Binnenland

C. van de Craats voorzitter sectie Gezondheidszorg RMU

„Meer aandacht gereformeerde
gezindte voor assertiviteit”

Van onze binnenlandredactie
GOUDA – „In onze kringen is meer aandacht gekomen voor het opkomen voor jezelf. Wij hebben vaak geleefd vanuit het bijbelse principe van de zelfverloochening. De bijbels verantwoorde aandacht voor jezelf is ondergesneeuwd”.

Dat constateerde prof. dr. W. H. Velema, oud-hoogleraar ethiek aan de Christelijke Gereformeerde Theologische Universiteit, zaterdag tijdens de najaarsvergadering van de sectie Gezondheidszorg/Het Richtsnoer van de Reformatorisch Maatschappelijke Unie (RMU) en de Commissie Verzorgende Beroepen van de Jeugdbond van de Gereformeerde Gemeenten. De vergadering had als thema: “Jij zorgt voor anderen! Wie zorgt voor jou?”

Dat ben je in eerste instantie zelf, was het antwoord van mevrouw W. S. van Wetten, die actief is binnen vele verbanden van de gezondheidszorg. Zij bepleitte een evenwicht tussen draaglast en draagkracht. Van Wetten waarschuwde ervoor het thema niet zielig op te vatten, waarbij de (alleenstaande) verzorgende vol zit met gevoelens van zelfbeklag. Ze betrok het thema overigens ook op moeders, directeuren van zorginstellingen en predikanten.

Haar lezing bevatte veel praktische tips. Zo dient een verzorgende een eigen plek te hebben, „waar je jezelf kunt zijn, hardop kunt praten, ook met God, maar ook kunt huilen of stil kunt zijn”. Ze waarschuwde tegen een overmatig gebruik van „sloten koffie, een lekker sigaretje en medicijnen”.

Van Wetten maakte een onderscheid tussen het verantwoordelijk zijn en het zich verantwoordelijk voelen. Ook moeten de verzorgenden niet van zich eisen van alle zwakke kanten een sterke te maken. „Je hoeft niet te streven naar perfectionisme. Met name in de gereformeerde gezindte stelt men heel hoge eisen aan zichzelf. Sinds Genesis 3 is niemand volmaakt. Dan kan niet, dat hoeft ook niet”.

Van Wetten pleitte voor gezonde assertiviteit. „Zelfopoffering is geen zelfvernietiging”. Ook stelde ze dat het goed is grenzen te stellen in het werk. „Daarmee ben je nooit klaar”.

Onderbelicht
Dr. Velema constateerde dat tot voor enkele jaren de zorg voor jezelf in de gereformeerde gezindte onderbelicht bleef. „Onderhuids waren we er wel aan toe”.

Hij constateerde dat „we te weinig oog hebben gehad voor het feit dat God ons aan elkaar heeft gegeven. Onze kringen zijn nogal individualistisch. We zijn aartsindividualisten”. In het verleden werden mensen te weinig in hun werk geholpen. Daar zijn de kerk en de werkgever in belangrijke mate verantwoordelijk voor. Op het werk is een goede teamgeest en een goede toegankelijkheid van de manager belangrijk. De gemeente zou aandacht kunnen besteden aan stervensbegeleiding. De prediking dient „praktisch en bevindelijk” te zijn.

Velema pleitte voor persoonlijke vroomheid: bijbellezing, gebed en het bijhouden van een dagboek, waarin ook geloofsonderwerpen aan de orde kunnen komen.

De sectie Gezondheidszorg/Het Richtsnoer van de RMU koos C. van de Craats tot voorzitter. In het dagelijks leven is hij manager van het landelijk bureau van de Nederlandse Patiënten Vereniging in Veenendaal.