Volop kansen voor SGP en CU

beeld ANP ANP

Pessimisme over de 
positie van christenen 
in samenleving en 
politiek is onterecht, stelt Robert van Putten.

Nog niet zo lang geleden gaf de theoloog Eginhard Meijering zijn boek over de geschiedenis van de christelijke politiek nog de onheilspellende titel ”Hoe God verdween uit de Tweede Kamer” mee. Meijering is daarmee een goed voorbeeld van de manier waarop veel christenen denken over hun positie in de samen­leving. We zijn in de marge terechtgekomen en de politiek doet aan christen pesten. Spreken de feiten niet voor zich? Het aantal kerkgangers neemt af. Het zeteltal van christelijke partijen wordt kleiner. Verschillende verworvenheden van gelovigen staan onder druk.

Dat deze feiten voor zich spreken, praten we onszelf echter aan, zo wil ik stellen. Door almaar tegen onszelf te zeggen dat we in de marge raken, kunnen we op een gegeven moment niet meer anders denken over onze plek in de samenleving. De verhalen van teloorgang hebben een zelfversterkend effect en zadelen ons ten onrechte op met een gevoel dat er voor ons geen plaats meer is in de maatschappij. De kansen voor christenen in samenleving en politiek lijken groter dan ooit. De gemeenteraadsverkiezingen kunnen we dan ook met opgewekt gemoed tegemoet zien.

Kernbegrip

Eerst maar eens wat feiten op een rij. Het is onmiskenbaar dat het CDA de afgelopen decennia groot verlies heeft geleden bij diverse verkiezingen, al moet gezegd dat de partij lokaal nog altijd op hoog niveau meedoet. Met SGP en ChristenUnie gaat het ook niet slecht, integendeel. Als een van de weinige politieke partijen kent de SGP een bijzonder trouw electoraat en zelfs een groeiend ledental. De ChristenUnie wist, tegen alle secularisatietendensen van de tweede helft van de twintigste eeuw in, te groeien van één (voor de voorloper van de CU, de GPV, in de jaren 60 en 70) naar vijf Kamerzetels en heeft die winst in de 21e eeuw weten vast te houden.

Dat geeft allemaal weinig aanleiding tot gesomber. Bovendien wint de christelijk-sociale maatschappijvisie sterk aan invloed. Toen het kabinet-Rutte het begrip ”participatiesamenleving” verbond aan zijn beleid, vroegen sommigen zich verbaasd af of hier niet een christendemocratisch kernbegrip werd geannexeerd. Gezaghebbende rapporten die spreken over vertrouwen in burgers en een participerende overheid herformuleren in feite in moderne bewoordingen christelijk-sociale gedachten van subsidiariteit en soevereiniteit in eigen kring. Wanneer we waken voor de verkapte bezuinigingsagenda die achter het participatie-ideaal kan schuilgaan, is het prachtig dat de lokale politiek straks met dit perspectief aan de slag kan gaan. Het hoofdredactioneel commentaar in RD 11-3 heeft dit scherp gezien.

De vorm die de participatiesamenleving zelf aanneemt in de 21e eeuw biedt bovendien veel kansen. We noemen het wel de netwerksamenleving: horizontaal en flexibel. Daarin is het veel minder van belang hoe groot je bent en veel moeilijker om een centrum en een marge te ontdekken. In de netwerksamenleving ben je pas in de marge als je helemaal niet meer in staat bent om je te verbinden met andere mensen en netwerken. Vooral de verbinders zijn daarom in deze tijd invloedrijk.

Netwerksamenleving

In de netwerksamenleving ontstaat identiteit ook niet meer door wat onze identiteit scheidt van anderen, maar door wat verbindt. Als individuen zoeken we wat ons verbindt aan andere mensen en dat vormt onze identiteit. Niet datgene waarin we verschillen.

Kijken we op deze manier naar onze positie in de samenleving dan doen we meer recht aan de werkelijkheid en we zien veel meer verwantschappen. Mensen in je omgeving zijn dan niet de seculiere of liberale ”ander”, maar een persoon met wie je ook een waarde of belang deelt en dus een verbinding hebt. Een christelijke identiteit en inspiratie is dan niet langer een probleem. Zo werkt de netwerksamenleving. Hoewel christelijke organisaties nogal eens als verzuild worden gezien, hebben veel christenen en christelijke organisaties zich de afgelopen jaren gevormd naar deze netwerksamenleving.

Dat biedt perspectief. Zo blijken bijvoorbeeld kerken bijzonder interessante partners voor gemeenten in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning, omdat ze in staat zijn verbindingen te leggen. In de politiek geeft de ChristenUnie een goed voorbeeld van verbinden. Denk aan de manier waarop Kamerlid Segers optrekt met PvdA’ers tegen mensenhandel en misbruik rondom prostitutie. Denk aan het feit dat CU’er Voordewind de handen op elkaar kreeg om mensen in de jeugdzorg het recht te geven ook ondersteuning te zoeken in hun eigen netwerk. Deze nieuwe situatie maakte dat de ChristenUnie in de 21e eeuw niet louter kleine oppositie meer is, maar serieuze partner bij onderhandelingen.

Daarbij slaagt de ChristenUnie er in om eigen punten binnen te halen. Zo kreeg Kamerlid Schouten de coalitiepartners onlangs zover om alleenstaande bijstandsouders en weduwen en weduwnaars geen sollicitatieplicht op te leggen. Maar ook de SGP staat in het centrum van de politiek. Sinds de kabinetten-Rutte is de SGP invloedrijker in de landelijke politiek dan ooit. Samen met ChristenUnie en D66 sloot ze diverse deelakkoorden met Rutte II. Daarin wisten deze partijen zich te verbinden rond een gezamenlijk belang.

Moed

Wie spreekt over christelijke politiek in de marge heeft deze nieuwe realiteit niet begrepen. Pessimisme over de positie van christenen in de samenleving is dus onterecht. Al die lokale vertegenwoordigers van de christelijke politiek kunnen straks met goede moed op zoek naar kansen om het zout der participatiesamenleving te zijn.

De auteur is bestuurskundige en doet als gastonderzoeker bij het wetenschappelijk instituut van de ChristenUnie onderzoek naar de participatiesamenleving.