| Binnenland |
RPF-leider Van Dijke: Nieuwe impuls voor vorming één partijGPV'er Schutte is tegen fusieDoor B. J. Spruyt en G. A. VroegindeweijDEN HAAG GPV-fractievoorzitter Schutte kan niet leven met een fusie van zijn partij met de RPF. Een politieke samenwerking met één lijst en één programma vindt hij geen probleem. Ik onderschrijf echter niet het model van een fusie, zoals voorgesteld. Dat zei de GPV-voorman vanmorgen in Den Haag tijdens de presentatie van de samenwerkingsplannen tussen RPF en GPV. Hij vindt dat het GPV de eigen confessionele lijn in relatie met de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) moet vasthouden. De proeve van een grondslagformulering, zoals een gezamenlijke commissie die heeft voorgesteld, vindt hij alleen werkbaar voor de politieke praktijk, maar niet voor de grondslag van een politieke partij. Het standpunt van de GPV'er ligt in lijn met hetgeen hij hierover enkele maanden geleden in deze krant verwoordde. Hij zei toen dat concessies op het punt van de grondslag de partij ongeloofwaardig zouden maken. GPV-partijvoorzitter Cnossen erkende gisteren dat er in zijn partij kritische geluiden zijn en dat het GPV daarom terughoudend is. Dat heeft vooral te maken met het feit dat zijn partij met de vrijgemaakte kerk is verbonden. Hij vindt niet dat zijn partij een ommezwaai heeft gemaakt door nu akkoord te gaan met samenvoeging van lijsten en politieke programma's, terwijl het GPV twee jaar geleden zei dat eerst de partijen moeten fuseren en dat er daarna pas sprake kan zijn van één partij. We hebben nu duidelijk het perspectief dat we doorgroeien naar die eenheid, aldus Cnossen. Bij de RPF overheerst vooral tevredenheid over de bereikte resultaten. Volgens RPF-leider Van Dijke en diens fractiegenoot Rouvoet maakt de gemeenschappelijke grondslag waarover GPV en RPF het eens zijn geworden vooral één ding duidelijk: Voor een gescheiden optrekken van beide partijen bestaat geen enkele legitimatie meer. Volgens Rouvoet zijn de wederzijdse vooroordelen overwonnen en blijken de nog bestaande verschillen tussen beide christelijke partijen niet te herleiden tot een verschil in visie op de confessie. Tevredenheid Hoe groot de eensgezindheid binnen de commissie bestaande uit drie RPF'ers en drie GPV'ers was, wordt volgens Rouvoet alleen al duidelijk uit het gegeven dat er eerst sprake was van een werkgroep waarvan twee afzonderlijke delegaties deel uitmaakten. Al snel werden we één commissie, waarbinnen op grond van zakelijke argumenten is gediscussieerd zonder dat de partijstandpunten telkens tegenover elkaar stonden. We zijn het met elkaar van harte eens geworden over de betekenis van de Bijbel en de confessie voor de politiek en zijn daar wederzijds op aanspreekbaar. Nu we eensgezind deze proeve hebben vastgesteld en de beide partijbesturen met de inhoud daarvan hebben ingestemd, blijkt de overeenstemming zo groot dat we zo snel mogelijk moeten en kunnen overgaan tot de formatie van één partij. Deze stap is daartoe een nieuwe impuls. Alhoewel iedere verwijzing naar de Vrijmaking van 1948 in de nieuwe grondslag ontbreekt en van de Drie Formulieren van Eenheid wordt gezegd dat die de Bijbel naspreken, denkt Rouvoet dat de nieuwe grondslag zowel voor belijnde GPV'ers als voor de evangelische achterban van de RPF acceptabel zal zijn. Het is een misverstand te denken dat evangelische RPF'ers op zich moeite met de belijdenisgeschriften zouden hebben. Ze hebben er alleen geen historische en emotionele binding mee en ze verzetten zich tegen de nevenschikking van het Woord en de confessie. Wij hebben met elkaar vastgesteld dat de belijdenisgeschriften relevant zijn omdat ze de Bijbel naspreken. De belijdenis speelt ook een rol bij de vormgeving van onze politieke overtuiging, maar niet op hetzelfde niveau als de Bijbel. Het Woord staat op de eerste en hoogste plaats. Heel concreet zal er de komende maanden nog niet zo veel veranderen in de samenwerking tussen RPF en GPV. Gezamenlijke fractievergaderingen zullen zich zo om de twee weken op een bepaald thema concentreren. Gaandeweg willen we ook steeds meer reguliere fractievergaderingen samen gaan houden. Maar organisatorisch ligt dat nu nog moeilijk en we moeten natuurlijk voorkomen dat we het verwijt aan onze broek krijgen dat we in Den Haag te ver voor de muziek uitlopen, aldus de RPF-kamerleden. Extra accent De SGP-voorman heeft geconstateerd dat de beide partijen op dezelfde voet willen samenwerken met de SGP dan tot nu toe. We moeten de verschillen niet oppoetsen, we moeten ze ook niet verdoezelen. Waar we samen kunnen werken, moeten we dat ook blijven doen. Wellicht kan hier en daar een accent extra worden gezet. Van der Vlies heeft zijn vraagtekens bij de conclusie van RPF en GPV dat samenwerking een positief effect heeft voor de christelijke politiek in een ontkerstende samenleving: Ik hoop dat uiteraard. Ondanks de verloving en het aangekondigde huwelijk tussen de partijen, is daar bij de laatste kamerverkiezingen echter niet veel gebleken. De RPF heeft weliswaar stemmen gewonnen, maar het GPV werd geconfronteerd met een verlies. Woordvoerders Bij elk ministerie of bij elk deelonderwerp is een tweede woordvoerder beschikbaar van de andere partij. Over onderwerpen waar de fracties niet hetzelfde denken, mogen ze elk hun eigen woordvoerder inzetten. |