Oud-ambassadeur Ben Bot over 400 jaar diplomatieke betrekkingen Nederland-Turkije

Ben Bot. Foto RD, Anton Dommerholt Anton Dommerholt

Nederland en Turkije vieren dit jaar dat ze vier eeuwen geleden diplomatieke betrekkingen aangingen. „Turkije is een van de weinige landen waarmee de band nooit is onderbroken, ook niet tijdens oorlogen of wat voor ellende ook. Dat is zeer uitzonderlijk.”

De Nederlandse diplomaat Ben Bot kent Turkije als geen ander. Van 1986 tot 1988 was hij ambassadeur in Ankara. Als permanente vertegenwoordiger van Nederland bij de Europese Unie (1992-2003) kreeg hij in het kader van toetredingsonderhandelingen regelmatig met Turkije te maken. En als minister van Buitenlandse Zaken in de kabinetten-Balkenende II en III was het in december 2004 aan hem te danken dat de besprekingen met de Turken werden vlot getrokken. Ook nu Bot werkzaam is bij lobbykantoor Meines & Partners in Den Haag en nauw betrokken is bij Hogiaf, de vereniging van jonge Turkse ondernemers in Nederland, komt hij nog regelmatig in Turkije. „In april en mei hoop ik het land weer te bezoeken.”

Waarschijnlijk ontmoet Bot dan ook president Gül, die „een goede vriend van mij is geworden. Toen hij minister van Buitenlandse Zaken voor Turkije was, was ik het voor Nederland.” Bot vindt „Turkije een ongelooflijk mooi land” en de bevolking noemt hij „gastvrij, vriendelijk en betrouwbaar.”

Hoe zou u de relatie tussen Nederland en Turkije willen bestempelen?

„Interessant is dat Nederland en Turkije altijd goede betrekkingen hebben gehad. Die relatie is nooit onderbroken.

Ook in moeilijke tijden, als er veel frictie was tussen veel landen van de Europese Unie en Turkije, heeft Nederland altijd getracht die band aan te houden. Dat heeft een aantal oorzaken. In de eerste plaats kennen wij Turkije al heel lang. In de tweede plaats wonen er in Nederland zo’n 400.000 Turken. Dat is toch een heel behoorlijk percentage. In de derde plaats omdat de handelsbetrekkingen goed zijn.

Maar er komt een strategische overweging bij. Wij vinden dat Turkije op de een of andere manier bij dat Westen moet blijven en dat wij moeten voorkomen dat het afzakt naar die gevaarlijke Midden-Oostenregio. Turkije is altijd een belangrijke NAVO-partner geweest, maar het zou ook bij de Europese Unie moeten horen.”

Zit er niet een zekere discrepantie tussen: Turkije vinden wij prima als volwaardig lid van de NAVO, maar als het om de EU gaat zeggen wij: „Ja, maar”?

„Het is best begrijpelijk dat het lidmaatschap steeds is uitgesteld, maar we hebben aan het eind van de jaren negentig in een aantal van die Europese raden herhaald dat Turkije recht had om lid te worden. Daarop zeiden de Turken: „Komt er nog wat van? Jullie kunnen ons niet voortdurend voor het lapje houden.”

Dat „ervan komen” hebben we onder het Nederlandse voorzitterschap in december 2004 waargemaakt. Na moeizame onderhandelingen kregen we voor elkaar dat de besprekingen met Turkije konden beginnen. Met andere woorden, het signaal is afgegeven: wij beschouwen Turkije als potentieel lid van de EU.”

U ziet Turkije graag als lid van de Europese Unie?

„Ik ben altijd voorstander geweest van lidmaatschap. Ik heb altijd gezegd dat het voor Europa een goede schakel is voor contacten met die woelige wereld die achter Turkije ligt. Turkije is altijd een heel betrouwbare bondgenoot gebleken. Wij doen er goed aan om dat land, weliswaar een moslimstaat, vast te plakken aan Europa om te voorkomen dat het ofwel zelfstandig gaat opereren en ons gaat dwarszitten dan wel zelfs helemaal naar die andere kant gaat neigen. Toen heb ik gezegd: „Als Turkije afhaakt, wordt de buitengrens van Europa gevormd door zeer instabiele Balkanlanden.””

Bovendien groeit de Turkse economie de laatste jaren razendsnel. We hoeven niet bang te zijn dat de mensen van de ene op de andere dag hierheen komen, want op het ogenblik verdienen ze hun brood beter in Turkije dan in Nederland.”

De laatste jaren regeert in Turkije premier Erdogan. Er zijn mensen die vrezen dat hij van Turkije een islamitische staat zal maken. Deelt u die vrees?

„Turkije is een islamitisch land, maar de meeste mensen zijn zeer gematigd. Ik heb nooit excessen meegemaakt zoals zelfmoordaanslagen door Turken. Ja, ze zijn islamitisch, maar niet extreem.”

Toch laat de positie van de religieuze minderheden nog altijd te wensen over.

„Dat klopt en daar blijf ik op hameren. Ik heb altijd gezegd: „Jullie stellen: „Wij zijn allen mensen van het boek”, maar jullie zijn niet tolerant tegenover christenen.” Dat ze christenen niet toestaan kerken te bouwen, kaart ik altijd aan. Dan zeg ik: „Jullie mogen hier je moskeeën bouwen, waarom zouden wij dan geen kerk mogen bouwen?” Ik vind dat een tekortkoming waarop we hen heel ernstig moeten aanspreken. Zolang dit soort dingen niet is rechtgetrokken, kunnen ze geen lid worden.”

Waar de Turken eveneens moeilijk over de doen is de Armeense volkerenmoord, waarvan ze niet willen toegeven dat het een genocide is geweest. Begrijpt u dat?

„De Turken erkennen dat daar verwerpelijke aanvallen en moorden hebben plaatsgevonden. Ze geven niet toe dat het een genocide is geweest, want zij hadden, zo zeggen ze, niet de bedoeling een heel volk uit te roeien. Daar kun je natuurlijk lang over steggelen. Ik denk dat het heel dicht bij genocide komt. Nou, daar willen ze niet aan, want dat zou een smet op hun blazoen zijn.”

Dan blijft het een obstakel.

„Ja, al weet je het nooit helemaal. Wij hebben ook knievallen gedaan. Dat was moeilijk, maar we hebben het toch gedaan. Ik denk dat het de Turken zou sieren als ze erkenden dat dit heeft plaatsgevonden.”

Momenteel wordt de relatie van Nederlandse zijde bemoeilijkt door mensen zoals Wilders. Dat maakt het niet eenvoudiger.

„Het is inderdaad niet makkelijk. We zijn blij, zo heb ik het gevoel, dat we ons kunnen verschuilen achter landen zoals Frankrijk.”

Wilders is tegen Turkije en keert zich tegen toetreding.

„Ja, en zo lang hij medebepalend is, zal er geen meerderheid in het parlement ontstaan. Al is dat niet helemaal zeker, omdat linkse partijen minder bezwaar tegen Turkije hebben.”

Er is duidelijk aversie in Europa tegen Turkije. Tegelijk bloeit de Turkse economie. Straks keert Turkije Europa nog de rug toe?

„Ik ben er ook niet zeker van of Turkije nog wel bij die EU wil. Ik hoor steeds meer van de Turken: „Jullie mogen eigenlijk blij zijn dat wij lid willen worden en wij weten helemaal niet of dat over een paar jaar nog het geval is als wij zo snel groeien en de EU blijft kwakkelen.”

Toch is het belangrijk dat we de band aanhouden. Nederland zou daar een rol in kunnen spelen. Maar dat is op het ogenblik met de PVV wat moeilijker. Dat betekent: 400 jaar betrekkingen is mooi, en daar moeten we aandacht aan besteden, maar dat zal low key worden gespeeld, omdat men de PVV niet onnodig wil prikkelen.”