Wat moeten wij met de wet burgerschap?

Slob. beeld ANP, Koen van Weel

Binnenkort staat de Kamerbehandeling van het Wetsvoorstel burgerschapsopdracht aan scholen gepland. Kort samengevat is dit een verplichting om de leerlingen „respect bij te brengen voor de basiswaarden van de democratische rechtsstaat.” Zet die wet ons aan het werk? Driewerf ja.

Allereerst: deze wet, en de intensieve politieke aandacht hieromheen, mag ons gerust aansporen bij de Bijbelse opdracht tot burgerschapsonderwijs. Die opdracht is er, want burgerschapsvorming is vooral morele vorming. Het gaat om onderwijs rond die waarden die de kinderen tot een goed burger zouden maken, zoals: verantwoordelijkheidsbesef, naastenliefde, eerlijkheid en trouw, afhankelijkheid en eerbied voor God. Niet alleen in de brieven van Paulus en Petrus maar ook in de voorbeelden van Daniël en Nehemia vinden we de aansporing om deze waarden juist in onze samenleving tot uiting te brengen.

Ook de wetgever ziet het als morele vorming en dat brengt bij de tweede aansporing: de Kamerstukken laten scherp iets van de hedendaagse tijdgeest zien. Men zoekt naar een ”moreel fundament” van de hele samenleving. Inwoners moeten de hedendaagse waarden van vrijheid, gelijkheid en solidariteit onderschrijven en het onderwijs is daarvoor het instrument. Menselijkerwijs gesproken zit in deze tendens een gevaarlijke kant. Het mag ons daarom in gebed brengen of de Heere wil geven dat er in dat moreel fundament ook iets van erkenning aanwezig blijft dat de eerbied voor God goed is. Zodat er ook ruimte blijft voor Zijn Woord en voor het daarop gegronde onderwijs.

Anker

De derde reden om dit serieus te nemen: het hele recente debat over vrijheid van onderwijs draait steeds meer om ”burgerschap”. Word je op een reformatorische school nu een goed burger, of niet? Enkele strenge liberalen zeggen: nee, want je krijgt daar niet de goede ideeën mee over seksuele diversiteit en daarnaast word je teveel afgezonderd van de samenleving. Dus onderwijsvrijheid is goed, als je maar in lijn blijft met onze liberale basiswaarden.

Veel andere auteurs betogen: je kunt daar juist wel een goed burger worden, want de beste burgerschapsresultaten komen van scholen die dit onderwijs verbinden met een levensbeschouwing. Een samenhangende, motiverende en op school gedeelde levensvisie zorgt dat de burgerlijke waarden innerlijk verankerd worden voor het leven. Laten we dus ook als reformatorische scholen tonen welke toegevoegde waarde dit onderwijs aan de samenleving levert.

Sleutel

Zijn we dan ook enthousiast over dit wetsvoorstel? Vorige maand werden hierover twee regio-avonden gehouden met schoolbesturen vanuit VBSO en VGS, en onze houding is kritisch (zie ook de vragen van RD-redacteur Gerard Vroegindeweij aan minister Slob, RD 6-10). Dit omdat er twee thema’s in het muziekstuk door elkaar klinken.

2020-10-06-ACH1-hoofdfoto_wijspagina-5-FC-V_webZes kritische vragen over burgerschap aan minister Slob

Om te beginnen: minister Slob benadrukt echt de ruimte en de vrijheid die er is om dit als schoolbestuur naar eigen identiteit in te richten. In de Kamerstukken stelt hij ook expliciet dat scholen de Bijbelse afwijzing van lhbt-leefvormen mogen uitdragen. Tegelijkertijd valt op dat nu de vraag wordt gesteld: welke opvattingen mogen scholen van de inspectie uitdragen, en welke niet? Maar was het niet altijd de harde kern van de onderwijsvrijheid dat de overheid zich geheel niet bezighoudt met de inhoud van de opvattingen op school? Ik waardeer absoluut dit welluidende Slobthema als het gaat om de ruimte in de burgerschapsopdracht. Alleen, soms staat het niet in de goede sleutel, namelijk die van overheidsonthouding bij de morele opvattingen in opvoeding en onderwijs (uitgezonderd gevallen van strafbare ondermijning).

Er is echter ook een tweede thema hoorbaar in Kamerstukken en inspectiebeleid. Namelijk: aan leerlingen mag niets worden opgelegd (want zij zijn autonoom) en volgens sommige politici moeten de schoolopvattingen simpelweg de lhbt-leefvormen accepteren. Overigens, het accepteren van eenieder als mens is voor ons natuurlijk wel van belang. De SGP-fractie diende een amendement in om dit tweede thema eruit te halen en het eerste in de goede sleutel te zetten.

Nodig

Wat is er nodig, naast het gebed voor de kinderen en de overheid? Als reformatorische scholen een eensgezind en gemotiveerd (samen)werken aan ons burgerschapsonderwijs. Er gebeurt al heel veel bij het Bijbelverhaal, bij geschiedenis en klassengesprekken, maar een samenhangende schoolvisie wordt nu ook vereist (ook wettelijk). Dat vraagt gezamenlijke schouders onder het toerusten van de leerkracht als identificatiefiguur, evenals het ontwikkelen van kwalitatief goede leermiddelen. Daarnaast: diepe wortels in de christelijke traditie, om de niet-christelijke elementen in de tijdgeest te kunnen zien en weerstaan. Ten slotte ook verantwoording naar buiten toe. De Bijbelse ethiek is niet asociaal of onveilig. Het geschonken leven van afhankelijkheid van en gehoorzaamheid aan God betekent strijden tegen de zonde, maar geeft ook een diepe vrede en bovendien bewogenheid met medeburgers.

De auteur is advocaat en jurist voor de VBSO.