Binnenland

Ds. Spoor teleurgesteld na „zwakke vertoning” politiek

Vergeten gevangenen: geen nieuws

Door P. Chr. van Olst
DEN HAAG – Pure teleurstelling is van zijn gezicht af te lezen. De politiek faalt in de ogen van dominee J. Spoor. Terwijl tal van Nederlandse gedetineerden in buitenlandse gevangenissen wegkwijnen onder soms erbarmelijke omstandigheden en maar al te vaak zonder adequate consulaire hulp, vertelt minister Van Mierlo van buitenlandse zaken de Tweede Kamer dat het allemaal wel meevalt. En de kamerleden leggen zich daar zonder slag of stoot bij neer.

Namens stichting Epafras verleent ds. Spoor hulp aan Nederlandse gedetineerden in het buitenland. De oud-justitiepredikant bezoekt overal ter wereld gevangenissen waar Nederlanders vastzitten, soms terecht, soms om redenen die niemand weet. Soms zitten ze onder redelijke omstandigheden, maar soms ook is hun toestand erbarmelijk. Soms is de rechtsgang in het bewuste land betrouwbaar, soms dreigt het schrijnend onrecht. Het zijn er 1600 in totaal.

Die mensen hebben hulp nodig, vinden de mensen van Epafras. „Geestelijke zorg, sociale hulp en consulaire hulp”, zo vat een stichtingsnotitie samen. De geestelijke zorg proberen de predikanten Boeschoten en Spoor namens hun stichting te verlenen. Zo stond ds. Spoor voor de laatste pastorale hulp aan het bed van Johannes van Damme, veroordeeld wegens drugssmokkel, wachtend op de strop van het regime van Singapore.

De consulaire hulpverlening is een zaak van Nederlandse ambassades en consulaten overal ter wereld. Zij hebben de taak landgenoten op te zoeken in de gevangenis en hen te informeren over hun mogelijkheden en onmogelijkheden, hun rechtshulp bieden en waar nodig trachten de gedetineerde over te brengen naar Nederland.

Verborgen camera
Die hulp schiet ernstig tekort, is de ervaring van ds. Spoor. Met een verborgen camera legde hij schokkende beelden vast van de Nederlander Hans van Dam in de gevangenis van het Indiase Madras. Van Dam zit een straf uit van tien jaar wegens drugsbezit. Hij krijgt nauwelijks eten of medicijnen, weegt nog maar 45 kilo, raakte in de gevangenis besmet met het aids-virus en ligt met een open beenwond in een temperatuur van bijna 40 graden. Hij is er zeer ernstig aan toe. De consulaire hulp bestond uit één bezoek door de consul van Bombay, die beloften deed waar Van Dam later niets meer van hoorde.

Ds. Spoor speelde het verhaal van Van Dam in handen van het televisieprogramma Zembla, dat de reportage “Vergeten gevangenen” uitzond. Daarop ontstond de nodige commotie. Ds. Spoor en stichting Epafras kregen tal van reacties en giften stroomden binnen. Ook politiek waaide er nogal wat stof op. Dat resulteerde in het overleg over Nederlandse gedetineerden in het buitenland dat de Kamer gistermiddag met minister Van Mierlo van buitenlandse zaken voerde.

Maar in plaats dat de bewindsman inzet en beterschap belooft, schiet hij in de verdediging. Het valt allemaal wel mee, zo valt Van Mierlo's betoog van gistermiddag samen te vatten. „Alle keren dat het misgaat, is er de publiciteit en komen de emoties los. Dat geeft een karikatuur. In werkelijkheid gaat het met de consulaire hulpverlening van Nederland goed, zeker in vergelijking tot de hulp die ons omringende landen hun gevangenen elders ter wereld verschaffen”.

Uitleveringsverdrag
Een vrouw op de publieke tribune blaast verontwaardigd. „Mijn man zit nu al vijf jaar vast in Marokko. Om niks. Had nog geen pakje Marlboro bij zich. Maar hij heeft nog nooit iemand van de Nederlandse ambassade op bezoek gehad. Wel één keer iemand van de Engelse. En daardoor krijgt hij nu een nieuwe rechtszaak”.

Als één land het slecht doet, is het volgens haar Nederland. „Als mijn man een Spanjaard was geweest, of een Fransman, een Portugees of een Belg, dan was hij nu al weer in eigen land geweest. Die landen hebben een uitleveringsverdrag met Marokko, maar Nederland wil dat niet”.

Inderdaad. Minister Van Mierlo legt uit dat hij zich voorlopig nog blijft inzetten voor een multilateraal verdrag (met vele landen) en pas als dat op onwil van Marokko blijft stuiten, wil hij de mogelijkheid van een bilateraal uitleveringsverdrag (tussen twee landen) overwegen. „En dus gebeurt er voorlopig niks”, concludeert mevrouw cynisch en teleurgesteld tegelijk.

Haar zoontje zit naast haar te kijken naar de politici. „Hij was net zeven toen ze z'n vader oppakten. Sindsdien heeft hij hem één keer gezien. Mijn dochter van 23 heeft m'n man al vijfenhalf jaar niet meer gezien”.

Geestelijke nood
De kamerleden die aanvankelijk nogal wat kritiek naar voren brengen, laten de bovenlip al weer snel zakken als Van Mierlo zijn sussende woorden heeft gesproken. „Ze laten zich echt met een kluitje in het riet sturen”, sputtert ds. Spoor, die het hele debat vanaf de tribune volgt. Hij vindt het maar een „zwakke vertoning”.

Als klap op de vuurpijl maakt Van Mierlo bekend dat hij Reclassering Nederland 600.000 gulden schenkt voor hulp aan gedetineerden die weer terugkomen in de Nederlandse samenleving. Epafras krijgt niets, hoewel de stichting een uitgewerkt voorstel bij de commissie indiende. Ds. Spoor: „Het lenigen van geestelijke nood zegt de minister kennelijk niks”.