Binnenland5 april 2001

Geweld stijgt fors bij jongeren; explosief onder meisjes

„Psychiatrie heeft imagoprobleem”

Door A. M. Alblas
ROTTERDAM – „Er heerst in ons land onbekendheid met de moderne psychiatrie. Dit terwijl een op de vijf mensen op enig moment in zijn leven in aanraking komt met de geestelijke gezondheidszorg. De psychiatrie heeft imagoproblemen.”

Dat zegt zenuwarts dr. P. A. de Groot, vice-voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP). De vereniging congresseert dezer dagen met 1500 deelnemers over ”Macht, middel en menselijkheid”.

„Maatschappelijke en wetenschappelijke ontwikkelingen leiden tot verschuiving van de macht en de middelen die de moderne psychiatrie ter beschikking staan. Vanuit de samenleving wordt in toenemende mate een beroep gedaan op de psychiatrie. Tegelijkertijd nemen de kwaliteitseisen toe en moet het werk van de psychiater transparanter en beter toetsbaar worden”, zegt psychiater dr. A. T. F. Beekman, voorzitter van de Commissie Wetenschappelijke Activiteiten van de NVvP.

Volgens de hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie dr. Th. A. H. Doreleijers neemt de gewelddadigheid onder jongeren toe, vooral onder specifieke groepen jongeren, zoals zedendelinquenten en allochtonen. Bij meisjes is er zelfs sprake van een explosieve toename. „Van de 50.000 jongeren komen er 20.000 met de politie in aanraking vanwege het plegen van een misdrijf. Van die 20.000 gaan er 14.000 naar de officier van justitie. Van die 14.000 gaan er 5000 naar de kinderrechter.”

Sprong voorwaarts
Ergens in dat traject komt mogelijk de kinder- of jeugdpsychiater een keer in beeld, aldus de hoogleraar. Die zoekt uit of er sprake is van criminaliteit of een psychiatrische stoornis. „De screening en de diagnostiek op dat gebied moeten beter. Iedereen heeft zo'n beetje zijn eigen methodiek, die bovendien in elke regio ook weer anders is. Dat geld ook voor de samenwerking tussen het departement van Volksgezondheid en de jeugdhulpverlening, die beleid maken op het terrein van de jeugdzorg. Als daar beter zou worden samengewerkt, kunnen de jeugdzorg en de ontwikkeling van wetenschappelijk onderzoek op dat terrein een aanzienlijke sprong voorwaarts maken.”

Uit een Amsterdams onderzoek blijkt dat tweederde van de twaalf- en dertienjarige jongeren die met de politie in aanraking komen en een poosje worden opgesloten, binnen een jaar recidiveren. „We weten al geruime tijd dat gevangenisstraf niet helpt. Daarom moet de bouw van steeds meer jeugdinrichtingen worden gestopt. Eén cel kost 900.000 gulden. Voor dat geld kunnen therapeuten heel wat uren hulp verlenen. Hulp die erop is gericht deze jeugdigen te laten herintreden in de maatschappij. Er zouden veel meer kinder- en jeugdpsychiaters moeten worden opgeleid”, aldus Doreleijers.

Overlast
De tolerantie van de samenleving voor mensen met gedragsproblemen die overlast veroorzaken, neemt af. Vaak zijn het mensen die problemen hebben op meer gebieden, de zogenaamde dubbeldiagnosen. Mensen kunnen psychisch gestoord zijn en tegelijk verslaafd zijn aan alcohol of drugs, dakloos zijn, ook nog schulden hebben, overlast veroorzaken en met justitie in aanraking zijn of zijn geweest.

„Op elk van die probleemgebieden hebben zij hulp nodig”, zegt psychiater E. A. Noorlander, werkzaam in het Delta Psychiatrisch Ziekenhuis en de TBS-kliniek De Kijvelanden in Poortugaal. „Maar onze hulpverlening is nu eenmaal georganiseerd rond afzonderlijke probleemgebieden. De verslavingszorg is niet verantwoordelijk voor het daklozenprobleem, de daklozenzorg niet voor de psychiatrische behandeling, de psychiatrie niet voor het alcoholprobleem, de hulpverlening niet voor het agressieve gedrag en de overlast, terwijl de politie niet verantwoordelijk is voor de psychiatrische hulpverlening. Zo kunnen we eindeloos in kringetjes ronddraaien die telkens op nul uitkomen.”

Noorlander noemt het een complicerende factor dat de hulpverlening geen geld en faciliteiten krijgt voor werk waar ze niet verantwoordelijk voor is. „Ook heersen er in de samenleving veel te hoge verwachtingen over wat hulpverlening kan bieden. Zelfs al zou de verantwoordelijkheid voor deze dubbeldiagnosen perfect worden gedeeld, dan nog zouden verloedering en overlast deels blijven bestaan.”

Uitgetript
Er is namelijk een groep mensen die helemaal niet is geïnteresseerd in het tegengaan van overlast of verloedering. „Een dakloze, agressieve, psychotische man die ervan overtuigd is dat alleen cocaïne zijn leven de moeite waard maakt, geeft geen geld uit voor nette kleren, voedsel of woonruimte. Een politiecel interesseert hem niet. Als hij is uitgetript, wordt hij weer losgelaten en gaat hij stelen, want cocaïne is duur en hij moet het spul hebben.”

„Aan een psychiater heeft hij al helemaal geen boodschap. Voor zijn gebruik en crimineel gedrag en de overlast die hij veroorzaakt, is alleen hij verantwoordelijk. Die verantwoordelijkheid kan niemand overnemen. De psychiater wordt vaak aangesproken op zijn onvermogen. Maar wie spreekt een internist of oncoloog aan op het feit dat er nog nooit een middel is gevonden tegen kanker of aids?”

De macht van hulpverleners om het gedrag van anderen te beïnvloeden is en blijft beperkt, aldus Noorlander. „Tenzij het mensen betreft die echt gevaarlijk zijn en uit de samenleving moeten worden gehouden. Daar hebben we wetten voor.”

Strafopvang
De Rotterdamse psychiater dr. R. van der Pol heeft bedenkingen bij de op 1 april ingegane Wet strafopvang verslaafden. Daardoor worden recidiverende verslaafden twee jaar lang gedwongen een behandeling te ondergaan. Van der Pol: „Op zich is deze maatregel wel goed, maar het gebeurt op titel van ”behandeling”. Daar is geen enkele wetenschappelijke basis voor. Bovendien geldt de strafopvang verslaafden alleen maar voor mannen, niet voor allochtonen en er moet niet sprake zijn van een psychiatrische stoornis. Hoe kan men nu zulke criteria verzinnen! De overheid zou toch op z'n minst de beroepsgroep NVvP hierbij moeten hebben betrokken! Nee dus. Gewoon een wet invoeren. Te gek voor woorden!”