Vergrijzing zal woningmarkt blijven beïnvloeden

Een steeds groter deel van de uitstroomwoningen zal een koopwoning zijn. beeld ANP, Lex van Lieshout

Een stijgende levensverwachting, ouderen die langer zelfstandig blijven wonen en steeds meer oudere woningbezitters: de vergrijzing beïnvloedt de woningmarkt en zal dat ook blijven doen.

Op de huidige woningmarkt draagt de vergrijzing op twee manieren bij aan een lagere doorstroming: met het vorderen der jaren verhuizen mensen steeds minder. Daarnaast is het beleid gericht op het langer zelfstandig laten wonen van ouderen. Toch komt er een moment dat oudere alleenstaanden naar een instelling verhuizen of komen te overlijden. Dan is er sprake van uitstroom uit de woningmarkt en komen hun woningen vrij.

Er staat echter een generatiewisseling voor de deur. De babyboomgeneratie heeft andere sociaaleconomische kenmerken dan de vooroorlogse generatie: ze zijn hoger opgeleid, gezonder, welvarender en mobieler. Het is ook een grote groep, met een hoog percentage eigenwoningbezitters: ze maakten hun eerste of tweede stap op de woningmarkt in een periode waarin er steeds meer koopwoningen gebouwd werden.

Vaker huiseigenaar

De eerste babyboomers zijn inmiddels de zeventig gepasseerd. Als zij in de nabije toekomst naar een zorginstelling verhuizen of overlijden, komen hun woningen vrij en is er sprake van uitstroom. Omdat het een flink grotere groep dan de vooroorlogse generatie is, valt er een toename van die uitstroom te verwachten: van een kleine 90.000 in 2030 tot ongeveer 120.000 huishoudens per jaar in 2050. Omdat de babyboomers ook vaker huiseigenaar zijn dan in de generaties voor hen het geval was, zal daarbovenop een steeds groter deel van de uitstroomwoningen een koopwoning zijn: van 40 procent nu tot ongeveer 55 procent na 2030.

Dilemma

Vaak worden vergrijzing en uitstroom van ouderen uit hun woning geassocieerd met vergrijsde krimpregio’s in de periferie van het land. Dat beeld is echter niet correct: veruit de meeste uitstroom van ouderen zal plaatsvinden in de grote stedelijke regio’s, omdat daar nu in absolute zin ook de meeste ouderen wonen. In regio’s met een gespannen woningmarkt draagt de uitstroom van ouderen bij aan een ruimer woningaanbod voor woningzoekenden.

Maar in gebieden waar nu een beperkt woningtekort is en waar straks het aantal huishoudens gaat afnemen, kan er echter een dilemma ontstaan: moeten we daar de tijdelijke krapte maar accepteren en wachten tot de uitstroomwoningen vrijkomen voor woningzoekenden? Of is het beter om nu nieuwe woningen voor gezinnen en jongeren te bouwen en straks leegstaande uitstroomwoningen van ouderen te slopen?

Kortom: de naderende uitstroom van ouderen gaat vraag en aanbod op de woningmarkt zeker beïnvloeden en stelt beleidsmakers voor een aantal interessante vraagstukken.

De auteur heeft dit onderzoek verricht bij het Planbureau voor de Leefomgeving en is nu werkzaam bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Bron: DEMOS, een uitgave van het NIDI.