Weerwoord: Eenzaamheid

Weerwoord
En zijn we meer kinderen van onze tijd dan we zelf doorhebben?

Donderdag begon de Week tegen de Eenzaamheid. Beantwoorden de initiatieven de nood van het hart?

Als ik dit stuk schrijf, staan we op de drempel van de Week tegen Eenzaamheid. En ik beken maar meteen dat ik daar tot voor kort nog nooit van gehoord had. Het is dat het afgelopen zondag in de consistorie door een van de broeders genoemd werd, anders was het mij waarschijnlijk dit jaar weer ontgaan. Terwijl ik nadacht over dit initiatief kwamen er heel wat eenzamen in gedachten. Mensen met wie ik de jaren door in aanraking was gekomen en die merkbaar leden aan de verstilling in hun leven. Soms heel scherp. Als je bij hen binnenkwam, was het alsof de donkerte op je viel. Je kon hun eenzaamheid bijna tasten. In de ontmoeting met hen werd de betekenis van de Bijbelse uitdrukking „het is niet goed, dat de mens alleen zij” (Genesis 2:18) voelbaar.

Het lijkt mij dan ook heel waardevol om aandacht te vragen voor deze stille nood, waar de omgeving zich vaak in vergist. Als een mens een ‘tegenover’ mist en in een zekere zin sprakeloos raakt; er is immers niemand die luistert, ruimte biedt voor mooie en moeilijke gedachten, ingaat op zijn of haar verhaal, begrip toont, antwoordt.

Maar er is nog een reden waarom het goed is om hier aandacht voor te hebben. Eenzaamheid lijkt –naast haast, onrust en onzekerheid– wel een symptoom van deze tijd. Ook veel jonge, schijnbaar gelukkige mensen blijken eenzaam. We leefden nog nooit met zo velen bij elkaar, maar misschien ook nooit zo los van elkaar. Steeds meer zonder de verbanden die ooit mensen verbonden. Denk aan de familie, de buurt en de kerk. Of de verenigingen waar met elkaar ontmoette maar die al meer afbrokkelen. En voor dat alles uit had misschien de koude golf van de secularisatie genoemd moeten worden, ten gevolge waarvan voor velen de zin van alles een open vraag is geworden. Wat de eenzaamheid versterkt van een mens die alleen blijft met zijn verdriet, vragen en verwarring. Hij communiceert wel met heel de wereld, maar hij heeft zo weinig echt contact. De wereldburger is, naar een uitdrukking van de bekende Belgische psychiater Dirk de Wachter, „alleen met zichzelf.” In de meest aangrijpende gestalte betekent het niet alleen zonder anderen, maar ook zonder God.

Terug naar het initiatief van de Week tegen Eenzaamheid. De gedachte erachter is mooi, de aandacht die gevraagd wordt is dringend nodig. Bij de invulling ervan denkt men aan allerlei ”events” en ”initiatieven”. Ongetwijfeld met de beste bedoelingen. Tegelijk roept dat vragen op. Als een theatervoorstelling soelaas moet bieden, is dat op zijn zachtst gezegd een schrale troost. Beantwoordt deze hulp aan de nood? Raakt die echt de hand aan de eenzame naaste, die zich vaak verscholen en ingesloten voelt? Vertroost en verlicht niet vooral het kleine gebaar? Dat kleine, dat zich meestal niet laat organiseren.

Onwillekeurig kwam het woord ”mangomoment” bij me boven. Dit woord, intussen opgenomen in de Van Dale, is ontleend aan een ontmoeting tussen de Vlaamse journaliste Annemie Struyf en een ernstig zieke vrouw. Toen zij aan de zieke vroeg: „Is er niets waarmee ik je een plezier kan doen?”, antwoordde deze: „Een mango, dat zou ik nog eens willen proeven.” Professor Vanheacht, hoogleraar maatschappelijke gezondheidszorg, zag het fragment en werd erdoor ontroerd. Hoe kon zoiets kleins zo’n diepe betekenis hebben. Sindsdien kennen we dus het ”mangomoment”: een ogenschijnlijk onbeduidende handeling of opmerking die veel blijkt te betekenen in het leven van een patiënt.

Is dat óók niet het eerste als het gaat over eenzaamheid? Dat kleine gebaar, dat bezoekje, dat aangename woord. Wat ligt hier vooral ook voor u en mij een voorname opdracht, nota bene een Bijbelse opdracht. In de brief van de apostel Jakobus staat immers te lezen: „De zuivere en onbevlekte godsdienst voor God en den Vader is deze: wezen en weduwen bezoeken in hun verdrukking, en zichzelven onbesmet bewaren van de wereld” (Jakobus 1:27). Of komen we er niet aan toe? Zijn we druk vanwege onze plannen, onze jacht, onze verlangens? En zijn we meer kinderen van onze tijd dan we zelf doorhebben?

De auteur is universitair docent praktische theologie en apologetiek aan het Hersteld Hervormd Seminarie. Weerwoord gaat in op vragen over het christelijk geloof. >>rd.nl/weerwoord