek in de veiligheid van de luchtvaart tijdens de tweede week van verhoren zwaar op de proef gesteld. Een simpele vraag van El Al aan de luchtverkeersleiding om over de giftige aard van de lading te zwijgen, was voldoende om jarenlang zaken „onder de pet” te houden. Zo mogelijk nog schokkender waren de verklaringen van enkele El Al-technici dat soms „kisten” de lucht in gingen terwijl dat helemaal niet had gemogen.

Bij het publiek werd bepaald niet de indruk gewekt dat het er allemaal zo solide aan toegaat in de luchtvaart. En dat terwijl juist de luchtvaart in het algemeen de naam heeft dat met de veiligheid op geen enkele wijze wordt gesold.

Alleen al de zeer uitgebreide voorschriften, de zware opleidingen, het woud aan maatregelen, de talloze instanties die over de normering waken en het hoge kennisniveau leken garant te staan voor een bijna waterdicht veiligheidssysteem. Het vertrouwen daarin werd deze week steeds weer aan het wankelen gebracht.

Vergissing
Toch kon de schade wel eens minder groot zijn dan sommigen vrezen. Een nuchtere analyse van de feiten brengt wel de nodige deuken en blutsen aan het licht, maar het is zeker niet zo dat er sprake is van een algehele ontluistering.

De kwestie van de lading illustreert dat heel duidelijk. De gang van zaken leek glashelder. Volgens informatie van El Al kort na de ramp was het toestel geladen met giftige stoffen en explosieven. De luchtverkeersleiders hielden die informatie vervolgens achter, waardoor hulpverleners en bewoners wellicht aan ernstige risico's waren blootgesteld.

Woensdagmiddag had RLD-onderzoeker Erhart al uitgelegd dat dit verhaal niet kon kloppen. El Al moest zich volgens hem hebben vergist, omdat uit de documenten bleek dat de gevaarlijke stoffen en de munitie in Amsterdam waren gelost. Wolleswinkel bevestigde die informatie nog eens en voegde er terecht aan toe dat luchtverkeersleiders zich niet met lading moeten bemoeien, omdat ze daar niet voor zijn ingehuurd. Degene die informatie over de lading moest doorgeven aan brandweer en bestuurders, had dat volgens hem wel degelijk gedaan.

Van de kant van de enquêtecommissie werd dit niet tegengesproken. Het ziet er derhalve naar uit dat rondom die gevaarlijke lading niet zo heel veel belastende feiten overblijven.

Dat neemt overigens niet weg dat de verkeersleiders zich wel erg gemakkelijk het zwijgen lieten opleggen. Was dat gebeurd omdat ze zich niet met lading wilden bemoeien, dan zou dat te billijken zijn geweest. Maar nu blijkt dat aan het verzoek van El Al is voldaan als vriendendienst, is het laatste woord over deze zaak zeker nog niet gezegd. De schorsingen bevestigen dat intussen. Niet alleen het vertrouwen in de luchtvaart maar ook dat in de politiek is plotseling in het geding.

Vliegverbod
Een andere vraag die aan de orde kwam, was waarom Wolleswinkel na de ramp met de Boeing geen vliegverbod had bepleit. Voorzitter Meijer van de enquêtecommissie legde hem hierover het vuur zeer na aan de schenen.

Wolleswinkel kon niet helemaal overtuigend overbrengen waarom hij na de ramp in de Bijlmer had nagelaten op zo'n vliegverbod voor de Boeing 747 aan te dringen. Weliswaar reageerde hij met de opmerking dat dat een draconische maatregel zou zijn geweest. Meijer repliceerde meteen met de tegenvraag wat er dán had moeten gebeuren voordat hij zo'n vliegverbod had bepleit.

Raadselachtig bleef waarom Wolleswinkel niet teruggreep op een ervaring die hij in de jaren zeventig opdeed na de dramatische ramp met een Turkse DC-10 bij Parijs. Die bleek het gevolg te zijn van het verlies van een deur, waardoor de druk in het toestel was weggevallen. Wolleswinkel doorgrondde als een van de weinige experts de ernst van de situatie en pleitte direct voor een vliegverbod voor de DC-10. Zijn argumenten waren ijzersterk, maar hij eindigde het gevecht als verliezer.

Met zijn pleidooi maakte hij in luchtvaartkringen de indruk van een moedig man. Ook tegenover de commissie zou hij dat hebben gedaan. Maar gek genoeg zweeg hij erover in alle talen.

Hij had er duidelijk mee kunnen maken dat de Nederlandse luchtvaart niet wegloopt voor haar verantwoordelijkheid als daar werkelijk aanleiding toe is. Nu die duidelijkheid niet werd verschaft, is er een waas blijven hangen. Dat is op zich ernstig genoeg, maar het rechtvaardigt op dit moment niet het beeld van een wereldje dat aan alle kanten zou rammelen.