Woord en beeld in onze eredienst

Kerk en corona
De eerste protestantse kerk werd rond 1600 gebouwd in het Noord-Brabantse Willemstad, met financiële steun van prins Maurits. Daarbij was het wel zijn uitdrukkelijke wens dat de kerk in een „ronde ofte achtcantige forme zal ende behoort gemaeckt te worden.” beeld Wikimedia

Geleidelijk aan komt er wat meer ruimte voor het houden van kerkdiensten. Maar het zal nog wel een poos duren voor op dat gebied alles weer normaal is. Hoe ga je daarmee om en wat betekent het huidige beleid van kerkenraden voor de periode daarna?

Je krijgt niet de indruk dat de eredienst bij onze overheid veel prioriteit heeft, hoewel er twee christelijke partijen in het kabinet zitten. In grote kerkgebouwen zouden met behoud van de anderhalvemetergrens toch veel meer dan dertig of honderd mensen kunnen worden toegelaten.

We moeten er dan ook mee rekenen dat veel gemeenteleden nog geruime tijd de diensten thuis moeten volgen. Dat geldt zeker voor ouderen, die nu eenmaal extra risico’s lopen. Gelukkig is dat op allerlei manieren mogelijk. Al moeten we het niet normaal gaan vinden. Het is en blijft een noodoplossing. Gemakkelijk verslapt daardoor de binding aan de eigen gemeente. Dat bleek wel uit een recent onderzoek van het RD.

Nu is het technisch geen probleem om van kerkdiensten behalve het geluid ook het beeld uit te zenden. Tal van gemeenten deden dat reeds of zijn de afgelopen maanden daartoe overgegaan. Uit het RD-onderzoek bleek dat dit door veel gemeenteleden gewaardeerd wordt. Het maakt het volgen van de kerkdienst completer en gemakkelijker. Maar daarmee is niet alles gezegd.

Met name het uitzenden via YouTube roept ook grote bezwaren op. Maakt men op die manier niet gebruik van een uitermate werelds medium? Hebben we niet altijd beklemtoond dat de Heere werkt door Woord en Geest? Het beeld is daarbij niet echt nodig. Betekent het uitzenden van beelden van de kerkdienst geen capitulatie voor de hedendaagse beeldcultuur?

Koepelkerken

Nu moeten we daarbij wel bedenken dat we het altijd belangrijk gevonden hebben dat de kerkgangers de predikant (of de preeklezende ouderling) ook konden zien. De Reformatie betekende dan ook een herinrichting van de bestaande kerkgebouwen. In plaats van het altaar, waar de priester de mis bediende, stond voortaan in de kerk de preekstoel centraal. Toen men nieuwe kerken ging bouwen voor de protestantse eredienst, waren dat nogal eens koepelkerken. In zo’n gebouw kon men de kerkgangers optimaal groeperen rond de preekstoel.

De eerste protestantse kerk werd rond 1600 gebouwd in het Noord-Brabantse Willemstad. Dat gebeurde met financiële steun van prins Maurits. Daarbij was het wel zijn uitdrukkelijke wens dat de kerk in een „ronde ofte achtcantige forme zal ende behoort gemaeckt te worden.”

Ook nu zijn bij allerlei kerkbouwplannen de zichtlijnen naar de preekstoel essentieel. Wanneer het soms zo is dat na allerlei verbouwingen in bepaalde uithoeken van de kerk het zicht op de preekstoel slecht is, zijn die plaatsen bij de kerkgangers meestal niet erg in trek of wordt die ruimte niet benut.

Non-verbaal

Dat is goed te begrijpen. Non-verbale communicatie (lichaamstaal) is een wezenlijk onderdeel van het communicatieproces. In het normale verkeer kijk je iemand die tot je spreekt ook aan. De inhoud van het gesprokene is het belangrijkste, maar de beelden van de spreker zijn niet zonder waarde. Een kerkdienst met beeld is completer en je houdt dan, zeker met kinderen, de aandacht beter vast.

Niettemin kan men zich goed voorstellen dat het gebruik van YouTube allerlei vragen oproept. Dat kerkenraden daartoe niet willen overgaan of gemeenteleden daar geen gebruik van willen maken. Er zijn echter ook alternatieven, zoals Kerkdienstgemist.nl. Sommige gemeenten zenden hun kerkdiensten uit via Microsoft Teams. Dat heeft een wat neutraler, een wat zakelijker imago. Dat is een belangrijk pluspunt. Ook langs die weg kan men kerkdiensten met beeld uitzenden.

Onmiskenbaar hebben we nu te maken met heel bijzondere omstandigheden. Daarin moet men soms voor bijzondere oplossingen kiezen, waar men in het normale geen gebruik van zou maken. De Bijbel weet ook van bijzondere oplossingen in bijzondere situaties. „Hebt gij niet gelezen wat David gedaan heeft toen hem hongerde?” Dat hij „de toonbroden gegeten heeft, die hem niet geoorloofd waren te eten” (Mattheüs 12:4).

Niettemin dragen kerkenraden hier een zware verantwoordelijkheid. Wat kunnen we met een goed geweten voor Gods aangezicht doen en waar moet voor ons een grens liggen die we niet mogen overschrijden?

En straks?

Ook wanneer alles weer normaal zal zijn (zou dat dit jaar nog wezen?) zullen allerlei vragen zich opdringen. Gaan we dan door met het uitzenden van kerkdiensten met beeld? Of vervalt dan het argument van de bijzondere omstandigheden die bijzondere oplossingen aanvaardbaar maakten?

Bejaarden, zieken, ouders die op hun kinderen passen, vakantiegangers, schippers en anderen in vergelijkbare omstandigheden zullen ook dan kerkdiensten met beeld veelal op prijs stellen. Maar op die manier creëer je wel steeds meer een alternatief voor de echte kerkdienst.

Wat zijn daarvan de gevolgen, op kortere en langere termijn? Het mag er niet toe leiden dat de onderlinge bijeenkomsten nagelaten worden (Hebreeën 10:25). Het zou daarom goed zijn als daar serieus sociaal onderzoek naar gedaan zou worden.

Moet de toegankelijkheid van de uitgezonden diensten (in woord en beeld) beperkt worden tot gemeenteleden die echt niet naar de kerk kunnen komen, of in ieder geval tot de eigen gemeenteleden, of mag iedereen ze volgen? Het publiek maken van onze erediensten heeft echter allerlei consequenties. Bijvoorbeeld ook in de privacysfeer, als het gaat om de voorbede.

De laatste variant betekent echter ook dat buitenstaanders op een heel laagdrempelige manier een kerkdienst kunnen meemaken. Dat is een groot pluspunt.

Beduchtheid

Rond de eredienst is er onder ons een beduchtheid voor allerlei vernieuwingen, al dan niet ingegeven door nieuwe technische mogelijkheden. Met name in evangelische kring maakt men daar royaal gebruik van. Gemakkelijk vervaagt daardoor de grens tussen eredienst en amusement.

Je kunt ook te benauwd zijn. Geluidsdragers met preken riepen vroeger hier en daar grote bezwaren op. Was dat wel geoorloofd? Was dat wel eerbiedig? Daar hoor je nu niemand meer over. Laten we niet vergeten dat God ook van nieuwe technische mogelijkheden gebruik kan maken.