Binnenland 2 augustus 2000

Adviescampagne
ter voorkoming
wiegendood helpt

RIJSWIJK – De adviezen om wiegendood te voorkomen zijn in Nederland redelijk aangeslagen. Het aantal baby's die onder dekbedjes te slapen worden gelegd, is de afgelopen drie jaar aanzienlijk verminderd. Ook roken steeds minder ouders in aanwezigheid van de baby. Daarmee zijn twee risicofactoren voor wiegendood duidelijk teruggedrongen.

Dat blijkt uit een peiling die TNO Preventie en Gezondheid eind vorig jaar heeft verricht in opdracht van de Stichting Wiegendood. Wiegendood is het plotseling en onverwacht overlijden van een kind in de slaap waarvoor geen lichamelijke oorzaak is te vinden.

Het aantal gevallen van wiegendood is in Nederland de afgelopen jaren duidelijk teruggelopen. In het piekjaar 1984 waren het er 212. In 1998 lag het aantal op 27.

Volgens deskundigen is die gunstige ontwikkeling te danken aan het doordringen van adviezen om wiegendood te voorkomen. Het op de buik te slapen leggen is de grootste risicofactor. Toch wordt in Nederland nog 8 procent van de baby's zo in de wieg gelegd, net zo veel als bij de vorige peiling in 1996. Wel werden nog meer baby's (80 procent) dan voorheen altijd op de rug te slapen gelegd.

Ook het gebruik van dekbedjes is een risicofactor. Nu ligt nog maar 18 procent van de baby's onder een dekbed. In 1995 was dat 45 procent. Maar in plaats van een dekbed gebruiken ouders nu vaak dekens die in een dekbedhoes zijn gestopt.

Het is niet uit te sluiten dat ook dat een risicofactor is, aldus de deskundigen. Een trappelzak beperkt juist het risico van wiegendood. Maar het gebruik daarvan is iets afgenomen. Ook constateerden de onderzoekers dat ouders vaker met hun baby in één bed slapen. Dat kan vooral voor pasgeboren baby's riskant zijn.