Apologeten van de twintigste eeuw 17 maart 1998

Newbigin: Zending richt zich ook tot de onzichtbare machten

Evangelie als publieke waarheid

Door prof. dr. P. Beyerhaus
GOMARINGEN – De in Schotland geboren oecumenische zendingstheoloog J. E. Lesslie Newbigin (1909-1998) is over de hele wereld bekend geworden door zijn inzet op twee terreinen: de oecumenische beweging en de zendingswetenschap.

Newbigin was gedurende een tiental jaar met bijzondere inzet betrokken bij het theologische werk van alle takken van de Geneefse oecumenische beweging. Dit geldt zowel voor als ook na de samensmelting van de Wereldraad van Kerken en de Internationale Raad voor de Zending in 1961 in New Delhi.

Als zendeling en bisschop in Zuid-India had hij een langdurige persoonlijke ervaring in de ontmoeting van het Evangelie met een geheel eigen niet-christelijke cultuur. Juist dat scherpte zijn blik voor de culturele bepaaldheid van het christendom, ook van het Europese. Het deed hem hoe langer hoe meer de diepe spanning inzien tussen het Evangelie en de moderne westerse beschaving waarin onze kerken zich geworteld hebben.

Verlichting
Als hoogleraar in de zendingswetenschap aan Selley Oaks College in Birmingham werd hij in zijn latere levensjaren steeds meer voortgedreven door de weerstand van de Europese samenleving tegen het Evangelie. Het scheen Newbigin toe dat deze weerstand niet zozeer gegrond was in de bewuste persoonlijke keuzes van de enkeling, maar veel meer in een collectieve houding, waarvan de oorzaak niet meer is na te gaan.

Newbigin meent de sleutel tot deze afwijzende houding te hebben gevonden in een noodlottige scheiding die zich voltrok in de filosofie van de Verlichting, in het bijzonder in de empiristische kentheorie sinds Francis Bacon. Het betreft de scheiding tussen feiten en waarden. De wetenschap, en alleen zij, is bij machte de feiten te beschrijven, die op grond van hun bewijsbaarheid alleen aanspraak op objectiviteit kunnen maken. Waarden daarentegen, zoals in het bijzonder morele maatstaven en religieuze overtuigingen, hebben in deze exacte betekenis geen algemene geldigheid. Zij horen thuis in de sfeer van de religie.

Publieke leven
De toegepaste fysica, die sinds die tijd ons leven revolutionair heeft veranderd en blijvend beïnvloed, heeft zich daarmee definitief van het opzicht van de kerk geëmancipeerd. Maar ook voor de overige takken in de wetenschap speelt de onbewijsbare hypothese “God” in de wezenlijke onderdelen van haar werk geen rol.

Newbigin ziet deze ontwikkeling ook in de moderne historisch-kritische theologie haar sporen trekken. Het religieuze bewustzijn laat zich niet objectiveren. Daarom kan de christelijke boodschap wel het vrome innerlijke leven inspireren, maar de toegang tot het 'directieniveau' van het openbare leven in politiek, economie en cultuur blijft voor haar gesloten.

Doordat de kerken zich uiteindelijk bij deze fundamentele beslissing neerlegden, hebben zij zich zo goed als helemaal uit hun verantwoordelijkheid voor het publieke leven teruggetrokken. Ze stelden zich tevreden met een voortbestaan in gestadig ineenschrompelende getto's. De overige terreinen van het leven, waaraan de mensen het grootste deel van hun aandacht opofferen, behielden hun vermeende autonomie. Dit betekende voor Newbigin echter het prijsgeven van het Evangelie door de kerk, verraad aan haar hoofd Jezus Christus, aan Wie als de verhoogde Heere de zeggenschap gegeven is over alle terreinen des levens, in hemel en op aarde.

Karl Barth
De presbyteriaanse theoloog stelt zich hier ondubbelzinnig in de theocratische traditie van zijn Schotse kerk. Hij beroept zich uitdrukkelijk op de Barmer Thesen, die onder invloed van Karl Barth de gedachte van de koninklijke heerschappij van Christus over alle levensterreinen in de kerk en de wereld proclameren, dit tegen de dualiteit van geestelijk en burgerlijk bestaan en tegen de heersende autonomie van kerk en staat.

Newbigin keert zich in elk geval tegen het verwijt een nieuw theocratisch model te willen invoeren. Onopgeefbaar is voor hem in dit verband het moderne vrijheidsbegrip dat in de Verlichting doorbrak. Het Evangelie kan de mensen niet met uitwendig geweld worden opgedrongen, maar slechts verbreid worden als een aanbod dat vrijelijk te aanvaarden is. Het Evangelie biedt echter niet alleen inzichten die van betekenis zijn voor het persoonlijk leven van de enkeling. Veel meer is het Evangelie “public truth”, publieke waarheid, die een hervormende kracht heeft voor de gezamenlijke terreinen van het menselijk samenleven en voor de wereldbeschouwing.

Deze gebieden worden immers niet bepaald door een inherente autonomie. Ze worden veel meer bestuurd door de metafysische machten en krachten die eens door hun oproer de goede schepping Gods in wanorde en opstand brachten. Door het verlossingswerk van Jezus Christus zijn ze echter overwonnen, beroofd van hun autonomie en aan Zijn heerschappij onderworpen. Hier klinken duidelijk gedachten door van Oscar Cullman, die ook bij Karl Barth enthousiast onthaal vonden.

Zoendood
De zendingsopdracht van de kerk richt zich, naar Efeze 3:10, niet alleen aan het adres van mensen, maar ook tot de onzichtbare machten en krachten die achter de schijnbaar autonome politiek-sociale structuren staan. De zending wijst deze hun plaats in gehoorzaamheid aan Jezus Christus aan.

Het Evangelie heeft het vermogen om vanuit de onzichtbare geestelijke wereld in het bereik van de empirische realiteiten te treden en hier fundamentele veranderingen te bewerken. Newbigin ziet deze kracht hierin gefundeerd dat Jezus na Zijn zoendood op de derde dag in een verheerlijkt lichaam werkelijk is opgestaan en dat Christus als Eerstgeborene van een nieuwe schepping het grote geestelijk-lichamelijk proces van omvorming van de hele schepping heeft ingeluid. Newbigin vergeet daarbij in geen geval het eschatologische voorbehoud. De volledige omvorming van de schepping in het rijk Gods in heerlijkheid zal zich pas bij de wederkomst des Heeren voltrekken. Maar elke vernieuwing van het aardse leven, in gehoorzaamheid jegens Christus en vanuit de kracht van Zijn opstanding, voltrekt zich in de verwachting van het komende rijk.

Christelijke revolutie
Newbigin is er zeer diep van overtuigd dat alleen een zendingsprogramma dat vanuit deze theologische grondovertuiging is opgesteld, het vermogen heeft de moderne westerse cultuur te overwinnen. Hij is er verder van overtuigd dat zo'n zendingsprogramma met het devies: „Het Evangelie als publieke waarheid” daadwerkelijk mag verwachten serieus genomen te worden door hen die in het maatschappelijk leven verantwoordelijkheid dragen.

Newbigin is ten slotte overtuigd dat alleen een fundamentele christelijke revolutie van onze westerse cultuur kan verhinderen dat de volkeren van de derde wereld, in het zicht van de niet-aflatende zegetocht van de moderniteit, ten slotte worden geïnfecteerd door een soortgelijke immuniteit tegen het Evangelie die de geestelijke teruguitgang van het moderne Europa heeft veroorzaakt.

De auteur is emeritus hoogleraar missiologie aan de universiteit van Tübingen.