Zorg goed voor het huis waarin je een poosje mag wonen

„De door God geschapen mens krijgt drie opdrachten, waaronder zorgvuldig omgaan met de aarde.” beeld iStock

Rentmeesterschap is een voornaam onderdeel van de christelijke ethiek. Een rentmeester beheert andermans bezit. Je wordt het als én omdat de ander vertrouwen in je heeft, maar je hebt wel verantwoording af te leggen tegenover je superieur.

Het Griekse woordje ”oikonomos” wordt vertaald met “huisbezorger of -verzorger” en nog vaker met ”rentmeester”. Het wordt ook betrokken op het werk van de apostelen (1 Korinthe 4:1; Titus 1:7) en uiteindelijk op de dienst van de kerk aan de wereld. De schat van het Woord moet ongeschonden worden doorgegeven (1 Petrus 4:10). William Booth, stichter van het Leger des Heils, sprak van winst maken voor God.

Rentmeesterschap gaat over productie- en consumptiepatronen, leefstijl en koopgedrag, de wijze waarop we ons bezit verkrijgen. Draag ik bij aan de uitbuiting van arbeiders in lagelonenlanden? Aan kinderarbeid? Aan vervuiling van grond- en oppervlaktewater door winning van grondstoffen elders? Denk ook aan de sterk vervuilende kledingindustrie (spijkerbroeken). De profeten (Micha, Amos) hekelden onrechtvaardige praktijken.

Rentmeesterschap is een erebaan, een ambt, met geestelijke dimensie. Niemand weet dat beter dan juist de christen.

Bouwen en bewaren

De Bijbel brengt het rentmeesterschap al gelijk ter sprake. De door God geschapen mens krijgt drie opdrachten, waaronder zorgvuldig omgaan met de aarde. De ”hof” moet bebouwd en bewaard worden (Genesis 2:15). Ná de zondeval lezen we alleen nog van „de aardbodem bouwen” (3:23). Luistert het niet meer zo nauw?

Lees de gedetailleerde handleiding die Israël in de Thora (vijf boeken van Mozes) ontving. Bedoeld om goede rentmeesters (onderkoningen) te zijn. Kernwoorden zijn: respect, zorg voor het leven en rechtvaardigheid.

Het noachitische verbond mag niet ongenoemd blijven: opdracht en belofte. Bemoedigend teken van Gods trouw. Zaaitijd, oogsttijd, zomer, winter, dag en nacht zijn gegarandeerd (Genesis 8:22). „Hij doet Zijn zon opgaan over bozen en goeden, en regent over rechtvaardigen en onrechtvaardigen” (Mattheüs 5:45). Over Gods „regering en onderhouding” gaat het. Indrukwekkend is de orde in die zo complexe schepping (de ecosystemen). Alles hangt met alles samen (Romeinen 1:20).

Calvijn schrijft dat God de aarde aan de mens heeft toevertrouwd, maar wel onder voorwaarden. „Put de bodem niet uit, maar span je in om de grond na te laten aan je nageslacht zoals jij hem ontving, of zelfs beter. Besef dat je over alles wat je bezit, Gods rentmeester bent.”

Sabbat en sabbatsjaar (Exodus 25) bedoelen dat boer én bodem, producent én consument tot rust komen. Het leven moet in balans zijn. Hoe haaks staat dat op de 24-uurseconomie waarin we gevangen zitten, in een spiraal van steeds meer produceren en consumeren. Na zeven sabbatsjaren komt het jubeljaar: God wil een rechtvaardige samenleving zonder diepe loonkloven en bezitskloven. Denk hierover na, nu onze systemen vastlopen.

Systeemgevangenen

Ook de moderne landbouw staat haaks op het Bijbelse model! Na de Tweede Wereldoorlog werd ingezet op modernisering van de sector. Er moest voldoende eten zijn voor een snel groeiende (wereld)bevolking. Ook moest de producent een beter inkomen hebben. Schaalvergroting, intensivering en specialisatie drukten de kosten, maar zetten de bodem onder steeds meer druk. Gewassen die veel opbrengen (aardappel, suikerbiet, ui) vergen veel van de bodem en de omgeving.

Overbemesting en gewasbeschermingsmiddelen eisen hun tol. Insectenpopulaties (bestuivers) zijn dramatisch geslonken. Ondertussen holt de veehouderij van crisis naar crisis. Boeren, bodem en dieren zitten opgesloten in een economisch onnatuurlijk (industrieel!) productiesysteem. Bieden biologische landbouw en kringlooplandbouw de oplossing?

De gelijkenis van de talenten (Mattheüs 25:14v) dient niet om een productieproces met zo hoog mogelijke opbrengsten en weinig oog voor schepping en naaste te rechtvaardigen. In Jesaja 28 wordt de wijze boer geprezen. Wie wijs is, luistert naar God en doet wat Hij zegt. Niet luisteren heeft ook gevolgen: erosie, woestijnvorming, waterschaarste, overstromingen, armoede, ondervoeding enzovoort. Bewijzen en tekenen van slecht rentmeesterschap.

In hoog tempo verdwijnt regenwoud. Bossen maken plaats voor oliepalm- en sojaplantages. In minder dan een halve eeuw verveelvoudigde in Zuid-Amerika de teelt van soja. Het wordt gebruikt voor onder meer veevoer. Nederland is een belangrijke importeur.

Psalmboek

In het Psalmboek wordt de schepping betrokken in de lofprijzing van God. Psalm 148 roept heel de schepping daartoe op: zeedieren, vissen, vogels, planten, bomen, bergen, heuvelen. Maar duizenden planten- en diersoorten kunnen God niet meer loven. Ze zijn uitgeroeid.

In Psalm 104 tuimelen de beelden over elkaar. De rijkdom en de schoonheid van Gods schepping én de wijsheid van de Schepper worden opgewekt bezongen. Job krijgt ‘biologieles’ van God. Dat moeten wij ook doen met kinderen en kleinkinderen. Leer hen zien en horen wat God gemaakt heeft. Breng hen respect bij voor alles wat leeft. Het kan de hoeveelheid zwerfvuil wel eens flink doen minderen. Op het strand is ongeveer 30 procent van het plastic afkomstig van het toerisme.

Vergeten we ook de voedselverspilling niet. De Nederlandse horeca verkwanselt jaarlijks 150 miljoen (!) kilo goed voedsel. Vooral buffetten zijn grote verspillers. Nederlanders gooien op jaarbasis ruim 1,6 miljard kilo voedsel weg. Op wereldschaal gaat minstens 30 procent verloren. Wie geen werkelijke verbondenheid met God kent, weet zijn plaats in de schepping niet.

Dierethiek

In de Thora hoort Israël hoe het moet omgaan met zijn leefomgeving. Verstoor niet het nest van een broedende vogel (Deuteronomium 22:6). Muilkorf je os niet als hij op de dorsvloer werkt. Laat hem van het graan eten als hij dat wil. Os en ezel horen niet onder één juk (22:10). Ze vormen een ongelijk span in grootte en fysieke kracht. De ezel zou zich doodwerken. Het scheve juk zou beide dieren nekwonden bezorgen. De toekomst van Israël is gegarandeerd wanneer het Gods geboden en verboden naleeft (Exodus 20:12; Deuteronomium 30:20). Verloren wij de essentie van deze oudtestamentische ethiek uit het oog?

Iemand schreef: Besef dat wij maar knechtjes zijn, die als het goed is vrolijk op het landgoed van onze lieve God en Vader passen, dat bewerken en onderhouden. Het gaat dus over ons. Over ons consumptiepatroon, onze vakantiebestedingen en -bestemmingen, afvalscheiding, consuminderen, recyclen en energiebesparing. Over de naasten dichtbij en verder weg. Waarover gaat het eigenlijk niet?

Paulus hoorde het zuchten van de schepping (Romeinen 8), wellicht niet met droge ogen. Hij zag het verband met de ontwrichtende zonde. Het schepsel zucht, maar dóet ook zuchten. Het brengt op zijn beurt ook lijden en pijn teweeg. De zondeval heeft ons rentmeesterschap verzwaard. Geen wonder dus, dat verlangen naar de nieuwe morgen.

Rentmeesterschap en duurzaamheid zijn geen moderne hypes. Een goed christen is een goed rentmeester. Wij denken niet alleen aan onze ziel. Ook weten we ons, uit diep respect voor en grote liefde tot onze Meester en Zijn werk, geroepen om goed te zorgen voor het huis waar we een poosje in mogen wonen.

De auteur is hervormd emeritus predikant. Dit artikel is een samenvatting van een lezing die hij hield voor RMU-55+, op 19 november in Leerdam en op 21 november in Putten.