Vernieuw pensioenstelsel zonder wetswijziging

Minister Koolmees. beeld ANP, Robin Utrecht

Het initiatief van minister Koolmees om het pensioensysteem te vernieuwen, verdient steun. Een eerlijker en toekomstbestendig stelsel kan eenvoudig, zelfs zonder wetswijziging, doorgevoerd worden.

Onlangs presenteerde minister Koolmees van Sociale Zaken een tienpuntenplan voor een nieuw pensioenstelsel. Daarbij nam de minister het heft in handen na het recente mislukken van de pensioenonderhandelingen en na tientallen jaren discussiëren over de vernieuwing van het ”beste pensioenstelsel ter wereld”. Deze stap van Koolmees verdient steun.

Menig medium berichtte echter dat Koolmees toch langs de polder moet alvorens zijn pensioenplan te kunnen realiseren. Hoewel niet ideaal, is het passeren van de sociale partners wel degelijk mogelijk.

Een van de belangrijke punten uit het pensioenplan van Koolmees is de afschaffing van de doorsneesystematiek binnen de tweede pijler. Dat is het pensioen dat vaak verplicht via de werkgever wordt opgebouwd. Deze doorsneesystematiek bestaat uit een doorsneepremie en een doorsneeopbouw: een voor ieder gelijk percentage.

De regering wil de doorsneeopbouw vervangen door een zogeheten degressieve opbouw. Dit houdt kortweg in dat de pensioenaanspraak afneemt met de jaren.

Verplicht

Op dit moment geldt de doorsneesystematiek voor ruwweg 85 procent van de werknemers, aangezien zij verplicht pensioen opbouwen bij bepaalde pensioenfondsen. Ben je bijvoorbeeld verpleegkundige, dan bouw je door middel van deze methode verplicht pensioen op bij Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW).

Maar hoe oneerlijk is doorsneesystematiek nu eigenlijk? Neem een 25-jarige deelnemer en een 55-jarige deelnemer die hetzelfde doen én hetzelfde verdienen. Beiden dragen hetzelfde percentage van hun loon af. Is de opbouw dan voor allebei exact hetzelfde? Nee. De 25-jarige moet dertig jaar langer wachten op de pensioenuitkering. In die tijd staat de ”exact gelijke” pensioenaanspraak veel langer aan tal van risico’s bloot, zoals: geen inflatiecorrectie, kans op kortingen van de aanspraak door toenemende levensverwachting en tegenvallende rendementen. Dit is een van de grootste bezwaren tegen de doorsneesystematiek, die verplicht is bij een bedrijfstakpensioenfonds.

In de tijd waarin werknemers gewoonlijk hun hele leven bij hetzelfde bedrijf dan wel dezelfde bedrijfstak werkten, en in hetzelfde pensioenfonds bleven, was de doorsneesystematiek niet problematisch. Immers, de jongere werd vanzelf een oudere deelnemer. Echter, gezien de steeds meer flexibel wordende arbeidsmarkt, waarin mensen steeds vaker van baan wisselen, past deze systematiek niet meer.

In opdracht van de vakorganisatie Alternatief voor Vakbond hebben wij onderzoek gedaan of de Wet algemeen verbindendverklaring (wet avv) een goed alternatief voor de huidige verplichte deelname aan bedrijfstakpensioenfondsen kan zijn. Het antwoord daarop is: ja.

Ter verduidelijking: de Wet verplichte deelneming in de bedrijfstakpensioenfonds 2000 (bpf 2000) stelt deelname in een bedrijfstakpensioenfonds verplicht en de wet avv maakt het mogelijk om bepaalde bepalingen van een cao algemeen verbindend te verklaren.

Concurrentie

Beide wetten hebben dezelfde uitgangspunten, waarvan de belangrijkste het tegengaan van concurrentie op arbeidsvoorwaarden betreft. De wet avv zou de sociale partners de mogelijkheid kunnen bieden om een verplichte pensioenregeling (regeling dus) onder te brengen bij een uitvoerder naar keuze. Het is dan niet langer noodzakelijk om aan te sluiten bij een bedrijfstakpensioenfonds. De keuze kan iedere instelling zijn die gerechtigd is arbeidsgerelateerd pensioen uit te voeren. De mogelijkheid om de regeling bij een bedrijfstakpensioenfonds onder te brengen, blijft uiteraard bestaan.

Niet verplicht

Op deze wijze kan tegemoet gekomen worden aan de flexibilisering en aan de vergrijzende arbeidsmarkt. De deelnemer (jong en oud) kan gemakkelijker in een ander pensioenfonds deelnemen, zonder dat deze afhankelijk is van subsidie door middel van de doorsneesystematiek van het ‘oude’ pensioenfonds, zo maakt het voorbeeld boven duidelijk. Onze aanpak is bovendien geheel in lijn met EU-consumentenbescherming.

Ons rapport kan de regering en De Nederlandsche Bank bovendien behulpzaam zijn bij het loslaten van de verplichte doorsneesystematiek. Wij bepleiten dus niet zozeer de afschaffing van de doorsneesystematiek, als wel de afschaffing van het verplicht voorschrijven daarvan. Sociale partners kunnen nog steeds kiezen voor de doorsneesystematiek als deze past in de desbetreffende situatie.

Onze conclusie in het rapport is dat de noodzakelijke wijzigingen om ons pensioenstelsel toekomstbestendig en eerlijk te houden relatief eenvoudig (zonder wetswijziging) te bewerkstelligen en bovendien snel door te voeren zijn, zelfs zonder de steun van de sociale partners. Koolmees kan hier zijn voordeel mee doen.

Prof. dr. mr. H. van Meerten is hoogleraar pensioenrecht, mr. J. J. van Zanden is jurist.