Theocratie: Tussen ideaal en praktijk

„Ook de ongedeelde kerk serieus nemen”

Van filosoof tot journalist

Door H. de Vries
”Onverkort of gekortwiekt?” Na vijf jaar studie over de verhouding tussen kerk en staat is RD-journalist Klaas van der Zwaag eruit. De voorstanders van het onverkorte artikel 36 hebben de reformatoren aan hun kant, zo leert zijn kloeke dissertatie. Een steun in de rug van de SGP. Met een kanttekening. Het artikel fungeert in de praktijk te veel als een papieren formule. De ontwikkeling van een irenisch kerknieuwsredacteur.

De liefde voor de geschiedenis van land en kerk heeft Klaas van der Zwaag niet van een vreemde. Zijn vader publiceerde een aantal gedegen werken over het Reveil. Ook de verklarende noten in de door Van der Zwaag senior vertaalde boeken over het leven van Mary Winslow getuigen van een grote kerkhistorische kennis.

De zoon koos aanvankelijk voor een ander spoor en ging filosofie studeren. „Ik ben in 1955 geboren en maakte zeer bewust de turbulente jaren zestig mee. De tijd van The Beatles, de provo's, de opstand tegen het gezag. En heerste een soort crisisstemming. Zo heb ik ook mijn eigen jeugd beleefd. Ik ben altijd sterk met zinvragen bezig geweest. Wat is de zin van het leven? Waar gaat het met deze wereld naartoe?Ik zat een jaar op de middelbare school, toen de leraar Engels de vraag stelde: „Wat zijn filosofen?” Hij gaf zelf het antwoord: „Filosofen vragen naar het 'waarom'.” Dat heeft me niet meer losgelaten. Ook het lezen van de 'Belijdenissen' van Augustinus heeft grote invloed op me gehad. Zijn zoeken naar de ware rust sprak me geweldig aan. Ik was er niet op uit om carrière te maken. Ambities heb ik nooit gehad. Ik wilde een studie kiezen waar ik persoonlijk wat aan zou hebben. Door de filosofie kom je in aanraking met alle wetenschappen. Je bent heel breed bezig.”

Gave van God
Zijn omgeving had wel wat vragen bij zijn keus. In de eerste plaats van praktische aard. Wat moet je ermee? „Toen ik afgestudeerd was, kwam ik daar zelf ook achter. Met dat vak krijg je geen brood op de plank.” En dan waren er de inhoudelijke bezwaren. Filosofie heeft in de gereformeerde gezindte vrijwel dezelfde klank als vrijdenkerij.

„Vrijwel niemand weet dat in de kanttekening bij Kolossenzen 2 vers 8 de filosofie een gave van God wordt genoemd. Een middel om het Woord van God beter te verstaan en te verklaren. Daar kon ik me op beroepen. En op het feit dat ik naar de faculteit van de Vrije Universiteit in Amsterdam ging, waar nog ouderwetse gereformeerden doceerden, die in voortdurende onmin leefden met collega's als Kuitert van de theologische faculteit: één verdieping hoger. Prof. Van Riessen opende zijn werkcolleges bijvoorbeeld met Schriftlezing en gebed.

Zo'n studie werpt je wel op jezelf terug. Wat is je eigen overtuiging? Wat geloof je nu zelf? Je leest ook Nietzsche en andere atheïstische filosofen. Al neem je een bepaalde distantie in acht, het laat je niet ongemoeid. Aan de andere kant is het niet zo slecht als er aan je levensboom geschud wordt. Dan blijkt hoe sterk de wortels zijn. De waarheid van het christelijk geloof heeft voor mij nooit ter discussie gestaan.”

Journalistiek
Na afronding van zijn studie verwisselt Van der Zwaag de wereld van bedachtzame filosofen voor de hectiek van de journalistiek. Als kerknieuwsredacteur bij het Reformatorisch Dagblad, de krant die mede op initiatief van zijn vader is ontstaan. Het werk sluit aan bij zijn brede belangstelling. „Ik ben altijd van mening geweest dat wetenschap geen doel in zichzelf moet zijn, maar in dienst van de samenleving moet staan. Journalistiek zie ik als een soort toepassing van de wetenschap. Je bent bezig met de vragen van deze tijd. Daar ligt een duidelijke link met m'n studie.

In het begin was het wennen. Een krant is een eendagsvlieg, voor het snelle verhaal. Daar staat tegenover dat je een grote groep bereikt. Je hebt in dit werk een unieke mogelijkheid om bepaalde opvattingen en overtuigingen breder ingang te doen vinden. Met name in achtergrondverhalen en interviews kun je sturend bezig zijn. Heel belangrijk vind ik dat mensen aan het denken worden gezet. Het is de roeping van de journalist om problemen en uitdagingen, bij voorbeeld voor de kerk van vandaag, zichtbaar te maken.”

Dissertatie
Ter compensatie van het vluchtige krantenwerk begon de kerknieuwsredacteur vijf jaar geleden aan een dissertatie. Nadat hij al een interviewbundel en een boek had gepubliceerd: 'De kerk op weg naar 2000' en 'Augustinus. De kerkvader van het westen'. „Ik rolde in diverse tijdschriften. 'Transparant', van de Vereniging van Christen-Historici. 'Beweging', van het Centrum voor Reformatorische Wijsbegeerte. 'Zicht', van het studiecentrum van de SGP.

Door 'Zicht' raakte ik steeds sterker betrokken bij de vragen rond theocratie en de verhouding tussen kerk en staat. Op een gegeven moment kreeg ik het gevoel dat er wel een dissertatie in zat. Binnen de SGP wordt veel over artikel 36 gesproken, maar in de praktijk fungeert het vaak als een papieren formule. Er zijn er maar weinig die weten wat het inhoudt: historisch en theologisch. Ik heb geprobeerd een doorwrochte systematische analyse te geven. Vandaar dat ik in de Reformatie ben begonnen, om de lijn door te trekken naar de huidige christelijke partijen.

Een bijkomend element was mijn verontwaardiging over het proefschrift van Jan-Willem Sap: 'Wegbereiders der revolutie', waarin hij ook het calvinisme tot die wegbereiders rekent. Ik heb daar iets tegenover willen stellen. Dat sluit aan bij het milieu waarin ik ben opgegroeid. Het theocratisch ideaal en de gedachte van het drievoudig snoer is me met de paplepel ingegoten.”

Spraakverwarring
Je dissertatie leert dat de voorstanders van het onverkorte artikel 36 de reformatoren aan hun kant hebben. Dat doet je genoegen?
„Zeker. Ik heb me altijd overtuigd SGP'er gevoeld, hoewel ik veel contact heb met leden van de andere christelijke partijen. Zeer plezierige contacten. De verschillende accenten hebben nooit enige wrijving gegeven. Ik ben geneigd om het verbindende van die partijen te zoeken, vanuit de beginselen. De praktische politiek is aan mij niet besteed.”

Wist je vooraf waar je zou uitkomen?
„Als het goed is, begin je blanco. Ik heb geprobeerd de feiten objectief te beoordelen. De overtuiging die ik had, dat de theocratische lijn stoelt op het gedachtengoed van mensen als Luther, Calvijn en Bucer, is daardoor bevestigd. De overheid is niet alleen verantwoordelijk voor recht en orde in een samenleving. Er is meer. Ook het godsdienstig welzijn van de burgers moet haar ter harte gaan: de zorg voor de kerk, de voortgang van de Evangelieprediking. Dat is de kern van het theocratische artikel 36.”

Wat versta je onder theocratie?
„Er is een geweldige spraakverwarring. Ik ga uit van de oorspronkelijke, taalkundige betekenis. God regeert. Dat is geen ideaal, maar een feit. In deze bedeling zien we die Godsregering echter niet altijd, door de zondige werkelijkheid. De volmaakte theocratie breekt aan als God alles in allen zal zijn. Niet voor niets volgt op artikel 36 het artikel over de wederkomst.”

Onverminkt
Dat zal ook elke RPF'er en GPV'er beamen.
„Klopt. Het verschil ontstaat bij de politieke vertaling. Sterker dan GPV en RPF bindt de SGP de overheid ook aan de eerste tafel van Gods wet. Dat heeft consequenties voor de visie op de vrijheid van godsdienst, de geestelijke vrijheid, de band tussen kerk en staat.”

Wat is het verschil tussen een serieus nemen van de Godsregering door een GPV'er en de wat je noemt 'coulante toepassing' van artikel 36 door een SGP'er?
„In de politieke praktijk is het verschil vaak gering en zit het onderscheid meer in de verwoording. Dat neemt niet weg dat de handhaving van het onverminkte artikel 36, om het met ds. Kersten te zeggen, een wezenskenmerk van de SGP is. Je kunt kanttekeningen plaatsen bij de wijze waarop hij de ARP benaderde, een feit is dat zijn standpunt oude, oerreformatorische papieren heeft.

De SGP moet ervoor oppassen dat ze niet zo aardig gaat meedraaien in het bestuurlijk handwerk, dat de spanning van artikel 36 volledig verdwijnt. Dan verliest ze haar bestaansrecht tegenover GPV en RPF. In m'n dissertatie verwijs ik naar de uitspraak van SGP-burgemeester Hardonk van Barneveld in een interview voor Terdege, dat hij in de praktijk niks met artikel 36 kan. Een groot gevaar is dat we puur praktisch met de dingen omgaan en de waarheidsvraag niet meer stellen. Tegelijk zullen we onze principes in duidelijke, eigentijdse taal moeten uitdragen. Je bent er niet met het citeren van oude SGP-voormannen.”

Beginsel
Heeft Guido de Brès artikel 36 opgesteld als een ideaal of als richtlijn voor concreet politiek handelen?
„Ik heb moeite met het woord 'ideaal'. Dat suggereert dat het om een illusie gaat, een vrome wens. Ik noem het liever een beginsel, geformuleerd in geloofsvertrouwen. Hij heeft aangegeven hoe het hoort te zijn, in kerk en staat. Zonder dat hij daarbij aan dwang dacht. De gedachte dat Guido de Brès te vuur en te zwaard ketters wilde uitroeien, kan door meerdere citaten uit zijn werk weerlegd worden.”

Hoe verklaar je dat juist het calvinistische Nederland in de 16e en 17e eeuw het meest tolerante land van Europa was? Zelfs zo dat Cromwell het hier een vrijgevochten toestand vond.
„De 80-jarige oorlog is in hoge mate een strijd om de vrijheid van geweten geweest. Die tolerantie is daar denk ik een vrucht van. Door alles wat men had meegemaakt, was men allergisch voor alles wat met geweld en marteling te maken had. Daarbij kwam de overtuiging dat geloof een persoonlijk zaak is, die je niet aan een ander kunt opleggen. „Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden.” De tolerantie had wel een grens. Je kon niet ongenormeerd vrijheid van godsdienst en geweten propageren, al dacht de kerk daarin strikter dan de overheid, die politieke en economische belangen nogal eens liet prevaleren. Daar staat tegenover dat in de Republiek meerdere theocratische momenten zijn aan te wijzen, waarin kerk en staat harmonieus samenwerkten en artikel 36 werkelijkheid was.”

Zuilvorming
Hoe verhoudt de theocratische gedachte zich tot de vorming van een eigen zuil, waaraan prominente SGP'ers actief hebben meegewerkt?
„Er zijn positieve dingen van de zuil te zeggen, maar in wezen staat zuilvorming op gespannen voet met de theocratische gedachte. Niet voor niets hadden overtuigde theocraten als Hoedemaker en Kohlbrugge ernstige bezwaren tegen de vorming van eigen organisaties door Kuyper.”

Onder de vlag van artikel 36 hebben we de lading van Kuyper binnengehaald?
„Er is meer dan eens gewezen op de overeenkomst tussen Kuyper en Kersten. Ik denk terecht. Daar ligt een dilemma, zowel voor de SGP als voor de gereformeerde gezindte als geheel. Vanuit de nood van de tijd kan ik de zuilvorming plaatsen, maar we moeten van de nood geen deugd maken. Zorg in ieder geval dat de vensters naar buiten open blijven. Het grote gevaar van zuilvorming is, dat je het zicht op het hele volk kwijtraakt.

Ik vind het heel positief dat Van der Vlies de kerken van de gereformeerde gezindte heeft opgeroepen om zich meer tot de overheid te richten en mee te doen aan belangrijke principiële discussies. Dat confronteert je tegelijk met de verdeeldheid van de kerk. Als je staat voor het onverkorte artikel 36, moet je ook de ongedeelde kerk serieus nemen. De kerkelijke verbrokkeling is een beletsel tot de doorwerking van dit geloofsartikel. Ik heb de indruk dat dit vandaag meer wordt beseft dan vijftien jaar geleden. Toen werd de Afscheiding vooral als een opwekking gezien. Tot op zekere hoogte terecht, maar er is ook een schaduwzijde: de repeterende breuk, het verabsoluteren van deelwaarheden in afgescheiden kerken.”

Katholiek
Is je visie op de gereformeerde gezindte in de loop der jaren veranderd?
„Tijdens m'n studie heb ik intensief de Griekse en Latijnse kerkvaders bestudeerd. Je krijgt dan oog voor de wortels van je eigen traditie, waardoor je ook beter de afbuigingen en vergroeiingen ziet. Een bezwaar van onze kring is dat velen zich beperken tot hun eigen kerkverband. Ze hebben weinig zicht op de Reformatie en de Nadere Reformatie, laat staan dat ze zich verdiepen in kerkvaders als Augustinus.Het christelijk geloof dient katholiek te zijn. Toen ik klein was, werd in de Gereformeerde gemeente van Barneveld bij het lezen van de Apostolische Geloofsbelijdenis nog de klassieke formulering gebruikt. 'Ik geloof een heilige, algemene, katholieke kerk'. Dat maakte altijd indruk op me. Ik weet niet waarom het is afgeschaft, van mij mogen ze het weer invoeren.

Er is ten diepste maar één kerk. De kerk van alle eeuwen. Waar dat besef verdwijnt, ontstaat een verabsoluteren van deelwaarden. Daar is ook de gereformeerde gezindte niet aan ontkomen. We moeten terug naar onze wortels, met name de Reformatie. Bij Augustinus, Luther en Calvijn is alles nog in balans. Wat me in Augustinus vooral treft, is zijn evenwichtige spreken over de bekering. Enerzijds als een werk van absolute genade, tegenover de pelagianen. Anderzijds verlangt bekering de instemming van de hele mens, een hartelijke overgave. De Heilige Geest bewerkt het willen en het doen. Dat laatste hebben we in onze kring te veel uit het oog verloren.”

Jubileum
Onlangs vierde je je 12½-jarig jubileum bij het RD. Wat betekent het om dag aan dag met de menselijke kant van de kerk geconfronteerd te worden?
„Door mijn werk zie je veel van de achterzijde van het kerkelijk leven. Kerkpolitiek, de wijze waarop predikanten met elkaar omgaan. Soms rijzen de haren je ten berge. Gelukkig maak je ook mooie dingen mee, maar meer dan eens zijn geloof, hoop en liefde ver te zoeken.”

Het is een dubbel wonder als je als kerknieuwsredacteur het geloof mag behouden?
„Dat kun je wel zeggen. Ik heb veel steun gehad aan de kerkgeschiedenis. Die heeft óók een achterkant. Wat dat betreft is er niets nieuws onder de zon. Dat relativeert. Er is altijd veel kleinmenselijks geweest. Veel persoonlijke conflicten zijn uitgevochten onder het mom van de waarheid. Dat zie je vooral in de kleine kerkgeschiedenis, waarvan ik overigens niet echt een liefhebber ben.”

'Oude Paden' hoeft jou niet als medewerker te vragen?
„Nee, liever niet. Ik ben er zelfs niet op geabonneerd. De inhoud riekt soms naar heiligenverering, net als die stroom van biografieën over allerlei voorgangers die soms nog maar net zijn overleden. Heel ongezond. Laat ze preken van Calvijn, Luther, de puriteinen en Kohlbrugge op de markt brengen. Dat is klassieke bijbelse taal, die ze niet alleen hier, maar ook in China, in Japan, in Korea en in Rusland verstaan. Taal van het hart dat een Verlosser nodig heeft, niet aangekoekt door aanslibsels die de bijbelse boodschap versluieren.”

Dit is een publicatie uit Terdege,
d.d. 9 juni 1999.