Zet niet in op baanzekerheid, maar op werkzekerheid

beeld ANP, Koen van Weel

Bij modern arbeidsmarktbeleid hoort inzetten op zekerheid van werk, niet van een baan, stellen Barbara Baarsma en Nic Vrieselaar. De overheid moet er daarom voor zorgen dat werknemers zich blijven bijscholen.

Koning Willem-Alexander wist het vorige week tijdens Prinsjesdag relatief kort te houden in zijn troonrede. Met op de eerste rijen van de Ridderzaal een kabinet dat alleen op de winkel past, viel er wellicht ook weinig te vertellen. Toch stipte hij halverwege een interessant punt aan: „Een baan hebben of werkloos zijn maakt een groot verschil in het leven van mensen. Daarom is het zo positief dat steeds meer mensen betaald werk hebben.”

Er is veel literatuur die de link beschrijft tussen levensgeluk en werk. Zo becijferde Richard Layard, medeopsteller van het jaarlijkse World Happiness Report, in 2011 dat het hebben van betaald werk op plek drie staat in een top zeven van factoren die het fundament vormen onder ons geluk. Gek is dat niet: een baan, of dat nu voor een baas of als eigen baas is, geeft voldoening. Je zorgt voor een inkomen, geeft structuur aan de dag en komt onder de mensen. Zoals staatssecretaris Wiebes in 2014 in een Kamerbrief schreef: „Niet alle banen zijn even leuk, en sommige van ons hebben op maandagochtend even een zetje nodig, maar een leven met werk heeft meer glans en meer voldoening.”

Reservebank

De impact van het niet hebben van een baan lijkt voor ons geluk dan ook groter dan die derde plek op Layard’s lijst doet vermoeden. Mensen blijken te wennen aan een echtscheiding of het achteruitgaan van hun gezondheid, maar niet aan werkloosheid. Wie ooit langer dan zes maanden zonder baan zit, is blijvend ongelukkiger.

Zo bekeken gun je iedereen een baan. Maar het verouderde arbeidsmarktbeleid staat dit in de weg. Er is bijvoorbeeld veel te weinig aandacht voor deeltijdwerkers die meer willen werken, of voor de 436.000 Nederlanders op de ‘reservebank’ van de arbeidsmarkt. Denk aan de groep die de hoop op een nieuwe baan heeft opgegeven en is gestopt met zoeken.

Natuurlijk is het naïef om te denken dat zij allemaal aan de slag kunnen of moeten – de arbeidsparticipatie in Nederland is al hoger dan in veel andere Europese landen. Maar een beetje sleutelen hier en daar kan voor velen het verschil betekenen tussen een werkloos bestaan en de voldoening van een baan. Dat is niet alleen een gelukverhogende investering, maar ook een welkome bijdrage in het groeivermogen van Nederland.

Maar hoe komen we zo ver? Het is allereerst zaak dat werken aantrekkelijker wordt door te zorgen dat mensen er flink op vooruitgaan als ze een uitkering inruilen voor een betaalde baan. En dat ze, als ze die baan eenmaal hebben, ook beter de vruchten plukken van hun arbeid door de kloof tussen bruto- en nettoloon te verkleinen.

Activerende aanpak

Daarnaast stelt modern arbeidsmarktbeleid werkzekerheid centraal. De koning versprak zich in de troonrede op dat punt toen hij stelde dat mensen zich zorgen maken om baanzekerheid. Een baan is niet meer zoals vroeger voor het leven. Baanzekerheid biedt ook geen soelaas als je al jaren op de reservebank zit. Een activerende aanpak spoort mensen daarom aan om hun vaardigheden op peil te houden zodat zij zich een carrière lang verzekeren van werk. Het zet werkgevers ook aan om daar tijd en middelen voor beschikbaar te maken.

Met een verzekering tegen kennisveroudering zorgt de overheid daarnaast voor een vangnet voor Nederlanders die zonder bij- of omscholing kansloos zijn bij sollicitaties. Dat voorkomt dat mensen tussen wal en schip vallen, omdat werkgevers onvoldoende in hun ontwikkeling investeren. Ook wie op de reservebank zit, kan daar een beroep op doen. Want alleen de mensen die een leven lang investeren in hun eigen kunnen, zijn weerbaar op de arbeidsmarkt van de 21e eeuw. Mensen die kans ontzeggen door te blijven vasthouden aan de mythe van baanzekerheid, is uiteindelijk niet sociaal.

Barbara Baarsma is directeur kennisontwikkeling Rabobank en hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam. Nic Vrieselaar is econoom bij RaboResearch.