Theocratie: Tussen ideaal en praktijk 4 juni 1999

Van der Zwaag promoveert aan VU op art. 36

„Idealisme in praktijk
niet genoeg doordacht”

Van onze kerkredactie
AMSTERDAM – Het getuigt van een lovenswaardig geloofsidealisme om in deze tijd nog de norm van artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis ter sprake te willen brengen. Maar kan dat nog wel? En leidt het niet tot intolerantie, omdat je andersdenkenden niet de publieke ruimte wilt geven om op grond van hun subjectieve overtuiging te handelen?

Deze en dergelijke tegenwerpingen waren de teneur van de oppositie tegen het proefschrift van K. van der Zwaag. Van der Zwaag, kerknieuwsredacteur van het Reformatorisch Dagblad, verdedigde gistermiddag aan de Vrije Universiteit in Amsterdam een dissertatie over artikel 36, waarin het tot de (theocratische) taak van de overheid wordt gerekend om de valse godsdienst te weren en uit te roeien.

Gastopponent prof. dr. mr. I. A. Diepenhorst, emeritus hoogleraar van de VU, wierp Van der Zwaag voor de voeten dat hij het in zijn proefschrift over zaken had „die zich nu niet meer voordoen”, zoals de vervolging van rooms-katholieken. „Zijn uw intenties, die ik deel, in de toepassing wel goed doordacht en overwogen?”

Uitweg
Van der Zwaag antwoordde dat de hernieuwde oriëntatie op de theocratische norm hem juist een „uitweg” leek te bieden uit de „impasse waarin de politiek na de Tweede Wereldoorlog terecht is gekomen.” Fascisme en nationaal-socialisme hebben het failliet van de neutrale overheid aangetoond. „Daarom moeten we de overheid opnieuw met de geboden en beloften van God confronteren.” Wie zich op de concrete toepassing bezint, eindigt „in verlegenheid”, maar dat is „geen reden het beginsel voor de werkelijkheid in te ruilen.”

Prof. dr. W. van 't Spijker vroeg zich af hoe „zinvol” het was om Calvijns standpunt dat de overheid de ware leer moet bewaken, in deze tijd ter sprake te brengen. „Dan heb je nu nog een hoop te doen.” En waar kon hij bij Calvijn terugvinden dat de overheid een directe taak had bij het brengen tot het heil? Volgens Van der Zwaag diende de overheid in Calvijns visie „de context in stand te houden waarbinnen de kerk haar werk kan doen.”

Prof. dr. A. Th. van Deursen was gestruikeld over een passage waarin werd gesteld dat de overheid in het theocratische concept mag bepalen wat de ware gereformeerde religie is. Hij kon zich voorstellen dat ook een erastiaan als Van Oldenbarnevelt het daarmee eens was geweest. Als de meningen tussen kerk en overheid botsen, wie heeft dan het laatste woord?

1250 gram
Prof. dr. mr. B. P. Vermeulen, hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de VU, viel Van der Zwaag aan omdat hij onvoldoende zou hebben nagedacht over de consequenties van zijn uitspraken over de gewetensvrijheid. Het standpunt van Van der Zwaag leidde er zijns inziens toe dat mensen alleen in de privé-sfeer mochten denken en handelen op grond van hun overtuigingen en niet publiekelijk. Van der Zwaag erkende dat de theocratische norm inderdaad zware restricties legt op het leven van andersdenkenden.

In de laudatio ging promotor prof. dr. H. E. S. Woldring in op het gewicht van de dissertatie. Het boek weegt 1250 gram, en dat terwijl er „heel wat herhalingen en overbodigheden waren geweerd en uitgeroeid.”