Vierdag in Vroege Kerk niet gelijk aan rustdag

De zondag was in de Vroege Kerk aanvankelijk wel een vierdag, maar geen rustdag, stellen mr. drs. P. Verhoeve en dr. W. Th. Moehn in een reactie op prof. dr. Benno Zuiddam (RD 4-3).

Bezinning over zondagsrust brengt kennelijk ook onrust voort. Onze stelling dat de eerste christenen in de eerste eeuwen op zondag veelal betaald werk hebben verricht, leverde althans enkele forse reacties op. Toch is deze visie niet nieuw; de meeste historici en patristici zijn haar toegedaan.

Zuiddam echter stelde in RD 19-2 dat de Vroege Kerk de zondag van meet af aan als rustdag onderhield – met nadruk op dat laatste woord. De eerste christenen vermeden betaald werk zo veel mogelijk, aldus onze opponent. Dit overigens zonder maar één bron of standaardwerk te citeren om deze stelling te bewijzen.

Vervolgens hebben we in RD 26-2 op basis van bronnen aangetoond dat de Vroege Kerk divers was in opvattingen, zich niet uitsprak tegen betaalde zondagsarbeid en heiliging van het hele leven voorstond. We vroegen Zuiddam naar citaten uit de Vroege Kerk om deze stellingen te ontkrachten. Dit liet hij na. Met een minimum aan bewijs en een maximum aan retorische overdrijving zoekt hij in zijn tweede repliek tegenstellingen waar ze niet waren.

Het zij herhaald: de eerste christenen hebben al vroeg samenkomsten in huisgemeenschappen gehad op de opstandingsdag van Christus. Sinds de aposteltijd hebben christenen op zondag het Woord van God aangehoord, avondmaal gevierd en hun verrezen Heere herdacht. Dat betekende echter niet dat de eerste christenen van meet af aan op zondag de hele dag thuisbleven en betaald werk vermeden. Dat betekende ook niet dat de volgelingen van de Heere Jezus na Zijn opstanding direct de zondag als vervanging van de sabbat zagen.

Kern van ons betoog is het onderscheid tussen vierdag en rustdag. De Vroege Kerk heeft aanvankelijk, in een samenleving zonder wekelijkse rustdag, op de dag des Heeren het werken en de wekelijkse viering gecombineerd. De joodse sabbat, inclusief het werkverbod, had voor een groot deel van hen immers afgedaan. Vierdag en werkdag hoeven elkaar praktisch bezien niet uit te sluiten.

We constateerden dat het vierde gebod als enige van de tien in het Nieuwe Testament niet herhaald of voorgeschreven wordt. Daarom was de zondag aanvankelijk niet de christelijke sabbat, maar de dag van de eredienst. Pas vanaf de derde eeuw komen er bronnen die een hele dag fysieke rust voorschrijven; in de zesde eeuw komt er kerkelijke regelgeving om zondagswerk te verbieden.

Met deze constatering als (kerk)historicus staan we geen verruiming van de koopzondagen voor, noch een wettische zondagsheiliging. We willen slechts onderzoeken ”wie es eigentlich gewesen” is. Tegelijkertijd zijn we dankbaar voor de weldaad van een wekelijkse fysieke rustdag zoals die ons tegenwoordig –in het licht van de wereldgeschiedenis nog maar recent– gegeven is. De zegen van een wekelijkse rust- en feestdag is niet genoeg te waarderen.

Mr. drs. P. Verhoeve is historicus en advocaat. Dr. W. Th. Moehn is hervormd predikant in Hilversum.