Weerwoord: Spreken christenen te omzichtig?

Weerwoord
„Een conducteur op de trein mag bij het doen van mededelingen zijn passagiers niet meer aanspreken als „dames en heren”, maar moet hen als „medereizigers” adresseren.” beeld ANP, Robin van Lonkhuijsen

Het valt te vrezen dat ook wij als christenen vaak heel omzichtig spreken om politiek correct te blijven. Is af en toe ongezouten de waarheid zeggen niet beter?

We zijn in de greep van het politiek correct spreken. Menigeen legt zich er nadrukkelijk op toe om zich zo uit te drukken dat het dat is: politiek correct. Dat betekent dat je je uitdrukt op een manier die overeenkomt met het gevoelen dat politiek en maatschappelijk de toon zet, of in elk geval daar niet tegenin druist.

Veel mensen die een opvatting huldigen die afwijkt van wat voor correct geldt, gaan op eieren lopen. Immers, het ongenoegen van de liberale meerderheid over je heen krijgen, is op zijn zachtst gezegd niet fijn. Hier hebben we te maken met het dictaat van het liberale denken. Een paradox waar al menigeen op gewezen heeft: de fundamentele waarde van vrijheid wordt hard begrensd door wat de meerderheid vindt. De prijs voor deze soort van vrijheid is de onvrijheid van de minderheid. Je kunt een andere mening hebben, maar je doet er voor je eigen rust wel goed aan om je politiek correct uit te drukken.

Dit neemt, om het wat politiek incorrect uit te drukken, naar mijn besef absurde vormen aan. Een conducteur op de trein mag bij het doen van mededelingen zijn passagiers niet meer aanspreken als „dames en heren”, maar moet hen als „medereizigers” adresseren. Er kunnen namelijk mensen aan boord zijn die zich noch door het een, noch door het ander aangesproken voelen. Een ander voorbeeld: heel veel mensen hebben het over ”roetveegpieten”. Want het getuigt op zijn minst van cultureel en historisch onbenul als je nog ”Zwarte Piet” zegt. Natuurlijk onderschat ik niet de gevoeligheden die voor mensen met die voorbeelden gegeven kunnen zijn.

Ernstiger vormen neemt ”politiek correct zijn” aan als het gaat over bijvoorbeeld het herschrijven van de eigen historie. Uiteraard sluit ik de ogen niet voor wat er aan verdriet, leed en onrecht in onze geschiedenisboeken voorkomt. Ik noem enkel het slavernijverleden. Dergelijke verschrikkelijke passages uit ons verleden moeten indringende lessen zijn en blijven. Dat kan echter niet betekenen dat we de sporen van dat verleden wissen of vanuit het verstaan in het heden het verleden herschrijven.

Een ander indringend voorbeeld van de manier waarop dat wat politiek en maatschappelijk de toon zet tot een bedenkelijk dictaat wordt, is onze onafhankelijke informatievoorziening of wat daarvoor door moet gaan. Zo wordt een verslag van vijandelijkheden tussen Israël en de Palestijnen steevast ingezet met de actie van het Israëlische leger, ook als dat een reactie was op een actie van de tegenstander.

En om meer niet te noemen: het achtuurjournaal maakt melding van geweld van jongeren tegen een lesbisch stel in een Londense bus, maar over het ernstige geweld tegen christenen in allerlei delen van de wereld – over kwetsbare minderheden gesproken! – hoor ik zo goed als nooit wat.

Het valt te vrezen dat ook wij als christenen en kerken op allerlei momenten heel omzichtig en omslachtig spreken om (inderdaad) politiek correct te blijven. Nu bepleit ik zeker geen botheid of ongenuanceerdheid. Wel heilige beslistheid en vrome vastberadenheid. Iemand ongezouten de waarheid zeggen, klinkt mij te weinig fijngevoelig in de oren. Dat houdt vaak hardheid en gebrek aan zelfrelativering in. De Schrift roept ons op de gezouten waarheid te spreken. „Uw woord zij te allen tijde in aangenaamheid, met zout besprengd, opdat gij moogt weten hoe gij een iegelijk moet antwoorden” (Kolossensen 4:6). Dat betekent volgens mij dat we doordachte woorden spreken, die de ander zoeken te winnen. Niet slap of smakeloos, zodat ze eigenlijk sprakeloos zijn. Nee, gezouten: woorden met pit en kracht, die naar meer smaken. Woorden die, als zout, bederf weren. Dus niet schadelijk, maar nuttig zijn. Geschoeid op de leest van de Geest.

De auteur is universitair docent praktische theologie en apologetiek aan het Hersteld Hervormd Seminarie. Weerwoord gaat in op vragen over het christelijk geloof.