Binnenland23 maart 2001

Luitenant-generaal Berlijn: De eerste indruk is vaak bepalend

Strak en goed

Door R. Pasterkamp
Een F-16 kent voor hem geen geheimen. Over de opvolger van het jachtvliegtuig laat hij zich niet uit. Hij geldt als „uiterst correct, ongevaarlijk voor zijn politieke bazen en geliefd bij de manschappen.” De minister van Defensie omschreef hem als „een vertegenwoordiger van het nieuwe type officier in de krijgsmacht. Deskundig. Professioneel. Ingetogen.” Vandaag op de dag af is luitenant-generaal Dick Berlijn een jaar de militaire baas van de Koninklijke Luchtmacht. „Het valt me op hoe ontzettend snel de tijd gaat.”

Een afspraak maken met de Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten (BDL) valt niet mee. Tot de zomer is ieder uur in zijn agenda volgeboekt. De BDL onderhoudt de externe relaties van de luchtmacht en heeft de leiding over de staf. Ook 's avonds is Berlijn veel voor de luchtmacht op pad. Receptie hier, lezing daar. Het thuisfront, in het oosten van het land, schiet er danig bij in. „Mijn vader, die in de periode na de Tweede Wereldoorlog generaal was bij de luchtmacht, zegt wel eens: Kun je die ontvangsten en representatieve zaken niet overlaten aan anderen of wat meer delegeren? Maar dat kan en wil ik ook echt niet, de tijden zijn wat dat betreft veranderd.”

Berlijn –afgelopen zondag werd hij 51 jaar– is het gezicht van de vaderlandse luchtmacht. Wil dat ook zijn. Daar horen een onberispelijk uniform, goed gepoetste schoenen en een fris geschoren uiterlijk bij. In zijn rubriek in de Vliegende Hollander, het orgaan van de Koninklijke Luchtmacht, vroeg Berlijn daar deze maand aandacht voor. „Hoe komen we over bij collega's en bij bezoekers? Hoe zien we eruit? De eerste indruk is vaak heel bepalend. En daarvoor krijg je nooit een tweede kans.”

Te veel loshangende stropdassen gezien?
„Ons imago wordt niet alleen bepaald door onze operaties in bijvoorbeeld Kosovo. Ik wil dat we als luchtmacht niet alleen strak en goed georganiseerd zijn maar er ook zo uitzien. Dat is niet alleen prettig voor jezelf maar werkt ook naar buiten toe. Als we als luchtmacht geld voor taken en/of middelen nodig hebben, is de maatschappij sneller bereid dat te geven aan een professioneel en goed lopend bedrijf.”

Uiterlijk voorkomen is niet het sterkste punt bij de luchtmacht.
„Weet ik. We hebben op dat punt een beetje een groezelig imago. Daar moeten we aan werken, proberen het gevoel ervoor te krijgen. Zet twee vliegers bij elkaar die in de lucht fantastisch werk doen en daar als experts met elkaar met handen en voeten over kunnen praten, terwijl het er tegelijkertijd misschien niet uitziet. Uiterlijk vinden zij, op dat moment, iets minder belangrijk. Terwijl zoiets onnodig afbreuk doet aan je imago.”

Zegt u er wat van?
„Met commandanten spreek ik erover, zeker. Je moet dat op een vriendelijke en respectvolle manier doen. Niet door de hal gillen: „Hé, jij daar, jasje dicht.” Om een voorbeeld te geven: als ik met een gezelschap op een luchtmachtbasis kom en ik word begroet met „Hallo”, dan past dat niet. Hallo kan uitermate vriendelijk zijn en onder elkaar begrijp ik dat ook nog. Maar tegen een bezoeker die je niet kent zeg je dat niet.”

Moet de luchtmacht op de marine gaan lijken?
„Ik heb groot respect voor de manier waarop men bij de marine omgaat met zaken als uniform, netheid en uiterlijk voorkomen. Wij kunnen daar nog wel iets van leren. Maar ook bij grote delen van de landmacht en bijvoorbeeld de mariniers is het in orde. Wij zouden dat ook moeten willen.”

Dirk Lodewijk Berlijn komt uit een echte luchtmachtfamilie. Zijn vader was vlieger en onder andere commandant van het Commando Tactische Luchtstrijdkrachten. Zijn jongere broer Peter is straaljagerpiloot en momenteel als kolonel de Nederlandse vertegenwoordiger bij het Joint Strike Fighter-project in de Verenigde Staten. De twee zoons van Dick Berlijn hebben geen ambitie richting cockpit.

De militaire loopbaan van Berlijn begon in 1969 aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda. Vervolgens ging hij naar Canada voor de vliegersopleiding. Terug in Nederland vloog hij onder andere met de F-104 Starfighter vanaf de vliegbasis Twente en later Leeuwarden. In 1981 werd Berlijn omgeschoold op de F-16, het jachtvliegtuig dat de Starfighter verving.

Later in zijn loopbaan was Berlijn commandant van het eerste F-16-detachement dat toezicht moest houden op het vliegverbod boven Bosnië. Deze operatie, ”Deny Flight”, vond voor het eerst plaats in 1993, vanaf de Italiaanse basis Villafranca. In Villafranca kon de luchtmacht zich voor het eerst profileren in een crisissituatie. Berlijn pakte het als commandant geroutineerd aan. Daarbij was de mediagenieke F-16-vlieger ook zeer toegankelijk. Voor het vaderland was hij in die dagen, via de kranten en de televisie, de vertegenwoordiger van wat de luchtmacht zelf zo graag Air Power noemt: de kracht van een F-16 die met razende naverbrander het luchtruim kiest. En de man in de cockpit is wel een Nederlander. Later, in september 1995, werd Bosnië zelfs gebombardeerd door onder andere Nederlandse F-16's.

Nadat Berlijn de operatie in Italië tot een goed einde bracht, volgde in 1994 de overstap naar de Haagse staf van de luchtmacht. Als een komeet schoot Berlijn door de hiërarchie in de staf aan de Binckhorstlaan en het ministerie van Defensie. Dit resulteerde begin vorig jaar in een benoeming tot bevelhebber der luchtstrijdkrachten. Op een regenachtige vliegbasis Soesterberg nam hij op vrijdag 24 maart het commando over van luitenant-generaal Droste. Berlijn was toen net zes dagen 50 jaar, een van de jongste bevelhebbers ooit.

Minister De Grave van Defensie noemt u een vertegenwoordiger van het nieuwe type officier in de krijgsmacht. Mee eens?
„In het verleden zijn er generaals geweest die via de media hun gelijk wilden halen. Inderdaad, generaal Couzy van de landmacht. Zo iemand ben ik niet. Binnen de muren van het ministerie van Defensie mag je keihard je mening geven. Maar als er uiteindelijk een beslissing valt, moet je als teamspeler meedoen en medeverantwoordelijk zijn voor het beleid. Bij uitzendingen naar het buitenland, waar mensen risico's moeten nemen, in gevaarlijke omstandigheden komen, kan het niet zo zijn dat niet iedereen aan de top achter die beslissing staat. Wordt iets ondanks het feit dat ik er geen verantwoordelijkheid voor kan nemen toch doorgezet, dan heeft dat voor mij consequenties. Op zo'n moment is er voor mij geen plaats meer.”

Dat idee wel eens gehad?
„Nee, ik heb wel eens zaken moeten slikken. Maar ik heb altijd het gevoel gehad dat ik mijn ei kwijtkon.”

Ook in de kwestie ”Apaches naar Djibouti”?
„Mijn voorkeur ging uit naar stationering van de gevechtshelikopters in het inzetgebied, dus Eritrea of Ethiopië. Dat wilden de Verenigde Naties niet. Na een goed gesprek met admiraal Kroon, de chef defensiestaf (de hoogste militaire baas van Nederland, RP), waarbij we de alternatieven hebben besproken, sloten we de rijen. Het besluit om de helikopters naar Djibouti te sturen is genomen. Op zo'n moment recht je je rug, zeur je verder niet en zorg je ervoor dat je een teamspeler bent.”

Uiterst correct...
„Aan iemand die alleen maar meebuigt en verder zijn mond dichthoudt, heb je niets. Ik geef mijn mening, maar wel binnenskamers, niet via de krant. Als je dat correct noemt, dan is dat juist.”

Door de inzet tijdens de Kosovo-crisis in het voorjaar van 1999 –het was een Nederlandse F-16 die een van de eerste Servische Migs neerhaalde– heeft de luchtmacht aan gezag gewonnen. Internationaal –na de Amerikanen en de Britten mogen ook de Nederlanders binnen de NAVO een rondje meevliegen– maar ook binnen de landsgrenzen. Uit de Defensienota werd het opheffen van een squadron F-16's geschrapt. De politiek ging inzien dat het ”luchtwapen” in de huidige conflicten onmisbaar is.

Op dit moment zijn het vooral de helikopters van de luchtmacht die de dienst uitmaken. In Bosnië vliegen vijf Cougars van het 300-squadron in dienst van SFOR, vier Chinook-transporthelikopters ondersteunen Nederlandse mariniers in de Unmee-missie in Eritrea en Ethiopië en verderop in Afrika waakt een kwartet Apache-gevechtshelikopters over de veiligheid van diezelfde mariniers. Iedere week vliegt een KDC-10 vanaf de vliegbasis Eindhoven naar de Hoorn van Afrika met mensen en materieel.

Conflicten in de wereld zijn de toekomst voor de luchtmacht.
„Zonder conflicten zou Defensie overbodig zijn. Maar de wereld laat zien dat krijgsmachten helaas hard nodig zijn. Daarbij wordt een steeds groter beroep gedaan op de luchtmacht. Niet alleen voor aanvallen en bewaking door gevechtstoestellen, maar ook voor transport door de lucht. De spullen die we de laatste tien jaar hebben aangekocht zijn allemaal ingezet. Helikopters, transportvliegtuigen, noem maar op. We zijn wel een bedrijf met dure spullen, maar die hebben we zeker niet voor Jan Doedel aangeschaft.”

En de Gulfstream, de snelle zakenjet van de luchtmacht, dan?
„Ik heb niet gezegd dat wij per se zo'n toestel moesten hebben. Het vervoer van belangrijke personen kun je ook uitbesteden. Ik heb er geen gevoelens bij.”

De meest actuele en ongetwijfeld belangrijkste krachtproef voor Berlijn wordt de opvolging van de F-16. In het jaar 2010 is deze straaljager op en moet de luchtmacht iets nieuws hebben. Het overgrote deel van de vliegers wil het liefst de Joint Strike Fighter (JSF), een 'hightech'-vliegtuig dat voor de Amerikaanse strijdkrachten wordt ontwikkeld.

Een van de Amerikaanse vliegtuiggiganten Boeing of Lockheed mag de JSF bouwen. Nederland kreeg van de Verenigde Staten het aanbod mee te doen in de voorbereidingsfase, maar verplicht zich dan wel de JSF ook te kopen. De politiek gruwt van dat idee en kijkt liever dichter bij huis. Daarom ruiken ook Europese vliegtuigbouwers hun kansen om de 12 miljard gulden die de BV Nederland voor de mega-order reserveert, in de wacht te slepen. Rafale, Eurofighter en Gripen zijn kandidaat. Berlijn vloog ze alledrie.

En, welke moet het worden?
„Doet u mij een paar vliegtuigen, zo is het niet. Het is een zeer complexe afweging. Uiteindelijk moeten we het beste vliegtuig kopen tegen de meest aantrekkelijke prijs en een vliegtuig dat ook in exploitatie het voordeligst is. Het zou van mij niet fair zijn om nu te vertellen welk gevoel ik krijg bij de verschillende typen.”

Belt u vaak met uw broer Peter?

„We bellen wel eens. De Amerikanen hebben het aanbod gedaan om mee te gaan in het JSF-ontwikkelingsprogramma en...

Slimme zet.
„Ze willen de ontwikkelingskosten zo breed mogelijk spreiden. De beslissing over meedoen is aan ons: take it or leave it. De JSF van de plank kopen kan altijd nog.”

De uitzendingen naar het buitenland drukken zwaar op het luchtmachtbedrijf, dat 13.000 mensen telt. „De rek is er wel uit”, zegt de baas van dit alles resoluut. „We moeten leentjebuur spelen bij andere luchtmachtonderdelen om de uitzendingen vol te krijgen. Qua personeel zitten we heel krap. Vooral technisch geschoold personeel kunnen we goed gebruiken.”

Voor jongelui met bril, tot voor kort de barrière om in een cockpit van helikopter of F-16 te komen, is er hoop. De luchtmacht liet de eis varen om meer kandidaten binnen te halen. Man of vrouw maakt niet uit. Berlijn: „Professionele dames zijn extra welkom binnen ons bedrijf.”

In het mannenbolwerk?
„We doen hard ons best om meer vrouwen binnen te halen. Alle posten staan open. Ook hoge posities. Binnen anderhalf jaar heeft de luchtmacht haar eerste vrouwelijke kolonel. De eerste vrouwelijke generaal verwacht ik over zeven jaar.”

Zo'n affaire als op de landmachtkazerne in Ermelo zal Defensie geen goed doen.
„De rillingen lopen over mijn rug als ik dat soort dingen hoor. Dergelijke zaken passen totaal niet binnen de krijgsmacht en we maken dat ook ondubbelzinnig duidelijk, bijvoorbeeld bij het uitdragen van onze gedragscode. Bovendien doet zo'n affaire in één keer afbreuk aan een zorgvuldig opgebouwd imago. Blijf toch met je tengels van elkaar af.”

Uw eigen carrière: nog twee jaar bevelhebber en dan door naar het hoogste militaire ambt in Nederland, chef defensiestaf?
„Er is geen seconde van de dag dat ik daaraan denk. Mijn opdracht is ervoor te zorgen dat de luchtmacht in de toekomst gezond blijft. Bij een andere functie heb ik geen gevoel. Het gaat in het leven niet alleen maar om strepen en geld. Ik hoop dat mensen later aan mij terugdenken als een hartstikke goede bevelhebber.”