Binnenland

Gevallen van extreme verwaarlozing worden steeds complexer

„De man zat onder de schurft”

Door J. Visscher
UTRECHT – In Den Haag is deze week een zwaarverwaarloosd driejarig meisje gevonden. Samen met haar moeder groeide het kind op in een totaal vervuild pand. Jaarlijks treft de GGD honderden Nederlanders aan die in hun rommel omkomen. „Sommigen dragen tien jaar lang dezelfde kleren”.

„Tegen kennissen zeg ik het soms zo: Wat ik tegenkom, kun je in je fantasie niet verzinnen”. M. Daamen is werkzaam bij de afdeling hygiënisch woningtoezicht (Vangnet en Advies) van de Rotterdamse GGD. Zodoende komt hij regelmatig in aanraking met zwaarvervuilde stadsgenoten. Jaarlijks gaat het in Rotterdam om ongeveer 350 mensen.

Onder hen zijn ook „enige tientallen” kinderen. Daamen: „Helaas wel. Als moeder verslaafd is aan alcohol, vader aan de drugs is, het thuis hevig stinkt, en het bovendien een verzameling is van allerlei vieze beesten, dan kun je wel raden hoe de toestand is van de vijf kindertjes”.

Soms tart een zaak iedere verbeelding. Zoals het drama dat momenteel voor de rechter speelt. Daamen: „In deze regio is een zwakzinnig kind jarenlang misbruikt en mishandeld door volwassenen, onder wie haar ouders, die nu gevangenzitten. Het meisje, geboren uit een broer en zus, is ernstig verwaarloosd aangetroffen.

In het betreffende pand zat ook de oude vader van de daders opgesloten. Hij kreeg een uitkering, maar die werd grotendeels ingepikt. Je houdt het niet voor mogelijk hoe de oude baas eruitzag. Van top tot teen onder de schurft. Uitgehongerd. De man ving vissen in de singel en at ze rauw op. De politie heeft hem verschillende keren uit een container naast een Chinees restaurant gevist, tussen de slierten vandaan”.

Nest
Als mensen in hun eigen vuil omkomen, is dat in menig geval te wijten aan extreme eenzaamheid, vaak in combinatie met armoede. Dat zegt R. B. J. Smit, arts en coördinator van de Utrechtse GGD-afdeling die verantwoordelijk is voor hygiënisch woningtoezicht.

In Utrecht komt de GGD jaarlijks zo'n zestig zwaarvervuilde stadsgenoten tegen. „Mensen kunnen hun huis letterlijk in een nest laten veranderen. Het verval begint doorgaans in de natte ruimten, zoals de douche. Ten slotte is ook in de slaapkamer de troep metershoog opgestapeld”.

Waar rommel is, tiert vaak het ongedierte welig. Smit: „Je weet soms niet wat je ziet. Zevenhonderd muizen die in een huis vrij spel hebben. Veertig duiven die in de kamer rondfladderen. We hebben het meegemaakt dat iemand een paard in zijn woning had staan”.

Vreemde
Van de volstrekt verkommerde Nederlanders is het merendeel op leeftijd, weet Smit, die regelmatig met GGD-collega's uit andere steden om tafel zit. „Die oudere mensen hebben vaak hun partner verloren en raken vervolgens geïsoleerd. Ze zien overdag niemand. Ze komen als het ware steeds meer als vreemde in de wereld te staan”.

Behalve verwaarloosde bejaarden treft de Utrechtse GGD ook opvallend vaak extreem onverzorgde dertigers aan. „Meestal zijn dat ex-studenten die aan lager wal zijn geraakt. Ze zijn terechtgekomen in een negatieve spiraal en laten de boel en zichzelf verwaarlozen”.

Soms zoeken mensen, als gevolg van een traumatische ervaring, de viezigheid bewust op, zegt Smit. „We komen mensen tegen die zich als oud vuil aan de kant voelen gezet en zich daardoor letterlijk willen vereenzelvigen met vuil. Het klinkt wat theoretisch, maar dat soort dingen doet zich toch zeker voor”.

Onduidelijk is hoeveel verwaarloosden er op dit moment in Nederland leven. Niet ieders bestaan is bekend. Bovendien maakt de ene GGD meer werk van het hygiënisch toezicht dan de andere. Daardoor kunnen cijfers een vertekend beeld geven. Feit is dat grote steden als Amsterdam en Rotterdam ettelijke honderden zwaarvervuilde Nederlanders tellen.

GGD'er Smit uit Utrecht heeft de indruk dat het aantal vervuilde Nederlanders de laatste jaren licht stijgt, onder meer als gevolg van de vergrijzing. Zijn Rotterdamse collega Daamen merkt dat situaties van extreme verwaarlozing „steeds complexer en meer bizar worden”.

Scheefgegroeid
Stuit de GGD op een zwaarvervuilde woning, dan komt er in de meeste gevallen hulp op gang. In samenspraak met instanties als de schoonmaakdienst, wijkverpleging of het buurtwerk. Lang niet altijd komt er een keer ten goede. Smit: „Sommige echte asocialen weigeren hulp. Die moeten het dan zelf maar uitzoeken”.

Daamen: „We zitten aan het eind van een traject, met alle tragiek van dien. Andere hulpinstanties hebben al van alles geprobeerd. Als wij eraan te pas moeten komen, is er vaak veel scheefgegroeid”.

Huiveringwekkend genoeg gebeurt dat scheefgroeien in een enkel geval letterlijk. Zoals in Amsterdam. Politiemensen troffen eind 1996 in een flatwoning een extreem dikke dertigjarige vrouw aan. Ze had vijftien jaar lang geen stap buiten de deur gezet. In het bijzijn van haar gebochelde vader bracht de vrouw de dagen door voor een radiootje. Vanwege haar enorme lichaamsomvang moest de brandweer eraan te pas komen om haar door het raam naar buiten te tillen.