Vrees voor wetenschap is onterecht

Geloof & wetenschap
„Het is de roeping van de kerk om in de catechese op een bevattelijke wij ze aandacht te besteden aan schepping en evolutie.” Foto ANP ANP

Vrees voor de wetenschap is ongegrond, omdat het geloof sterker is dan de wetenschap, stelt prof. dr. P. Buitelaar

.

L. van de Oever van het Nederlands Instituut voor Biologie stelt dat het niet nodig is om in de biologielessen aandacht te besteden aan andere ideeën dan de evolutietheorie. Prof. C. Dekker, die gelooft in God als Schepper van alle leven, ziet geen tegenstelling tussen geloof en wetenschap en meent dat schepping en evolutie niet tegenover elkaar staan, zie het RD van 26 mei.

Toch kan ik mij voorstellen dat leerlingen en hun ouders, maar ook anderen, erdoor in verwarring raken. Een christen-docent zal bij de lessen biologie niet kunnen volstaan met het bespreken van de evolutietheorie, maar zal ook de op de Schrift gefundeerde schepping door God in zijn lessen betrekken. Anders houdt een school op christelijk of reformatorisch te zijn.

Het is echter niet minder de roeping van de kerk om in de catechese op een bevattelijke wijze aandacht te besteden aan schepping en evolutie. En wanneer de tekst of perikoop daartoe gelegenheid biedt, zal ook in de prediking aandacht moeten worden besteed aan deze vragen en aan de verhouding tussen geloof en wetenschap.

Bescheiden
Christenen, die bij de Bijbel willen leven, worden vaak verontrust door op hypothesen gebaseerde (voorlopige) resultaten van de wetenschap. Zij ervaren sommige van die resultaten als strijdig met hun geloof.

Wij moeten echter het volgende bedenken: In de eerste plaats dat wij ook in het geloof slechts ten dele kennen. Juist op het terrein waarop de moderne wetenschap zich beweegt, is ons veel verborgen. De Heere heeft ons daarover in Zijn Woord hooguit iets geopenbaard. Daarom maakt het geloof ons bescheiden tegenover de moderne wetenschap.

In de tweede plaats gaat de wetenschap uit van veronderstellingen die wel bruikbaar kunnen zijn als werkmethoden, maar die even onbewezen zijn als ons geloof. Sommige werkhypothesen erkennen wij als mogelijk, andere achten wij in strijd met het Woord Gods en kunnen we daarom niet erkennen.

In de derde plaats dienen wij te bedenken dat wij beter als een onwetende behouden kunnen worden dan als een geleerde verloren gaan. Alleen de vreze des Heeren is het beginsel der wetenschap.

Een christen gelooft in de betrouwbaarheid van het Woord van God. Een christen kan echter ook geen vijand zijn van de wetenschap, mits zij bedreven wordt in de vreeze des Heeren. Bij een kerkelijke bevestiging van een huwelijk tussen twee wetenschappers heb ik het zo verwoord: De vrees voor de wetenschap is ongegrond, omdat die vrees is gebaseerd op overschatting van de wetenschap en onderschatting van het geloof.

Kleiner
De kernfysicus prof. dr. Leune zei mij eens tijdens een gesprek over geloof en wetenschap: „Hoe meer ik hierin bezig ben, des te kleiner word ik en des te groter wordt God.”

Dat is de geloofsgestalte van een wetenschapper, die schril afsteekt tegen wetenschap die niet opkomt uit de vreeze des Heeren, de heilige eerbied voor de Schepper. Er gaat niets boven het geloof, dat de wereld overwint (1 Johannes 5:4).

voetnoot (u17(De auteur is voorzitter van de Vereniging ter Bevordering der Gereformeerde Theologie en hoogleraar praktische theologie in Hongarije.