| Binnenland | 23 september 2000 |
Kinneging voor SGP: Christelijke partijvorming is uitgewerktNiet eens, maar ook niet oneensDoor B. J. Spruyt Kinneging sprak gisteren op een congres van de SGP over het thema Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. Op deze bijeenkomst in de Driestar, die door meer dan honderd belangstellenden werd bijgewoond, gaf Kinneging de openingslezing. Kinneging betoogde dat Nederland weliswaar welvarend is, maar dat het met ons land niet goed gaat. Ons welzijn is namelijk niet afhankelijk van materiële voorspoed. We kunnen overal gelukkig zijn en overal ongelukkig. Ons geluk en welzijn zijn volgens Kinneging van hele andere zaken afhankelijk. Van primair belang is een bepaalde innerlijke gesteldheid, zei de Leidse rechtsfilosoof in aansluiting op het denken van Plato en Aristoteles. Die gesteldheid is de vrucht van een innerlijke ommekeer, het mysterie van een doorbrekend inzicht dat de mens van nature de verkeerde dingen iconen, afgoden nastreeft. Dat de mens achter oogverblindend klatergoud aanjaagt, komt omdat de zeven hoofdzonden in zijn ziel huizen: hoogmoed, hebzucht, wellust, toorn, gulzigheid, afgunst en liefdeloosheid. Om ons op het ware geluk te richten moet de ziel zich laten leiden door de antithesen van deze zonden, namelijk de deugden van nederigheid, vrijgevigheid, kuisheid, zelfbeheersing, matigheid, medeleven en de schenkende liefde. Instituties In zijn uiteenzetting over het gezin zei Kinneging onder meer dat de ontwrichting van gezinnen een van de belangrijkste oorzaken van criminaliteit en geweld is. Hoe het huwelijk in stand kan worden gehouden en echtscheidingen kunnen worden voorkomen, is een thema dat terug moet komen op de politieke agenda. Het maatschappelijk middenveld is van belang voor het uitoefenen van verantwoordelijkheden die de verzorgingsstaat ten onrechte naar zichzelf heeft toegetrokken. De staat moet beperkt van omvang blijven en gecontroleerd worden door een tegenmacht die via het stelsel van de representatieve democratie tot stand komt. Wil het ons land welgaan, dan moeten het gezin en het maatschappelijk middenveld gerevitaliseerd worden. Dat moet het eerste punt op de politieke agenda zijn, luidde Kinnegings conclusie. Openbaring Kinneging ging daarop in, door te benadrukken dat er fundamentele overeenstemming tussen Plato en de Bijbel bestaat. Hij had bij zijn analyse van mens en samenleving weliswaar een andere grammatica en een ander idioom gehanteerd, maar vond dat zijn conservatieve conclusies en standpunten uiteindelijk in hoge mate overeenstemden met die van de SGP. Kinneging zei dat verschil van mening over de ultieme grondslagen verregaande samenwerking niet in de weg hoeft te staan. Wat gaat u bijvoorbeeld doen wanneer er een kiesdrempel van een procent of 7 wordt ingevoerd? Als u dan nog steeds niet bereid bent afstand te doen van uw grondslag, dan bent u weg. Denkt u niet dat u het dan plotseling met mij eens zult zijn dat we de handen ineen moeten slaan? Groen van Prinsterer Daarop zei Kinneging weer dat Groen van Prinsterer en Kuyper in de negentiende eeuw tot de vorming van een christelijke partij waren overgegaan vanuit het verantwoordelijkheidsbesef dat zij politieke macht moesten veroveren om slechte maatschappelijke ontwikkelingen te keren. Maar dat systeem is uitgewerkt. De kleine christelijke fracties zijn nu een rariteit in de Tweede Kamer, zonder enige macht of invloed. Het zou in de geest van Groen en Kuyper zijn om dat beginsel van de christelijke partijvorming te herzien en aansluiting te zoeken bij een brede conservatieve volkspartij. Als jullie dat niet doen, blijven jullie een clubje aan de zijkant, dat een doel in zichzelf wordt en sterft in de verheerlijking van het eigen gelijk. |