Weerwoord: 1 Johannes 5:7 niet echt, wel waar

Bijbelvoorleesmarathon. beeld EPA, Shawn Thew
2

Laatst voerde ik een gesprek met Jehova’s getuigen over de Drie-eenheid. Volgens hen is dit een on-Bijbels leerstuk. Toen ik daartegenover 1 Johannes 5:7 citeerde, stelden zij dat deze tekst een latere toevoeging is. Is dat echt zo?

JA

De genoemde tekst luidt, samen met het volgende vers, als volgt: „Want Drie zijn er, Die getuigen (in de hemel, de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze Drie zijn één. En drie zijn er, die getuigen op de aarde), de Geest, en het water, en het bloed; en die drie zijn tot één.” Het gedeelte tussen haakjes is de passage waar de Jehova’s Getuigen op doelen. De discussie over dit gedeelte, in de wetenschap aangeduid als het Comma Johanneum (”johanneïsche zinsnede”), is al eeuwenoud.

Zoals recent in deze krant werd besproken, is de grondtekst van het Nieuwe Testament namelijk geen volledig vaststaande grootheid. De originele, door de apostelen geschreven handschriften zijn verloren gegaan. Wat rest zijn latere handschriften, kopieën die op veelal kleine, maar soms ook grotere punten van elkaar verschillen. Op basis van deze kopieën proberen wetenschappers de originele Bijbeltekst vast te stellen, iets wat in het overgrote deel van de gevallen goed mogelijk is.

Wanneer we dat nu doen voor het Comma Johanneum, dan blijkt deze passage in heel veel handschriften te ontbreken. Van de honderden Griekse handschriften die bekend zijn, zijn er slechts acht die de bewuste zin wél hebben. Dat zijn bovendien alle acht late handschriften, meest pas uit de 16e eeuw; alle oude en belangrijke handschriften missen de zin. Daar komt bij dat de tekst nooit geciteerd wordt in geschriften van de Griekse kerkvaders, zelfs niet in discussies over de Drie-eenheid – een duidelijke aanwijzing dat hij niet in hun Bijbels stond. Bovendien ontbreekt de zin in alle vroege Bijbelvertalingen (uit de eerste eeuwen van het christendom); pas in latere versies van de Latijnse Bijbelvertaling komt hij voor het eerst voor.

Hoe zijn deze gegevens nu te duiden? Vooral in het verleden werd wel aangenomen dat de zin wel in de originele Bijbeltekst stond, maar door tegenstanders van de Drie-eenheidsleer is verwijderd. Dat was onder andere de zienswijze van de Statenvertalers, zodat zij de tekst hebben opgenomen in hun vertaling (zie kant. 15). Hun argument dat de tekst „in meest alle Griekse boeken gevonden wordt” en in slechts „enige boeken” ontbreekt, is echter, zoals we zagen, onjuist.

Tegenwoordig zijn daarom vrijwel alle deskundigen, ook zij die het gezag van de Bijbel hoogachten, overtuigend van het tegenovergestelde. De enige plausibele verklaring voor het ontbreken van het Comma in zo veel handschriften is dat de zin níét in de originele Bijbeltekst stond, maar pas later in sommige handschriften werd toegevoegd. In veel moderne vertalingen is de tekst dan ook niet opgenomen, iets wat bijvoorbeeld geldt voor de door een orthodox-christelijk team gemaakte English Standard Version. Hoogstwaarschijnlijk hebben, voor wat betreft 1 Johannes 5:7, de Jehova’s Getuigen dus gelijk.

NEE

Geen enkel christelijk leerstuk is echter gebaseerd op een enkele Bijbeltekst en dat geldt wel in het bijzonder voor het dogma van de Triniteit. Hoewel dit leerstuk in het Oude Testament nog goeddeels verborgen is, is het hele Nieuwe Testament doortrokken van trinitarisch spreken. Er is één God (zie bijv. Joh. 17:1; 1 Tim. 2:5), maar tegelijkertijd zijn er drie Personen, Vader, Zoon en Heilige Geest. Zij zijn gezamenlijk, maar ook elk op onderscheiden wijze, betrokken bij Gods heilshandelen (zie bijv. Mat. 3:16-17; 17:5; Joh. 10:28-30; 14:9; 16:5-15). Dit ”gezamenlijk maar onderscheiden” vinden we ook in de drieledige formuleringen in bijvoorbeeld de doopformule (Mat. 28:19) en de nieuwtestamentische zegen (2 Kor. 13:13; zie ook 1 Petr. 1:2).

Nu bieden deze of andere teksten geen eenvoudig ‘bewijs’ voor de leer van de Drie-eenheid. Daarvoor is het nieuwtestamentische spreken over Vader, Zoon en Heilige Geest te complex. Niet voor niets heeft het enkele eeuwen geduurd voordat de kerk het trinitarisch dogma kon formuleren. In dankbaarheid mogen we echter zien dat dit dogma recht weet te doen aan de complexiteit van de Bijbelse gegevens. Alles overziende, moet inderdaad gezegd worden dat er één God is, Die bestaat in drie Personen.

DUS

Een van de duidelijkste teksten over de Drie-eenheid, 1 Johannes 5:7, is een latere toevoeging. In de originele Bijbeltekst kwam deze passsage niet voor, zodat zij geen (direct) apostolisch gezag heeft. Het trinitarisch dogma is echter door en door Bijbels. Het helpt ons om de Heere te leren kennen zoals Hij Zich in Zijn Woord openbaart.

Drs. Henk de Waard is wetenschappelijk medewerker aan de Theologische Universiteit in Apeldoorn.